Gratis Sex Apeldoorn

Maagd neuken opa kleindochter sex

maagd neuken opa kleindochter sex

Hij koos voor een romantische plek met een waterval. Prachtig natuurlijk, maar dan moet je ook goed opletten met al dat water om je heen.. Isaiah deed het huwelijksaanzoek, maar de verlovingsring heeft uiteindelijk nooit om de vinger van Grace gezeten. Ze accepteerde het aanzoek wel, maar de ring viel kort daarna in het water.

De ring is daarna nooit meer gevonden, maar gelukkig gaat het huwelijk gewoon door. Het koppeltje is nog verloofd en hoopt binnenkort te gaan trouwen. Het is nu officieel bekend  dat er een boksmatch aankomt tussen  Soulja Boy  en  Chris Brown. De twee hebben sinds een week beef en gaan dat face-to-face uitvechten. Soulja Boy regelde Floyd Mayweather al als trainer. En nu heeft ook Chris Brown een geschikte trainer gevonden. Bokser  Floyd Mayweather  heeft geld ingezet op de winst van Soulja, en schijnt hem ook te gaan trainen.

Soulja lijkt zo overtuigd van zijn eigen succes, dat hij al een miljoen dollar op zichzelf heeft ingezet. Het gewonnen geld, dat bestaat uit de inzet van Soulja Boy, Mayweather en 50 cent, zal gaan naar een goed doel.

Toen 50 cent hoorde dat Floyd Mayweather Soulja Boy zou gaan trainen, ging hij ook op zoek naar een trainer voor Chris Brown. Op Instagram heeft 50 nu een filmpje geplaatst waarin hij bekend maakt dat hij niemand minder dan Mike Tyson heeft geregeld als trainer van Chris Brown.

In een ander filmpje is een deel van het telefoongesprek te horen: De hele ruzie tussen Soulja Boy en Chris Brown begon toen Soulja een foto van Chris' ex Karrueche likete en reageerde met een 'heart eyes' emoji. Het gevecht zal naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden in maart , maar er zijn ook  geruchten  dat de twee rappers het al op 28 januari tegen elkaar zullen opnemen.

Ronnie Flex  was vorige week de eerste DiXte van het jaar met zijn nieuwe nummer  Energie! Energie staat op nummer één in de hitlijsten en de clip heeft al ruim 1 miljoen views op Youtube. In een interview vertelt Ronnie over zijn tour, nieuwe album en aankomende samenwerkingen. Binnenkort gaat hij touren met een live band. Het brengt de muziek echt naar een nieuw level. Normaal zijn al mijn shows opgebouwd op het explosieve gedeelte. En nu is het echt gewoon live muziek.

Ronnie begint zijn tour op het Noorderslag Festival, waar hij vorig jaar uitgefloten werd omdat hij de Popprijs gewonnen had. Dit jaar wil hij een revanche. Maar wat ik nu probeer te doen is het tegendeel bewijzen. Nu kom ik met een band.

En ik weet zeker dat de mensen die het vorig mijn muziek ontoegankelijk vonden, het dit jaar wel toegankelijk zullen vinden. Hopen dat ze niet weglopen, maar als ze dat wel doen dan is het een reden om volgend jaar met violen te komen. Ronnie werkt momenteel aan een nieuw album waarvoor hij met verschillende mensen samenwerkt.

Eén daarvan is natuurlijk Frenna, ook Lil Kleine komt op zijn album terug en volgens Ronnie komt er ook "zeer zeker een samenwerking met Broederliefde". Maar er is nog een verrassende samenwerking, namelijk samen met zangeres Anouk. Michelle Obama heeft haar laatste speech gebruikt om de Amerikaanse jongeren moed in te spreken. Dat deed ze met de boodschap dat educatie en hard werken belangrijk is. Ook zei ze dat jongeren vertrouwen moeten hebben in de toekomst.

De emotionele speech gaf ze tussen tientallen schooldecanen in. Je hebt het recht om precies te zijn wie je wil zijn. In haar speech sprak ze over diversiteit van achtergronden, culturen en religies. Ze herinnerde iedereen er aan dat Amerika een echt immigratieland is waar iedereen met hard werken en een goede opleiding alles kan kan bereiken.

Haar laatste boodschap was de kracht van hoop. Michelle Obama zei dat jongeren nooit hun hoop mogen verliezen, ook niet bij tegenslagen en moeilijkheden.

Hoop is volgens de First Lady de kracht geweest van haar en Barack Obama de afgelopen jaren. Het was onze hoop dat als we hard genoeg zouden werken en in onszelf zouden geloven, we alles konden zijn.

Wat we ook droomden en ongeacht alle beperkingen die anderen op ons legden. Voor het eerst vertelt Kim Kardashian over de gewelddadige overval in Parijs. Dat is te zien in een trailer van het aankomende, nieuwe seizoen van  Keeping Up With The Kardashians. Ook zie je in het voorproefje een shot waarin Kim krijgt te horen dat Kanye West in het ziekenhuis is opgenomen.

In de trailer zie je Kim geëmotioneerd aan haar zussen Kourtney en Khoé vertellen over de overval. Er is geen manier om te ontsnappen". In het volgende shot zie je de reactie van Kim als ze te horen krijgt dat haar liefje Kanye is opgenomen in het ziekenhuis. Wat is er aan de hand? De heftige gebeurtenis schijnt Kim K. Ze heeft drie maanden bijna niks van zich laten zien op social media en liet zich amper aan de buitenwereld zien. En de keren dat Kim zich aan het publiek liet zien, droeg ze sobere outfits, weinig make-up en geen juwelen.

Een insider van de Kardashian familie vertelt in een interview  dat deze rustige tijd Kim goed heeft gedaan. In het begin was ze gechoqueerd en kon ze alleen nog voor haar kinderen zorgen.

Later realiseerde ze zich dat ze eigenlijk houdt van dit langzame leven. Ze is heel dankbaar dat ze de laatste maanden zoveel tijd met haar kinderen heeft kunnen doorbrengen. Ze neemt minder werk aan en lijkt zich gelukkiger te voelen met deze betere balans tussen werk en privé. De collabo staat op Jeremih's laatste album Late Nights: Daarop creëert hij vibes uit het nachtleven van verschillende Europese steden.

Ooit gehoord van calisthenics? De outdoor work-out is al een aantal jaar opkomend en nu is het zelfs zover dat er een film over wordt gemaakt. De Rotterdamse René zit hierachter en hij is nu een crowdfunding-actie gestart om de film te kunnen realiseren. Jeansen kon natuurlijk niet het Zuiderpark uitlopen zonder zelf aan de calisthenics-rekken te hangen. Ryan Babel is enorm trots dat hij terug is op topniveau bij zijn nieuwe voetbalclub Beşiktaş.

In een nieuwe 'vlog' neemt hij fans mee achter de schermen om te laten zien hoe hij tekent bij de Turkse bond en hoe zijn optreden bij het tv-station van het team verloopt. Vevo vuurde zoveel mogelijk vragen af op zanger Tory Lanez binnen 60 seconden. Maar zijn antwoord op de vraag wat zijn favoriete plekje is, is zo spontaan dat hij zichzelf verrast.

Als je in de schulden zit, of even wat minder geld te besteden hebt, dan sta je vaker voor dilemma's. Ga je wel of niet die nieuwe broek kopen, uit eten met je partner of mee uit met je vrienden?

Reporter  Vanessa  vroeg in Amsterdam aan de mensen op straat hoe zij zich voelen als ze minder geld te besteden hebben. En maakt geld wel of niet gelukkig? Als je geen familie of partner hebt, dan maakt geld niet gelukkig. Schulden hebben is al vervelend genoeg.

Maar vaak komen er ook nog psychische problemen bij kijken. Azzedine el Haddar is hulpverlener bij Dynamo in Amsterdam en heeft elke dag te maken met jongeren die in financiële problemen zitten. Rutger sprak hem er in Jouw Stad Amsterdam over. Welke schulden heeft deze persoon? Vervolgens maak ik een plan van aanpak en zoek ik naar de juiste weg om de schulden op te lossen.

De jongeren die Azzedine helpt, hebben vaak rond de Vaak is het voor de jongeren lastig uit de schulden te komen, omdat ze geen stabiele situatie hebben. Ze hebben geen vast werk of kunnen hun opleiding niet afronden vanwege problemen.

Deze lastige periode kan uiteindelijk psychische problemen veroorzaken. Dat komt doordat jongeren dan in een uitzichtloze situatie zitten. De schulden stapelen zich op en omdat ze niet weten hoe het verder moet, steken ze hun kop in het zand. Hoe komen deze jongeren uit dit psychische dal? Hulpverlener Azzedine verwijst jongeren vaak door en vraagt of ze zelf behoefte hebben aan extra begeleiding.

Schuldhulpverlening is meer dan alleen schulden oplossen. Wij werken samen met veel verschillende instanties die op dit gebied gespecialiseerd zijn. Een laatste advies van Azzedine is dat je bij schulden moet communiceren met familie en vrienden.

De eerste stap naar een oplossing is om erover te praten. Het laatste dat je moet doen is je kop in het zand steken, want daar kom je juist niet verder mee. De beef tussen Soulja Boy en Chris Brown lijkt uit te lopen op een ouderwetse beat down. De twee gooiden de afgelopen week via social media met modder naar elkaar, maar gisteren maakten ze officieel bekend dat er een face-to-face boksmatch aankomt tussen hen, vermoedelijk in Las Vegas.

Toen 50 hoorde dat Floyd Mayweather geld heeft gewed op de winst van Soulja, sprong hij er ook op. De 'Window shopper'-rapper kiest zelf kant van Chris Brown en wil dat hijzelf en Floyd in totaal een half miljoen inzetten op de wedstrijd.

In een Instagram video is te zien hoe enthousiast hij wordt bij de gedachte van het gevecht en dat hij Soulja wil opstoken.

Zeg tegen Soulja Boy dat hij moet ophouden met 'sorry' zeggen en dat hij de 'Draco' automatisch geweer uit de kast moet halen. Deze shit moet doorgaan. Eerder leek het nog alsof Soulja Boy de beef achter wilde laten toen bekend werd dat zijn moeder in het ziekenhuis lag.

Maar al gauw kwam hij terug op zijn plannen. Met 'Draco' verwijst 50 naar de gelijknamige track van Soulja Boy waarin de rapper opschept over zijn automatisch geweer. Soulja gooit zelf ook olie op het vuur door gisteren in een video op Instagram aan te kondigen dat bokskampioen Floyd Mayweather hem persoonlijk traint voor het gevecht.

Hij lijkt zo overtuigd van zijn eigen succes, dat hij al een miljoen dollar op zichzelf heeft ingezet. Leuk en aardig, maar Breezy en fans vonden Soulja te ver gaan, toen hij Chris Browns dochter Royalty bij de ruzie betrok. In een tweet zei hij te chillen met de 2-jarige en haar moeder Nia Guzman. Nia postte daarna als bewijs een foto van haar kind op Instagram en tagde daarin Mayweather en "themoneyteam", het lifestyle merk van de bokser.

Soulja repostte de video, maar verwijderde het kort daarna evenals de tweet. De hele woordenwisseling tussen SB en CB begon toen Soulja een foto van Chris' ex Karrueche likete en reageerde met een 'heart eyes' emoji. Volgens Soulja Boy zal het gevecht plaatsvinden in maart , maar er zijn ook geruchten dat de twee rappers het al op 28 januari tegen elkaar zullen opnemen.

Het gewonnen geld, dat bestaat uit de inzet van Soulja Boy, Mayweather en 50 Cent, zal gaan naar een goed doel. Nienke Plas   heeft meer dan In tegenstelling tot veel andere vrouwelijke vloggers, gaat het bij haar niet over kleding en make-up, maar laat ze haar meest eerlijke kant zien.

Vandaag kwam ze langs in Start om te vertellen over haar video's. Ik doe het wel, maar ik neem het dan juist op de hak. Haar eerste video ging over niemand minder dan Lady Gaga. Er was namelijk een kans om haar te zien optreden, maar die ging keihard langs haar neus voorbij.

Ik wilde zo graag gaan, maar ik kon niet weg door de kleine. M'n vriend zei dat het vast niet door zou gaan en wilde dus niet naar huis komen. Ik voelde me zo screwed. Daar heb ik toen een filmpje over gemaakt.

Haar vrienden waren zo enthousiast over dat filmpje dat ze haar vroegen om meer video's. En dat deed ze: Veel mensen vinden haar zo grappig dat haar vaak gevraagd wordt of ze geen stand-up wil gaan doen.

Uiteindelijk is dat ook wel haar plan: Ondanks dat ze vaak flink uit haar slof schiet in de filmpjes, heeft ze nooit spijt van wat ze zegt. De filmpjes baseert ze allemaal op haar eigen frustraties en ergernissen: De oprichters willen graag dingen gaan doen met beeld en ze zijn dan ook druk bezig met het schrijven van programma's.

Die video's zullen wel verschillen van haar eigen filmpjes. We willen reportages gaan maken, games doen met bn'ers en misschien nog wat dingen met live muziek. Aankomende zaterdag wordt de eerste aflevering van 'Wie Is De Mol? Vincent Vianen is één van de deelnemers van het nieuwe seizoen.

Ook danste hij met grote artiesten als Usher. Fernando belde hem in Start. Ieder jaar zitten ongeveer 2 miljoen mensen aan de buis gekluisterd voor de spannende spelshow. Toen Vincent werd gebeld met de vraag of hij dit jaar mee wilde doen, wist hij gelijk dat hij ja moest zeggen. Maar hij wist ook: In een video van 'Wie Is De Mol? Maar ik ben niet gegaan om vrienden te maken.

Het is niet 'Wie is je beste vriend? Vincent Vianen had een druk jaar in , waarin hij onder andere de choreografie deed van ' Onze Jongens '. Hij post al verschillende danstutorials op zijn  YouTube-kanaal , maar gaat in ook beginnen met het geven van danslessen in Amsterdam. Er wordt veel gevraagd naar danslessen, maar nu wil ik er ook tijd voor maken.

Elke dag zoekt Fernando de potentiële hits van morgen, oftewel de  Nandoleaks. Je hoort ze elke ochtend in Start. Dit zijn de lekkerste, nieuwe tracks of videoclips van vandaag met Popcaan, Christopher Martin en een samenwerking van Kehlani, Afrojack, Dre en Jeremih.

Voor de soundtrack van 'xXx: De moeder van het meisje dat seks had met de jongens van SFB , heeft haar aangifte ingetrokken.

De moeder deed bijna twee jaar geleden aangifte tegen de groep, nadat er een video met haar toen jarige dochter werd verspreid via social media.

Hoewel de moeder al direct na het verspreiden van de video aangifte deed, werden Priceless, KM en Frenna vorige week pas  gearresteerd  door het OM in Suriname. Afgelopen woensdag werd bekendgemaakt dat het voorarrest met dertig dagen wordt verlengd. Het OM leidt de aanklacht, maar de advocaat van de rappers verwacht wel dat er meer ruimte is om de zaak aan te vechten nu de aanklacht van de moeder is ingetrokken.

De moeder zegt te zijn geschrokken van alle ophef. Ook het meisje waar het om draait vindt alle media-aandacht overdreven. Ze stuurde via Whatsapp een audiobericht aan vrienden en bekenden waarin ze laat weten dat er volgens haar geen sprake is geweest van seksueel misbruik of pedofilie. Alleen wij die daar waren. Praten jullie geen onzin, het is mijn leven, het is het leven van die jongens. Het is geen pedofilie. We zijn jongeren onder elkaar. We zitten in onze kaulo pubertijd.

Ik hoop dat alles rustig wordt en iedereen gewoon weer zijn leven kan leiden. Volgens Diana is het niet porno dat zorgt voor een toename van vaginale lifts, integendeel dan wat wordt gedacht. Ook zegt zij dat haar klanten niet perse onzeker zijn, maar dat het juist vrouwen zijn die van zichzelf houden.

FunX-luisteraars zagen chirurgie aan hun vagina niet zitten. En ook de mannen vonden onzekerheid over je vrouwelijk geslachtsdeel onzinnig. Steeds meer vrouwen laten sleutelen aan hun vagina! Eerder stapte hij al met o. Nu was het de beurt aan Jonna Fraser. In de auto komen de twee erachter dat ze meer gemeenschappelijk hebben dan ze in eerste instantie dachten. Behalve over de passie voor voetbal, spreken ze ook over de afwezigheid van hun vader, de nadelen van bekend zijn en de vooroordelen die er bestaan over artiesten en voetballers.

Vooral als het gaat om vrouwen, lijken mensen nogal vaak te denken dat iedereen vreemdgaat. Ik denk gewoon verder. Mannen, grijp je kans! Nicki Minaj is single. De roddels rond de break-up tussen Meek Mill en Nicki Minaj doen al een tijdje de ronde, maar nu maakt ze het zelf officieel via Twitter. Fans speculeerden al over de breuk, omdat ze erachter kwamen dat de twee elkaar niet langer volgen op Instagram.

Maar de twijfel sloeg snel weer toe. Kort geleden postte Meek Mill namelijk een foto van een paar billen die wel heel erg leken op die van Nicki Minaj. Inmiddels heeft hij de foto verwijderd, maar uiteraard werden er op tijd printscreens van gemaakt. De foto zorgde voor veel ophef op Twitter. Was het Nicki of niet? Grote kans dat het toch om een andere vrouw ging!

Pharrell Williams is baas! Dat wist je misschien al, maar bij een afgelopen aflevering van The Ellen Show bewees hij door indrukwekkende woorden opnieuw dat hij meer is dan muzikant.

De zanger was eigenlijk te gast bij het programma vanwege de Golden Globe nominatie voor zijn muziek voor 'Hidden Figures'. Een film dat het waargebeurde verhaal van vrouwelijke helden vertelt. Maar tijdens het gesprek dwalen de twee met enige opzet af naar grotere topics.

Pharrell begint te spreken over acceptatie en liefde en het enige wat er nog ontbreekt is een 'amen'. En begrijpen dat dit een grote, gigantische, mooie kleurrijke wereld is. En het werkt alleen als we iedereen betrekken en empathie voelen. De vrouwen bespreken hun bizarre struggles, waaronder de kleding die ze moeten dragen bij hun onthoofding. Veel mensen zijn boos op de BBC. Dit soort dingen zouden Islamofobie en haat volgens hen alleen maar in de hand werken.

Daarbij wordt er de spot gedreven met vrouwen die werkelijk in verschrikkelijke situaties zitten. Hoor jij vaak van mensen dat jij een mooie radiostem hebt en daar echt iets mee zou moeten doen? Heb jij doorzettingsvermogen en is het jouw droom om presentator bij FunX te worden? Dan is dit jouw kans! FunX zoekt altijd nieuwe talenten. Ben jij onze nieuwe collega in spé? Wacht dan niet langer en stuur ons je audiodemo toe, want.

Je kunt proberen een audiodemo te maken in een studio, bijvoorbeeld bij een lokale- of regionale omroep. Maar je kunt ook de audiostream op internet opnemen met een streamrecorder. Indien deze opties voor jou niet mogelijk zijn, kun je ook een audiodemo maken met de voicerecorder van je mobiele telefoon. In verband met met de kwaliteit heeft dit niet de voorkeur. De audiodemo mag maximaal 10 minuten duren. Om jouw audiodemo goed te kunnen beoordelen, vragen wij je om minimaal drie presentatie-fragmenten op te nemen.

Draag zorg voor een telefoongesprek, een aan- en afkondiging van een track en bespreek een actueel onderwerp. Wordt jouw demo uit alle inzendingen geselecteerd?

Dan bieden wij jou de mogelijkheid om een professionele demo op te nemen in de FunX-studio. In het café waar ik kom sinds ik weer in een café kom, was ik al een tijd niet geweest. Dat kwam doordat Rina zich niet meer achter de bar liet zien. Waarmee meteen de vraag rijst of je een café bezoekt voor het café of voor de barjuffrouw.

Staat er een man achter de bar, dan is de zaak wat mij betreft duidelijk. In café de Ster kwam ik voor het café, net als in de Schouw en de Broadway Bar. Maar als het om de Cotton Club gaat, wordt het al ingewikkelder. Geweldig café, de Cotton Club, maar juffrouw Annie was ook niet mis.

En ik denk niet dat ik zeven jaar in Emmelot was blijven hangen als Jossie en Marie er niet de scepter hadden gezwaaid. Rina bleek weg geweest om van een kleinkind te bevallen.

Maar nu was ze er weer en om het te vieren bood ik haar een colaatje pils aan. Twee pilsjes later raakte ik aan de praat met een Amsterdammer die vertelde dat hij vorig jaar in Kusadasi was geweest. Het was er 45 graden in de schaduw, zodat we meteen de eerste dag al van top tot teen verbrand waren, als kreeften ­waren we, en het enige wat we toen nog konden doen, was op die kamer blijven, waar het ijskoud was, van de airco, zodat je de hele dag onder een dun dekentje op bed lag, terwijl er een enorme zandstorm stond, van dat dunne gemene zand dat in je eten gaat zitten, dat trouwens niet te eten was, ­Kusadasi, praat me er niet van.

Nee, dit jaar ga ik lekker vissen. Op de hoek van de ­Amstelveenseweg en de Laan der Hesperiden die vroeger Stadionplein heette als ik me niet vergis, zat een groot café waar het op de zondag heel druk was. Het zal café Het Stadion of iets dergelijks hebben geheten. Nu zit er Mr. Sam met een leeuw voor de deur. Het was een zomerse dag en een eindje verderop zat in de vensterbank die ze tot bank had omgetoverd een jonge vrouw half liggend een bord soep te lepelen.

Ik keek naar het Olympisch Stadion en bedacht dat er inmiddels alweer een hele generatie is opgegroeid die denkt dat het stadion er altijd zo heeft uitgezien. Een deel van de generatie stond op een veldje naast het stadion ­fanatiek een onduidelijke sport te beoefenen.

Op de Jan Wilsbrug keken twee vrouwen vertederd naar een meerkoetennest vol jonge meerkoeten en vanaf de eilanden in de Schinkel woeien de zwemgeluiden me reeds tegemoet. Tot voor kort loste je op als in zoutzuur als je in de Schinkel viel, maar nu is het weer zwemwater en op mooie dagen worden de eilandjes uitbundig bezet door kinderen tot een jaar of zestien die lachen, flirten, duwen, duiken, zonnen, zwemmen. Vorig jaar zag ik zes meisjes uit groep zeven hand in hand van de steiger springen.

Nu zijn ze, nog even, van groep acht. Ik liep over de kermis die net bezig was open te gaan. Langzaam schoven de rolluiken van de ­attracties omhoog en tevoorschijn kwam de kraam die er precies zo uitzag als toen hij gisteren dichtging. De slager of de visboer moet zijn uitstalling elke morgen in de vitrines leggen, maar de kermisklant laat de pluchen beren en tijgers en grote roze honden ­gewoon hangen of op de toonbank staan en gaat de volgende middag verder waar hij gisteravond was gebleven.

Hoewel er nog geen muziek was, zaten de twee verveelde meisjes van de popcorn al op hun eerste klant te wachten. De griezelige slingermachine die naar de naam Booster luistert, draaide driftig oefenrondjes. Alles ziet er anders uit op de kermis van tegenwoordig, maar veel is toch hetzelfde gebleven. Een schiettent zag ik niet, maar er werden zuurstokken verkocht en nougat verkocht en er was een Oud Hollandse Oliebollenkraam. In het beginnersachtbaantje klonk het eerste gegil, en daar had je de muziek, kermismuziek!

De zweef is verdwenen, maar in de moderne variant zat een moeder met haar zoontje in een lichtblauwe olifant net zo opgetogen te kijken als wij dat deden met onze dochter in de draaimolen.

Toen ze zes was zou ze met alle geweld naar het Spookhuis. Wij in de rij, kaartje gekocht, in het wagentje gestapt en het Spookhuis binnen gereden, waar ze van het eerste de beste skelet zo verschrikkelijk schrok, dat ze nog maar een ding wou, weg van hier, naar huis. Ze is als de Venus van Botticelli met dat verschil dat ze niet bloot op een schelp staat, maar op een bankje zit en schuine ogen heeft.

Ik probeer een boek te ­lezen, een boek over het jongensgevoel en het eten van sinaasappels. Ik vind het boek veel beter dan ik het tweeënvijftig jaar geleden vond, maar toch kan ik mijn gedachten er niet bij houden. Ze gaat gekleed in een soort vest dat bij elkaar wordt gehouden door een ceintuur en is een en al been. Als ze op haar telefoon kijkt, laat ze een besmuikte glimlach zien die soms overgaat in een brede glimlach, in een binnenpretje of een ingehouden lach.

Regelmatig doet ze haar haar achter oor of schikt ze haar pony. In haar linkeroorlel zit een zilveren oorbel waar ze af en toe aan draait, terwijl ze met haar tong iets tussen twee tanden vandaan probeert te krijgen. Ze is 23, besluit ik, en natuurlijk heeft ze allang gezien dat ik doe alsof ik lees, maar dat ik in werkelijkheid naar haar zit te kijken. Ze slaat haar benen over elkaar en bekijkt haar ogen in de spiegel van haar telefoon.

Met de buitenkant van haar gebogen wijsvinger veegt ze langs haar neusvleugels en dan haalt ze een wenkbrauwpotlood tevoorschijn. Als ze haar lippen in de lippengloss gezet heeft, bergt ze alle spullen op en schudt haar pony. Wat ik al vreesde, blijkt waar.

Als een gemeenteklok eenmaal stilstaat, is het einde nabij. De klok op de hoek van de Beethovenstraat en de Stadionweg die zo lang op tien over acht heeft gestaan, is verdwenen. De paal waar hij op stond, staat er nog, een beetje verdwaasd, als een grutto in het vroeg gemaaide gras. Op de hoek waar de paal staat, kon je op zoele zomeravonden van lang geleden vaak een kleine maar opgewonden samenscholing treffen.

Het middelpunt van de ­samenscholing was een schone op een scooter, die zich alle belangstelling graag liet aanleunen, de schone meen ik. Haar leuke zusje heette Vivian. Vivian kende ik van de tennisbaan. Vivian kon niet tennissen, maar onder haar tennisrokje droeg ze petticoats in zeven kleuren. Om de een of andere reden maakt dat vergevingsgezind. Vivian en haar zusje woonden in een enorm appartement, dat uitkeek op de gemeenteklok.

Ik heb daar voor eerst een voetbalwedstrijd op tv gezien. Nederland-Duitsland, of omgekeerd, dat weet ik niet meer.

Op een keer stond ik voor de reusachtige boekenkast met een scheef hoofd de titels te lezen toen haar vader in het voorbijgaan liet weten dat ik uit de kast mocht­ ­lenen wat ik wou, als ik de boeken maar weer terugbracht.

De vader was impresario en ­beroemd ­geworden door bij het Centraal Station op een treinstel een opgezette walvis tentoon te stellen. Je kon erin, in de walvis. Door zijn wijd opengesperde ­kaken betrad je zijn binnenste, waar het stonk en niets te zien was. Maar je was wel in een walvis ­geweest, en wie kon je dat nazeggen, behalve ­Jonas dan. Ik denk dat er geen straat in Amsterdam is die zo vaak van naam verandert als de Ceintuurbaan: We zaten bij Par Hasard onder de bomen en keken de Ceintuurbaan af, die hier inderdaad Ceintuurbaan heet.

Er fietste een man voorbij met een bas op zijn rug en in de bocht naar de Ferdinand Bolstraat passeerde de 24 de Terwijl een meisje onze friet kwam brengen, met een biertje en een glaasje wijn erbij, kwamen er uit het studentenhuis dat boven het café ­gevestigd is een heleboel jeugdige personen tevoorschijn die zichzelf een leuke avond beloofd hadden.

Ze hadden er zin in, dat zag je aan alles. In de bocht van de Ferdinand Bol passeerde een 24 een 24, een man op een fiets reed banjospelend voorbij, terwijl de zwangere vrouw tussen tafel en bank vandaan probeerde te komen.

Hij rekende af en hand in hand liepen ze richting Sarphatipark. Toen het visje soldaat gemaakt was, gingen wij ook. In de bocht van de Ferdinand Bol passeerde een 24 de Langs het Jollenpad reed ik naar de plek waar ik een rij huisjes wist te staan, direct aan het water, met voor de deur een tuin en een lange steiger.

Wij gingen daar regelmatig op bezoek. Tante Ans zat aan een laag tafeltje en sprak als Sint Franciscus met de mussen die in kleine groepjes samendromden aan haar voeten. Af en toe waagde een mus zich op het tafeltje en de brutaalste onder hen zaten haar in het haar of pikten een broodkruimel tussen haar lippen vandaan. Tante Ans had twee dochters van wie ik de namen was vergeten.

Bij de huisjes aan het pad die onveranderd leken, stond een al wat oudere vrouw. Ik legde uit waarom ik niet verdwaald was, waarop zij vroeg of ik de naam wist van de mensen waar ik als kind op bezoek kwam. Tijdens mijn biertje en een onvergetelijke portie ossenworst raakte ik aan de praat met een vrouw die vertelde dat ze eerst rechten had gestudeerd en toen onderwijzeres was geworden.

Tegen de kinderen zei ze altijd: Ik heb een vriend met een ­auto. Als hij in zijn auto rijdt en mij ziet fietsen, komt hij me achterop, draait zijn raampje open en roept iets als: Een keer, we reden in de Hondecoeterstraat ter hoogte van de ­inmiddels gesloten Melkhandel waar ze zulke lekkere broodjes verkochten, dreigde het lelijk uit de hand te lopen. Mensen in de winkel kozen partij voor mij en voor de fiets tegen de auto en zijn bestuurder, waarna enkele stratenmakers zich solidair verklaarden.

In de tram gaat het ook. Ik wist dat zij jou zwaaien ging. Op brug over het Amstelkanaal staat op iedere hoek een huisje met een pannendak.

Als je de Schilderskade af komt in de richting van de Amstel, zie je dat het in eerste huisje True Beauty is gevestigd, een skin care center. In het huisje aan de overkant zit een meneer aan een grote tafel met een laptopje erop in zijn eentje Mise en place te wezen.

Toen ik als jongen op de banen bij de Apollohal tenniste, zat hier een sportwinkeltje. De man van het winkeltje bespande tennisrackets, met nylon en met kattendarm, en dat deed hij zo goed, dat je als je met een door hem bespannen racket speelde niet verliezen kon.

Verder dan het vervangen van een of twee gesprongen snaren kwam ik niet. Maar dat ze door hem waren vervangen, hielp al. Het mooie van Pizzeria San Marco en is dat je je pizza ook met de boot kunt afhalen. Of dat ook gebeurt, vroeg ik aan de Italiaan die in het keukentje voorbereidingen trof voor het dagelijkse pizza bakken, maar omdat hij de vraag niet begreep, kon hij geen antwoord geven.

Het glas nooit vol, maar ook niet leeg, en zonder al te veel te zeggen. Streepjes op een bierviltje hielden de score bij. Af en toe bracht de barkeeper de telefoon en zei: Het glas werd vaker bijgevuld dan het kannetje, zodat cola met jenever van cola met ­jenever langzaam veranderde in jenever met cola en van jenever met cola in jenever.

We rookten filtersigaretten en mijn vriend had zijn zonnebril opgehouden. Van tijd tot tijd namen we een biertje om het weg te spoelen. Dat ­betekende dat hij iets gewonnen had met het paard waarop hij had ingezet in café Cramm op de Nieuwendijk. Maar straks was nog ver en naar Cramm kon altijd nog. Voorlopig zorgde de zon die voor de deur lag en aan de ruit hing nog voor zoveel licht dat van verkassen geen sprake kon zijn. De gelukbrengende ­halve centen, zoals ­verkocht door de postzegelwinkel bij mij om de hoek, kosten twee euro vijftig per stuk, maar voor een tientje koop je er geen vier, zoals ik schreef, maar vijf.

Plus dat geluk dus. Aan de wand, tussen de duizenden postzegelalbums, hing een foto van Parnassus in een vorig bestaan. Het oude postkantoor in de Gerard Terborgstraat, dacht ik, bijna goed, maar toch fout, want het was het voormalige hoofdpostkantoor aan de Nieuwezijds. Ik kwam er graag. Ik was dol op de rijen voor al die loketten, ­loketten voor brieven, loketten voor pakjes, voor postzegels en ­filatelie, voor aangetekende stukken, de postgiro en poste restante, en het leukst van allemaal, voor telegrammen.

Ik stuurde vaak voor de lol een telegram om het in gedachten te volgen op zijn avontuurlijke reis. Er stonden ook tafels waaraan je plaats kon nemen om een brief te schrijven of zomaar wat te zitten. Het viel niet te ontkennen. Weer op straat raakte ik in gesprek met een jongetje met een masker dat hem als hij het opzette in Zorro veranderde.

Toen ik het poortje naar de binnentuin binnenging, rende hij naar zijn moeder en riep: Ik wil niet opscheppen, maar mooi dat ik wel een van de weinige mensen ben die ­zowel Lubbert van Gortel als Drika hebben gekend.

Dat komt doordat ik een op een personeelsfeestje ben geweest waar ze allebei optraden. Het feestje vond plaats op de Bep Glasius, het vlaggenschip van Rederij Koppe die zijn schepen achter het Centraal Station had liggen en kantoor hield in het inmiddels verdwenen Storkhuisje. Op dat feestje kwamen ze de loopplank over als Henk Jansen van Galen en Annie Palmen, maar al tijdens het schutten in de Oranjesluizen hadden ze zich verkleed als Lubbert en Drika, dit wel zeggen als namaakboer en namaak vissersvrouw in verzonnen klederdracht.

Ik zei dat ik een groot fan was en altijd naar de Boertjes van Buuten keek, maar ik geloof dat ze mij niet erg geloofden. Ik geloof dat ze zelfs dachten dat ze in de maling werden genomen, maar ik meende het. Maar als er een nieuwe eigenaar ten ­tonele verschijnt, heb je daar niets aan. Meedogenloos gaat de sloopkogel erin, weg schitterende glasgevel, weg uitbouwen en ornamenten, weg meesterwerk van Jan Kuijt de architect die ook de uitzinnige kerk van Halfweg op zijn naam heeft staan.

Niemand heeft zijn stem laten horen in een poging dit kwaad te voorkomen en nu is het te laat. Een eindje verderop op het ­Rokin is ook iets vreemds aan de hand. Kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae heeft zijn deuren opengegooid en laat middels grote schoolborden weten dat je er terecht kunt voor diner.

Zitten ze plotseling in een club waar iedereen lid van is. Is het dan nog wel een club, kan je je afvragen. Als ik langs Arti kom, kijk ik naar het stuk kademuur aan de andere kant van de straat, recht tegenover het kantoortje van rederij Kooij. Uit de nevelen van het verleden doemt een meisje op, een jonge vrouw met donker haar en donkere ogen die haar voeten boven het water bungelen laat, terwijl ze een Dunhill blauw met filter rookt.

Ik gids een laatste rondvaart door nacht en gracht en als we afgemeerd zijn en ik de fooi gedeeld heb met de kapitein en over het water naar de kade kijk, zwaait ze naar me met haar sigaret die ­oplicht in het duister. Vlak voor Huis Te Vraag aan de Rijnsburgstraat staat een bord dat een wandelpad belooft. Eenmaal op het pad zie je een ander bord dat zegt: Het pad, dat drie tegels smal is, gaat achter Te Vraag langs en langs de woonboten aan de Schinkel, waarvan de meeste zich als villa hebben vermomd, met riante terrassen voor de deur of op het dak.

De ­inhoud was helaas teleurstellend. Vlak voorbij Poldergemaal Jaagpad 25 A kwam ik een man achterop die een gereedschapskist op zijn schouder droeg. Om me te ­laten passeren, ging hij in de berm staan. Dat schip waar ik werk was bijna gezonken.

Ik ben nu al drie maanden bezig. Eenmaal bij de sluis was het lawaai zo oorverdovend dat ik vreesde voor de geestelijk welvaren van de bewoners van de boten hier. Ik zou binnen een dag rijp zijn voor opname.

Vanuit de Vijzelstraat ga ik de Herengracht op om even langs het huis van de burgemeester te ­komen. Als de rondvaartboot langs het huis van de burgemeester voer, zeiden wij: Nu valt er niet veel te lachen als je het huis van de burgemeester passeert, alleen maar te hopen, en hem sterkte en het beste te wensen.

De brug over de Reguliersgracht die ik in zicht krijg, is een van de steilere klimmetjes van onze stad. Tot mijn schrik zie ik dat de brug vol staat met scholieren die poseren voor een groepsfoto.

Ik weet hoeveel moeite het mij gaat kosten om boven te komen en welke commentaren dat gaat opleveren. Op de top wuif ik en ze zwaaien terug, allemaal. In de afdaling naar de Amstel passeer ik zesenwtintig in identieke T-shirts gestoken bouwvakkers die naast elkaar hun boterhammen met theeworst zitten te ­besmeren.

Of was het pindakaas? Het schouwspel heeft me hongerig gemaakt. Er staan vijf bankjes, alle vijf zijn ze bezet. Bij Quick, de lijstenmaker op de Ceintuurbaan waar ik een piepklein dingetje bracht om ingelijst te worden, vroeg ik aan Job die onlangs vader is geworden hoe het met de kleine stond, of hij de tafel van acht al kon opzeggen en naar welke middelbare school hij ging en meer van dat soort grootvader flauwiteiten.

Dat niet nee, maar de baby was inmiddels anderhalf dus kon al wel van alles. Job grinnikte, en zei toen dat hij met een Griekse ­getrouwd was. Gerustgesteld ging ik de deur uit, richting Concertgebouw en vandaar door de Van Breestraat naar de Valeriusstraat. De Valeriuskliniek is definitief verdwenen. Het enige wat nog aan het gebouwencomplex herinnert, is een kale zandvlakte met een hek er omheen.

Maar in de straten van Zuid bloeien de rozen, rood en wit, geel en rose, theerozen, tuinrozen, klimrozen tot aan de daklijst of tot in de kruin van een uitgebloeide meidoorn. Toen ik wilde betalen, bleek de boel op slot te zitten, maar een bordje zei: Dat kwam pas toen ik uit een bak een ­Amsterdamsch stratenboekje kocht. Het is uit , toen het 20 cent kostte. In de eerste plaats zijn er de straten die er nog niet waren. Ik was er nog niet in , maar de Esmoreitstraat waar ik geboren ben ook niet.

De hele Bos en Lommer moest nog gebouwd worden. De Rivierenlaan was er ook nog niet, maar de Rijnstraat weer wel, net als de Vechtstraat. Ook interessant zijn de verdwenen straten, die zich met name in de Jodenbuurt bevonden.

De bewoners werden vermoord, hun huizen gesloopt en de straten van de plattegrond verwijderd, Joden Houttuinen, Zwanenburgerstraat, Lange Houtstraat, Moddermolensteeg, Lazarussteeg, Vlooienburg, alles verdwenen. Net als de gangen. De eerste straat in het Amsterdamsch stratenboekje is de Aalsmeerdergang, bij de Lindengracht. Daarna spotte ik de Arke Noachsgang, de Baafjesgang en toen maar liefst zes Bakkersgangen. De hele stad bleek vergeven van de gangen, Hoedenmakers, Klokken, Koehouders, Kuipers, Rozenmarijn, Rozennobel, Schelvis, Schoenmakers, Schuitenvoerders, Slachters, Sleepers, gangen, gangen, het houdt niet op.

De doodlopende steeg die ik aan het begin van dit Gelukje betrad, bevindt zich in de Hazenstraat, zo tussen Kunstverein en Galerie Stigter Van Doesburg. Hij is anderhalve meter breed. De gang heeft geen naam, maar was vroeger, denk ik, een van de acht Gruttersgangen die de stad rijk was.

Voor de draaideur van de Albert Heijn stond een man met vier bananendozen aan zijn voeten. De bananendozen waren op ­elkaar gestapeld en reikten tot iets boven zijn knieën. De man keek een tijdje naar de dozen en liet zich toen door de knieën zakken in een poging de vier dozen in een keer op te tillen.

Toen dat niet lukte, splitste hij de stapel in tweeën en probeerde twee dozen onder ­iedere arm te nemen. Toen dat ook niet lukte, zette hij de vier ­dozen naast elkaar en probeerde ze zo op te tillen, wat niet lukte. Tenslotte stapelde hij ze weer op elkaar, tilde ze op en liep weg. Mij enigszins verbijsterd achter ­latend. Na een jaar in de diepvries werd de haring toch minder, maar ik had gelijk, het was niet meer zo als vroeger, toen haring aan het eind van het seizoen bruine vlekken kreeg en wel erg tranig smaakte.

Vandaag is de nieuwe haring er weer en zijn alle haringkarren in de stad voor een dag een klein ­cafeetje. Ik heb een vriend in Smilde. Als we elkaar spreken, spreken we elkaar in Amsterdam en dan zegt hij dingen als: Dat ik herken omdat ik een vorig leven een paar maanden in Zuid-Laren heb gewoond, vlakbij de Brink, boven de elektrawinkel van De Boer. Of woorden van gelijke strekking. Het was winter en de kraan van de wastafel op mijn kamer was permanent bevroren, een interessante ervaring.

Als ik van station Assen naar Zuid-Laren fietste en dat deed ik af en toe, kwam je langs de hunebedden, grote stenen die op stapeltjes in de hei ­lagen. Onze Man uit Smilde en ik spreken af bij Luxembourg of Kapitein Zeppos, waar we bij een broodje gezond ingewikkelde dingen bespreken. Deze keer zaten we in het café van het Stadsarchief. Aan het eind van onze bespreking gekomen, stelde ik voor de tram naar het Centraal te nemen.

Maar daar voelde Onze Man uit Smilde niets voor. Hij ging lekker op zijn gemak door de Kalverstraat, een beetje snuffelen. Ik was paf, zoals Hanny Michaelis het in haar dagboek noemt. Iemand die voor zijn plezier door de Kalverstraat ging lopen. Het kon niet waar zijn. Ik besloot toch eens in Smilde te gaan kijken. Huis Te Vraag aan de Rijnsburgstraat is een van de wonderen van de stad. De aula stond op instorten en de graven en de paden tussen de graven waren overwoekerd door onkruid.

Maar mooi was het er. Ik herinner me dat in het conciërgehuisje bij de ingang nog ­oude kranten op tafel lagen, alsof de Cerberus die de toegang bewaakte nog maar net was vertrokken, terwijl de begraafplaats al sinds is gesloten. De laatste keer dat ik Te Vraag aandeed, was in het begin van de jaren negentig, in het vroege voorjaar. De aula werd bewoond, de ­paden waren weer toegankelijk en de grafstenen zichtbaar. Er stonden bijenkorven in de perken, overal bloeiden sneeuwklokjes en de knoppen van de kastanjestruiken liepen roodbruin en kleverig uit.

Bijna dertig jaar later steek ik het bruggetje dat naar de toegang leidt weer over. In het congiërcehuisje staat een hoog tafeltje met de daarop een vaas met bloemen. Op de trappen voor de aula staan rijen geraniums met een enkele blauwe lobelia ertussen. Bij de tuinvrouw die net op haar fiets stapt, informeer ik of ze de geraniums heeft overgehouden, maar nee, dat blijkt niet het geval.

Tegenwoordig zijn ze allemaal opgekweekt. Er bloeien margrieten, egelantieren, boterbloemen, de buxushagen zijn geschoren. Een tikje keurig allemaal, maar het blijft een wonder, Huis Te Vraag. Mijn grootvader die dat ook deed, kocht er altijd zes, spatjes, zodat hij altijd dronken thuis kwam.

Vaak bracht hij ook een hondje mee uit het café. Ik nam er altijd een. Bij de Schouw, bij Westers of de Muizenval. Ze hadden ook een drietafeltjesterras, vier tafeltjes mocht niet van een wethouder die later Tolpoort bleek te heten en die alle bruggen van de stad haringkar- en bloemenstalvrij wilde maken. Vanaf het drietafeltjesterras keek je de Bilderdijkstraat uit en zag je het water van de Jacob van Lennepkade onder de brug verdwijnen, de brug die nu één groot­ ­terras is.

Ik stond in de Gerard Terborgstraat mijn fiets van het slot te halen toen ik werd aangesproken door de mannelijke helft van een echtpaar. Met de 12 bent u er zo. Ze droegen allebei wandelschoenen zag ik. Ik had even een tekeningetje voor ze moeten maken, dacht ik nadat ze hun weg hadden vervolgd. Wegvragers zijn inderdaad zeldzaam geworden, maar ze zijn er nog, echtparen op wandelschoenen, Japanse meisjes die met de tram naar de Heineken Experience willen, Oost-Europese mannen op de Dam die de Wallen niet kunnen vinden.

Misschien moeten we ons eerder afvragen wie de weg nog weet. Ik moest eens in de George Gershwin­laan zijn, in Buitenveldert. Ik wist ongeveer waar die was, bij de De Boelenlaan, en ik wist dat ik vlakbij was, maar ik kon hem niet vinden, en wie ik het ook vroeg, geen mens wist waar hij was. Toen ik het gebouw waar ik moest zijn eindelijk gevonden had, had ik geen idee hoe ik er binnen moest komen. Een deur is open of een deur is dicht. Het is de ­titel van een stuk van ­Alfred de Musset, en een uitspraak waarover ik nog lang niet ben uitgedacht.

Altijd komt ie weer langs en altijd is ie in al zijn helderheid even mysterieus. En nu las ik dat er huizen bestaan zonder deur, zonder voordeur wel te verstaan, over de situatie binnen werd, meen ik, geen uitsluitsel gegeven. Geen deur, dat is nog eens iets anders dan een touwtje door de brievenbus. Of een deur die altijd aan staat.

Of niet op slot zit. Ik weet er een in een huis in Zuid Frankrijk, waar ik graag kom, onder meer door die deur­loze wc, want het heeft wel wat om op een wc niet tegen een deur te hoeven aankijken. In The Sopranos zit Johnny Sack op een deurloze wc te kakken en een sigaret te roken, terwijl hij in gesprek is met Tony Soprano en zijn adjudanten.

Niemand lijkt er van op te kijken. Mijn geliefde vertelt graag dat toen ze voor de eerste keer bij mijn ouders thuis kwam, mijn moeder met open deur op de wc zat. Dat is bijna een halve eeuw geleden en een open deur is nog wel even iets anders dan geen deur, maar ze is het niet vergeten. In het huis waar ik ben geboren, zaten twaalf deuren, heb ik uitgerekend, kastdeuren meegerekend. Die deuren zaten allemaal dicht, op de deur naar de huiskamer en de deur naar de keuken na.

In het begin van de jaren vijftig heeft mijn vader al die deuren een voor een in een andere pastelkleur geschilderd. Toen wij kwamen wonen, waar we wonen, was de route van de 24 net verlegd.

Bij het Roelof Hartplein ging hij niet langer rechtsaf richting Ceintuurbaan, maar linksaf richting Gabriël Metsustraat. Dat duurde tot de 24 plotseling verdween. Maar zie, na een jaartje of twintig tijdelijke werkzaamheden ging de Ferdinand Bol weer open en keerde de 24 terug op zijn oude route. Bij mijn eerste ritje voelde ik me toerist in eigen stad. Wat een opwinding, rechtsaf de Roelof Hartstaat in, geweldig, linksaf naar de Ferdinand Bol, nog mooier!

Pas bij de Albert Kwiep kwam het hart tot rust. Ik wou naar het Stadsarchief, maar de halte bleek opgeheven, en dus stond ik ineens op de Munt.

Ik liep terug door de Carlton-galerij toen mijn aandacht werd getrokken door een A4-tje met de foto van een poes: King hem terug wilde hebben, maakte me blij. Een tijdje terug at ik een stukje bij een restaurant waar een poes rondliep die ons werd voorgesteld als Máxima, de koningin van het restaurant. Maar toen Máxima even later door een enorme hond gegrepen werd en we de dierenambulance moesten laten komen die een bijdrage in de kosten vroeg, kende het restaurant zijn koningin niet meer.

Gelukkig kon de zwaargehavende poes na een inzameling worden opgelapt en vond zij als Bikkel een nieuw baasje, ver van dat akelige restaurant. King ga ik binnenkort eens eten. Ik ging het IJsbaanpad af en was het sluisje in de Schinkel overgestoken toen ik ter hoogte van de Pilotenstraat de roep van de koekoek hoorde. In de verte, want de koekoek roept ­altijd in de verte.

De stad zit vol vossen, bevers, bunzings, ooievaars, allemaal dieren die je vroeger nooit zag, maar de mussen zijn er van tussen en de koekoek zwijgt als het graf. Vandaag is alles anders zou ik bijna zeggen. Als kind zat ik vaak op een zeilboot. Die boot lag tussen twee steigers die je bereikte door een lang pad af te lopen dat tussen allerlei houten loodsen door meanderde. Op de zeilboot tussen zijn twee steigers was het altijd doodstil. En plotseling kwam dan over het water de roep van de koekoek.

Enkele jaren geleden begon het me plotseling op te vallen dat ik steeds meer jonge Aziatische vrouwen van kleur over melkwitte kinderen zag moederen. Ze duwden ze voort in karretjes, speelden met ze in het park en fietsten met ze in de bakfiets. Ik vond het opmerkelijk dat deze vrouwen zulke witte kinderen hadden.

Ik heb nogal wat witte vrouwen gekend die kinderen hadden met Chinese mannen en die kinderen hadden allemaal iets Chinees meegekregen. Maar misschien was het omgekeerd wel omgekeerd, bedacht ik. Totdat iemand me vertelde dat de vrouwen niet de moeders ­waren van de kinderen, maar hun oppassen.

Ik heb, denk ik, een beetje de neiging raadsels te creëren, ook waar ze niet zijn. Karel van het Reve heeft eens een stuk geschreven, waarin hij ­iemand opvoert die op Sicilië binnen tien minuten drie keer ­iemand tegenkomt die maar een been heeft en daaruit afleidt dat er in Syracuse bovengemiddeld veel mensen met een been rondlopen.

Ik ben die iemand, iemand bovendien die ook nog eens aan het piekeren slaat over de vraag hoe het komt dat er zo veel eenbeners zijn in Syracuse. Ik fietste langs de nieuwe kunstroute op de Apollolaan die net als de vorige uit de koker komt van Rudi Fuchs, een met een hoger ­niveau dus en een prijskaartje, toen ik drie keer achter elkaar werd ingehaald door jongens die een andere jongen op hun bagagedrager hadden staan.

Wat is dit, dacht ik. Een trend, een nieuwe rage, een club? Ondertussen keek ik naar de beelden op de route en voelde heimwee naar de Tinguely, de gouden schildpad en het vliegtuigje van Joost Conijn uit de tijd dat de beeldenroute het nog zonder hoger niveau en prijskaartje stellen moest. Stilte is een zegen. Waar wij wonen is het stil. Wel hoor je af en toe geluiden. Geluiden die ik niet kan thuis brengen, vind ik het leukst. Boven ons wordt iets over de grond geschoven, tenminste zo klinkt het, maar wat?

Het zal toch niet. Niemand schuift toch een paar keer per week een bank over de vloer? Dat doe ik door de filter met een klap tegen de rand van de prullenbak te slaan. Ik heb het haar nog nooit gevraagd.

Het duurde lang voordat de koffiepot door pruttelen aangaf dat de koffie klaar was, zo lang dat mijn geliefde vroeg of ik misschien vergeten was water in het reservoir te doen. Waarop ik haar eraan herinnerde dat ze een keer chili con carne zonder carne had gemaakt, wat uitstekend smaakte overigens.

Op gehaktdag maakte mijn moeder macaroni met ham en kaas, een uitheems gerecht in die ­dagen. Op een keer liet de kaas zich maar moeilijk kauwen. Wat kwam, zoals we na een tijdje ontdekten, doordat mijn moeder de papiertjes tussen de plakjes kaas had meegekookt.

Als je Gerard Kornelis van het Reve opbelde, vertelde R. Van het Reve had net zijn Brief uit Edinburgh gepubliceerd en veranderde in razende vaart van de ambachtsman die probeert het Engels onder de knie te krijgen of de wetten van het toneel te doorgronden in de geestige provocateur die hij altijd al was, maar die hij tot dan buiten zijn werk had gehouden.

Maar er is nooit opgeroepen tot een boycot van Reve die in zijn voor- en achternaam veranderde , schreef Wouter van Oorschot ­onlangs in verband met de damesoproep tot boycot van een stijlloze website. Een ketting kan lang zijn. Omdat we het over vroeger hadden, vertelde Hans een mop die hij van Genna Sosonko had gehoord.

De mop ging zo: Het stoplicht bij het Concertgebouw stond op groen, dus ik­ ­begon aan de oversteek, maar bus bleek aan dat stoplicht geen boodschap te hebben en sloeg ­resoluut rechtsaf de Lairessestraat in.

Op mijn rijwiel maakte ik een snelle schatting waaruit ik ­afleidde dat ik onder de achterwielen van de bus geplet zou worden. Om dit te voorkomen, kneep ik in mijn remmen, waarna ik over mijn stuur heenvloog en als door een wonder een redelijk zachte landing maakte tegen twee dames die zojuist het Concertgebouw hadden verlaten.

Toen ik thuis de gehavende ­Lucebert-catalogus opensloeg, was het eerste wat ik zag zijn tekening Gevallen fietser uit Van huis fietste ik op een andere fiets naar een afspraak die me vertelde over een vriend, een oude man met wie het niet goed ging en die niet goed meer wist wie hij was. In een moment van helderheid had de oude man hem gevraagd, wat hij in zijn leven eigenlijk gedaan had.

En van goede wijn. Op weg naar ramsjwinkel Steven Sterk kwam ik langs Shoebaloo in de Leidsestraat, de schoenenwinkel waar in de ­jaren zestig mijn toenmalige vriendin haar schoenen kocht.

De winkel heette toen nog geen Shoebaloo, ze zagen je aankomen, maar De Lange meen ik. Net wat ik zei. Die zoals altijd, zoals ik wist, een maat te klein ­waren. Bij haar dood liet ze kasten vol te klein gekochte schoenen achter. Steven Sterk had geadverteerd met Leven met Reve: Sinds haar dagboeken wil ik alles van ­Michaelis. Maar eenmaal ter plaatse bleek Steven Sterk op­geheven en te huur. Van alle hooggeplaatsten in mijn vriendenkring, voorzitters, dijkgraven, eindredacteuren, is de Groot Moefti wel de hoogstgeplaatste.

De Groot Moefti is Groot Moefti van Amsterdam Noord en tevens onder het pseudoniem Jan Donkers schrijver van het standaardwerk over Amsterdam Noord, Zo dicht bij Amsterdam, een boek dat om de paar jaar met een nieuw hoofdstuk uitgebreid, herdrukt wordt.

Ook vermeldenswaardig is dat de Groot Moefti, die jarenlang ­gedreigd heeft het Centraal Station middels een bomgordel tot ontploffing te brengen, sinds een ritje door het fietstunneltje onder het CS geheel om is.

Enkele weken geleden leidde de GM een paar Amerikanen door de stad. Op de pont over het IJ wees hij hen op het Eye gebouw, wat ze prachtig vonden en daarna zei hij: Dat kon niet waar zijn, die dooie huizenblokken, Koolhaas, nee, de Moefti maakte een grapje zeker? Na raadpleging van Google raakten ze in een architectonische depressie die tot in de kleine uurtjes duurde. Hoe anders was mijn­ ­reactie toen ik een paar jaar geleden ontdekte dat het Frans Otten Stadion dat uitkijkt op onze tennisactiviteiten van Rem Koolhaas is.

Ik had het altijd een tamelijk lelijk gebouw gevonden, een ongeïnspireerde doos met lelijke betonnen uitlopers, maar ineens zag ik de schoonheid van het gebouw, hoe het landschap zich voegde naar de kracht van de architectuur, hoe alles samenvloeide en het geheel oneindig veel meer werd dan de som der delen.

Met een huis vol kinderen keken we tijdens de dodenherdenking naar de twee minuten stilte. Vreemd, dacht ik, kijken naar de stilte. Stilte is toch onzichtbaar, net als de tijd, de wind, de snelheid van het licht. Max Pam schreef dat de twee ­minuten stilte van de dodenherdenking vroeger werden aangekondigd doordat de straatlantarens gingen branden. Dat was ik vergeten, maar zo was het. Iedereen stond voor het raam of op het balkon op het teken te wachten.

En dan werd het stil. Toen al ­keken we naar de stilte. Wat ik niet vergeten ben, was de merelzang die je hoorde. Merels klonken nooit helderder en melodieuzer dan tijdens die twee minuten stilte.

Wat ik weer wel vergeten was, is dat je vroeger af en toe nieuwe veters in je schoenen deed. En dat mensen een stukje gingen eten: Een glaasje drinken, hoor je nog wel. Ik doe dat als eerbetoon aan de in overleden dichter Jan Hanlo die ik de jaren voor zijn dood ­regelmatig heb ontmoet. Hanlo was een wonderlijke man. Hij hield van motorfietsen, Vincents, kon op rijm middeleeuws spreken en droeg op feestjes vaak een gasmasker.

Tijdens de Wereldtentoonstelling bij de moderne boekwinkel Bas in de Leidsestraat, in meen ik, waar de wereld tentoon werd gesteld, hield Hanlo een toespraakje, waarin hij een boekje liet zien dat bij de tentoonstelling was verschenen. Maar hij liet het boekje niet alleen zien, hij zei het ook. Van het papier waarop zijn toespraak stond geschreven, las hij voor wat hij deed: Twee meisjes stonden er giechelend een selfie te maken.

Maar Paul de Leeuw was de man niet, dus waarom maakte hij een selfie? Ineens wist ik het. Tevreden fietste ik door naar de kapper, waar alle stoelen bezet waren. Toen de vrouw die voor mij was aan de beurt was, bleek ik aan de beurt. Zij was hier om haar zoon bij te staan.

Ik nam plaats in de stoel van Alies uit Almelo die tijdens het knippen vaak zo gezellig met me praat. Alies keek me even onderzoekend aan en vervolgde toen haar gesprek met de moeder die haar zoon bijstond. En dat het zo kort geknipt is, komt natuurlijk doordat je de kapster niks gezegd hebt.

Maar het staat je goed. Op straat kwam ik Hanneke Groenteman tegen aan wie ik mijn verhaal vertelde. De enkele keer dat ik vroeg de deur uitga, verbaas ik me altijd over de activiteiten die al gaande zijn. De fietspaden zijn vol fietsers, de bakkers in hun ­witte werkkleding pauzeren voor de bakkerij met een beker koffie en een broodje, kappers knippen en de bloemenwinkel die tevens een galerie is met aan zijn wanden bloemstillevens en stadsgezichten, heeft de bloemen buiten gezet.

Of je in een parallel universum terecht bent gekomen. Ik zit in de tram en kijk naar de jonge vrouw aan de andere kant van het gangpad. Ze draagt een uniform met daaronder schoenen die zo glimmend zijn gepoetst als alleen uniformdragers schoenen poetsen kunnen. Ze ziet eruit ­zoals ik me in de vroege morgen vaak voelde, vroeger.

Dit als gevolg van de voorbije nacht, waarin het ene glas het andere uithaalde en het ene café als vanzelfsprekend naar het volgende had ­geleid. Ik hield van de stilte die voorafging aan het moment dat het ­leven in de stad hervat werd.

De plotselinge vuilniswagen, een rolluik dat rammelend omhoog ging, de zon die door de wolken brak en de overkapping van het Centraal Station verlichtte. De jonge vrouw had een vreselijke kater. Hij stond haar goed en ze had nog de hele dag om ermee te leren leven.

Toen ik die avond met de laatste tram naar huis reed, zaten er naast mij twee jongetjes die allebei een klein voorwerp in hun hand hielden, een soort rad, dat ze konden laten draaien en dat dan strepen licht liet zien. Met enige regelmaat begin ik kleine verzamelingen.

Zo spaar ik sinds een jaar of twee platgereden en bij voorkeur roestige kroonkurken van bierflesjes. Ik heb ze van Amstel en Heineken, van Jupiler, Texels, Grolsch, Argus en van merken die ik door de roest niet kan ontcijferen. Het aardige van de verzameling is dat hij de blik omlaag dwingt, waar zoals je al snel merkt veel te zien is.

De schoonheid van putdeksels is vaak bezongen, maar het is toch anders als je ze in hun natuurlijke omgeving bekijkt in plaats van op een foto. Je vindt spijkers en schroeven en af en toe een platgewalste kroonkurk voor de verzameling, heerlijk ogenblik.

Naast kroonkurken verzamel ik naamloze pleintjes. Wat niet eenvoudig is, want wat precies is een pleintje en wanneer is het naamloos? De straat die je van de J. Coenenstraat naar de Harmoniehof voert, brengt je bij een piepklein en driehoekig parkje, waar het voor jeugdige geliefden goed toeven is. Vanaf het bankje dat zij vrijwel permanent bezet houden, kijk je op een alleraardigst pleintje.

Straat, parkje en pleintje heten Harmoniehof wat volgens mij een beetje veel van het goede is, maar of het pleintje in mijn verzameling hoort, ik ben er nog niet uit. De foto van de haringkar op het Haarlemmerplein die in de haringkar hangt, is een mooi, maar niet helemaal juist voorbeeld. De foto van de Gerard Doustraat gezien vanaf de hoek van de Ruysdaelkade , waar rock- en bluesgitarenwinkel de Plug zetelt, is niet mooier maar wel een beter voorbeeld. Hij hangt op 8b in de etalage.

Ze zijn terug, ze zijn terug. Ze scheren weer over de daken en jagen weer hoog door de straten, ze snijden door de lucht en schreeuwen, maar het is niet hun naam. Dit is het moment om in een niet al te goed opgeknapte negentiende eeuwse buurt, in Pijp, Kinkerbuurt of Helmerskwartier een beetje slordige straat op te zoeken en daar een goede uitkijkpost te kiezen om vanaf de grond het schouwspel in den hoge in de ­gaten te houden. Negenduizend kilometer gevlogen om terug te keren op een nest in de Nicolaas Beetsstraat of het Bellamypleintje, een paar dagen bijkomen en dan weer aan de slag.

Want er moeten eieren worden ­gelegd en uitgebroed en jongen grootgebracht. In de negentien uur per dag dat er gevlogen wordt, moeten honderdduizenden insecten gevangen worden. De gierzwaluwen vliegt in groepen, en binnen de groep in paartjes, die elkaar in duettoon beschreeuwen, een heerlijk geluid, dat net zo bij de stad hoort als het bellen van de tram. Gierzwaluwen lijken altijd ver weg. Zelfs als ik op vier hoog op mijn balkonnetje in de Bosboom Toussaintstraat stond, leken de gierzwaluwen ver bij me vandaan.

En als er een vlak langs me vloog, deed hij dat zo snel dat ik hem niet beter zag dan vanuit de verte. Tijdens een dodenherdenking op de Apollolaan zag ik eens een gierzwaluw uit de lucht vallen. Gierzwaluw op de stoep, vlak voor mijn voeten. Maar toen ik hem wilde pakken, vloog hij op en landde in een boom. De Franse dichter René Char schreef een gedicht over de gierzwaluw dat zo begint: Iedere keer als ik de stad in ga, lijkt het drukker geworden.

Meer en grotere groepen worden rondgeleid door gidsen met steeds langere stokken waaraan grote vlaggen wapperen, steeds meer jongelui stuntelen op gehuurde fietsen over de fietspaden, waarop steeds meer mensen maar een potje raak lopen.

Mijn ogen zitten van voren en van ­achteren, bellen helpt niet en je hebt al je stuurmanskunst nodig om zonder schade aan fiets of toerist door de menigte heen te manoeuvreren. Jelka was knap, brutaal en zat op hockey. Toen we van school waren, heb ik haar nog twee keer gezien. De eerste keer was ze op weg naar ­Jeruzalem waar ze iets ging doceren. De tweede keer was in café het Hooischip aan de Amstel. Ze ­herkende me aan mijn stem. Ik herkende haar omdat ze mij ­herkende.

Tijdens de meivakantie hebben we in wisselende samenstellingen steeds een stuk of drie, vier kinderen over de vloer gehad, jongens en meisjes, zo tussen de zes en de twaalf. Om de een of ­andere reden dacht ik dat kinderen vandaag de dag de hele dag op hun telefoon zaten te kijken en nauwelijks een woord met elkaar wisselden, maar niets bleek minder waar.

Ze zaten gewoon urenlang te monopoliën of te hartenjagen en over de spelletjes te hakkentakken, heel herkenbaar allemaal. Af en toe kwam een moeder er een halen of brengen en dan hoorde je nog eens wat, want, dat moet gezegd, over hun privéleven ­waren de kinderen niet erg mededeelzaam. De moeder van Manuel 11 vertelde over hun verhuizing van de Jordaan naar Nieuwendam en over de eerste keer dat ze haar zoon na de verhuizing van school kwam halen, zijn oude school in de Jordaan.

Maar al wie er uit school kwam, geen Manuel, en bellen kon ze hem niet, want hij had geen telefoon. Dodelijk ongerust was ze tenslotte naar huis gereden. Waar Manuel al op haar zat te wachten. Hij kent zijn stad, Manuel, zelfs de stukken waar hij nooit geweest is.

De moeder van Nathan 6 vertelde dat haar zoon plannen had om een brug over de Atlantische Oceaan te bouwen, van Zeeland naar New York.

Geen geringe ­ambitie voor een zesjarige. Hij had al becijferd hoelang het rijden was en hoeveel hotels er komen moesten onderweg. Intussen was er een einde gekomen aan een potje ­Monopoly en Rana zei: Om mijn geliefde te verrassen had ik op de Haarlemmerdijk een piepkleine gouache ­gekocht van Jaap Hillenius, de schilder die in , op de Willemsparkweg meen ik me te herinneren, tragisch aan zijn eind kwam toen hij werd overreden door een tram.

De gouache toont blije vlekken die half doorzichtig over elkaar heen schuiven en zo de lente zichtbaar maken. Terwijl mijn aankoopje werd ­ingepakt, raakte ik aan de praat met een schilderes die mooie kippenschilderijtjes maakt. Er was ook een boek van, zei ze, en dat boek liet ze me zien. Toen ik het doorbladerde, werd mijn aandacht ­getrokken door een schilderij van een onderzeeër.

Als miljonair had hij toen het goede voorbeeld kunnen geven door een eerste ton beschikbaar te stellen, maar ja, hoe word je miljonair? Door zuinig te zijn. En zuinig was hij, de columnist, zo zuinig dat Heineken hem een keer had opgevoerd in een advertentie, waarin gesteld werd dat hun bier nu zo lekker was, dat zelfs de ­columnist in kwestie wel een rondje geven zou, maar… Op dat moment viel de schilderes me in de reden en zei dat Maarten van Rossem niet de onderzeeër, maar haar schilderijtje had gekocht.

Jammer voor de onderzeeër, leuk voor het schilderij. Om de een of andere reden bleek ze die lach nog niet te hebben. Enige tijd geleden stond de postbode op de stoep met een doos die negentien deeltjes Bulletje en Bonestaak bleek te bevatten.

Ik ben altijd gek op Bulletje en Bonestaak geweest. Ik houd van de droge precisie van de tekst van A. Wat mij ook bevalt, is dat avonturen nog niet afgelopen zijn als ze afgebroken worden en ieder nieuw avontuur dus op een volstrekt willekeurige plaats lijkt te beginnen. Het mooiste avontuur vond ik in boekje negen, waarin Bulletje en Bonestaak op een onbewoond ­eiland zijn beland en kennis hebben aan de menseneter Dinsdag, die niet alleen op verbazingwekkende wijze lijkt op Oude Hein maar net als Oude Hein verbazingwekkende verhalen kan vertellen.

Ik herinnerde me het avontuur vrijwel plaatje voor plaatje. Wat ik me afvraag: Als je naar een tennistoernooi gaat, weet je wie je gaat tegenkomen, maar toch blijft het vreemd als je op de Valentijnkade, waar je nooit eerder bent geweest, ineens allemaal bekenden ziet.

Hé, daar komt Maarten Moll aan gefietst, en daar zal je Henk Spaan hebben, terwijl Janneke van der Horst ­binnen blijkt te zitten.

Is het een Parool-toernooi misschien? Nee, het is een toernooi van Propria Cures, u weet wel, het studentenblad sinds In de tijd dat ik redacteur van Propria Cures was, werd er niet aan tennistoernooien gedaan. Als de redactievergadering in het fietsenhok van Drukkerij Van Campen erop zat, liepen wij rechtstreeks naar het koffiehuis naast het stadhuis en gingen aan het bier, om een uurtje later in de speelhal op de hoek van de Oudezijds en de Damstraat te belanden.

Onze favoriet daar was de Gator, een flipperkast waarop heroïsche duels zijn uitgevochten. Mensje van Keulen stond haar mannetje, Tim Krabbé was denk ik de beste, Koen Koch de stilist en Peter Hagtingius zou later nog wereldkampioen worden.

En nu tennissen we dus en Maarten Moll werd kampioen. Op de terugweg belandden mijn geliefde en ik in Café Koosje waar we ons ouderwets bezondigden aan bier en wijn en bitterballen. Een tijdje later, op de tramhalte, stapten we tegelijk in met een dame die een peddel bij zich had.

Ik liep eens met mijn racket onder mijn arm over de Oudezijds Achter, toen een donkere schone die voor haar kamertje te swingen stond mij wenkte. Theo die als kind Kleine Theo heette om hem te onderscheiden van zijn vader, Grote Theo, die door neefjes en nichtjes ome ­Dorus werd genoemd, kent Oost zoals ik West ken, op zijn duimpje. Hij weet precies waar een telefooncel heeft gestaan, of een transformatorhuisje of een stadsklok.

Op het Krugerplein stond een transformatorhuisje dat zich als pannenkoekenhuisje had vermomd. Ook was er een fontein. We waren op weg naar de straat waar zijn ome Bennie had gewoond, de oom met wie zijn vader een steenhouwerij had gedreven. Nadat we de Ringvaart waren overgestoken, belandden we in een stil straatje waar een man driftig zijn stoep stond te vegen. Voor zijn huisdeur stonden naast elkaar twee fietspompen, achter het raam zat een prachtige poes.

De twee fietspompen waren nodig om er een functionerende fietspomp van te maken en de poes had een hartkwaal. Ook ons huis kent vele kamers. Zes om precies te zijn, de riante hal meegerekend. In deze hal hangt tussen tekeningen van Simon Vinkenoog en Remco ­Campert, schilderijtjes van Pam Emmerik en Han Bennink en een polaroid van Gerard Reve die zijn hoed opzet of juist afneemt, dat kun je op de foto niet zien, een zwart-witfoto waarop een volslanke vrouw in een witte jurk hand in hand met een man in een grijs pak van ons wegloopt.

Bezoekers vraag ik altijd of ze de vrouw herkennen en dat doen ze. De achterkant van Marilyn Monroe blijkt net zo herkenbaar als Marilyn Monroe van voren. Nu hebben velen van ons de achterkant van Marilyn Monroe wel eens gezien. In Niagara bijvoorbeeld wordt die achterkant uitgebreid in beeld gebracht, in volle werking. Maar wie kan zeggen dat hij ­Samuel Beckett wel eens van achteren heeft gezien?

Zoals je in de man met de tas en de regenjas die je vroeger wel door de stad zag scharrelen altijd Simon Carmiggelt herkende. Een tijdje terug fietste ik door de Vijzelstraat in de richting van de Munt toen ik aan de overkant een goede vriend langs het Stadsarchief zag lopen. Hij ging dezelfde kant op als ik. Ik zag hem dus op de rug, maar dat hij het was, leed geen twijfel. Zoetendaal heeft het over openingen, poorten, sleuven, spleten, kieren, een veelzeggende opsomming die bedoeld lijkt om Breitners liefde voor stegen te verklaren.

Maar misschien ook niet. Breitner hield van stegen, zoveel is duidelijk, zoals ik ook van stegen houd. De smalle reep licht hoog boven je, de V van lucht aan de twee uiteinden van de steeg, de permanente schaduw, de altijd aanwezige geur van pis, het heeft iets, waardoor het misschien wel de stegen zijn die een stad tot een stad maken.

In stegen valt altijd iets te beleven. Je wordt er beroofd en hoeren oefenen er hun handwerk uit, er worden drugs gedeald, er wordt gepist, gespoten, gevreeën en ­gevochten en als je mazzel hebt, is er ergens halverwege een verscholen deur die toegang geeft tot een houten trap die naar de verdieping leidt waar een oude Indische dame in bontjas op haar troon eenmaal in de maand audiëntie verleent aan de Indische jongens uit de buurt.

Ze had magere handen en droeg ringen met grote stenen aan al haar dunne vingers. Ze had grote ronde ogen en rook naar de specerijenwinkel. Als de rituele begroeting met mijn vriend ten einde was, reikte ze mij haar smalle hand die ik voorzichtig drukte, waarna wij haar achterlieten op haar troon en de steeg uitliepen naar de Geldersekade om daar aan te leggen bij een klopcafé. Altijd op een vrijdag, het hele weekend nog voor ons.

Ik zat buiten, want hoewel de dag voorbij was, was het lekker weer. Toen ik naar binnen ging om iets te bestellen, stond er een oude man aan de bar die bezig was hem stevig te raken.

Een moeder en dochter sloegen het met belangstelling gade. De dames vielen bijkans in katzwijm van verbazing. Brutaal geworden bogen ze zich vervolgens over zijn jeneverkelkje op de tap. Nadat de man dat had bevestigd, zei ze dat ze dat niet hadden in het Zuiden. Ik had inmiddels mijn biertje gekregen en ging weer buiten zitten, waar de oude man die Willem bleek te heten zich niet veel later bij me voegde. Ik schoot in de lach. Maar nu ga ik naar huis. Daar ben ik nog voor het eerst beroofd.

Door de jongste zoon van de Tokkies. Van al mijn voetbalplaatjes. Mijn vriend de schaker, die geen schaakvriend is en met wie ik nog in de derde klas van de lagere school heb gezeten, de huidige groep 5 als ik me niet vergis, waar hij zich overigens niets van kan herinneren maar ik wel, vertelde me dat hij eens met een schaakofficial vanuit het Centrum naar West was gereisd, met de Kikker dus of met de Blauwe Tram, voor een schaakevenement dat plaatsgreep in het gebouw van de Wereldbibliotheek bijvoorbeeld of op het stadhuis van Sloterdijk, waar mijn ouders in de meidagen van ­getrouwd zijn, maar dit geheel terzijde.

Daar aangekomen had de official lacherig verteld dat hij vanuit de tram een winkel had waargenomen, die zich het Opklapbeddenpaleis noemde. Algemenen hilariteit onder het schaakvolk. Maar inderdaad, het valt niet te ontkennen, in de nabije omgeving van de Admiraal De Ruijterweg had je de Stoffenprinses, de Gaskoning en de Stofzuigerkoning ze zitten er nog , een Beddenpaleis en de ­Tapijtkeizer. En in de Elegaststraat woonde bovendien de Sjah van Barbarber.

Barbarber was een langwerpig tijdschrift, dat vanaf werd geredigeerd door K. Brands en Brands was de Sjah van Barbarber. Brands heeft op een velletje ­boterhampapier eens een tekening van Okkie Pepernoot overgetrokken, en dan schreef hij ook nog Het laatste kwatrijn:

..

Lekker jong kutje neuken gratis online sex

Wie meer wil weten kan het opzoeken in Brief uit Amsterdam van Gerard Reve. Het is onwaarschijnlijk hoe je de hele dag flauwiteiten aan elkaar kunt rijgen zonder op je nummer te worden gezet. Het beste deden het de meisjes in de leeftijd van 9 tot 11 die bij Par Hazard op de Ceintuurbaan met kattenoren op eensgezind op hun eten zaten te wachten.

Van het Zonneplein naar het KNSM-pontje loopt een muizentrap, links, rechts, een eindje rechtdoor en dan weer links, rechts, door de verbazingwekkende Nieuwe Zonnestraat, langs de Kometensingel waar in de voortuinen de appels aan kleine appelbomen hangen, en zo hup een industrieterrein op. Vanaf een bankje kan je de schepen in de haven bekijken, bescheiden motorbootjes, heuse jachten, een ijsbreker.

De roestbak ligt vlak voor haar neus, maar om de een of andere reden ziet ze hem niet. Terwijl zij het water afspeurt, laat ik mijn aandacht treken door een reusachtige muurschildering van een zwartharig meisje dat me vaag bekend voorkomt.

Anne Frank, dit moet ­Anne Frank verbeelden. Van alle lelijke muurschilderingen in de stad, denk ik, is dit wel de lelijkste. Iedere keer als ik er langs fiets schrik ik even. Toch ben ik er aan gehecht, net als aan de prachtige Amy Winehouse op de hoek met de Fokke Simonszstraat iets verder op. En als je doorloopt, doorfietst, doortramt kom je vanzelf bij de Reguliersbreestraat. Op de hoek aan de Amstelkant vind je daar het door graffiti aangetaste maar onverwoestbare portret van Dizzy Gillespie die hier al jaren sterren aan de hemel blaast.

Heel lang waren IJ en wij van elkaar gescheiden, maar wie het busstation achter het Centraal betreedt, weet: Wat een uitzicht van deze hoogte, zo weids heb ik het IJ niet eerder gezien. We gingen op expeditie naar Tuindorp Oostzaan, naar het Zonneplein, en om daar te komen ­namen we bus 35, uitstappen op de halte Maanstraat was ons verteld.

Maanstraat, Zonneplein, Zonnestraat, het zijn namen die doen dromen en deze keer viel de werkelijkheid niet tegen. Van de Maanstraat liepen we de Orionstraat in, in nog uitgeroepen tot de mooiste straat van Noord, waar we genoten van de sierlijke voortuintjes en de versieringen aan de gevels. Toen we een foto maakten, kwam de bewoonster naar buiten. Dat beaamden we en ik vroeg of ze wist hoe hoog het water was gekomen. Tijdens de Grote Overstroming. Maar dat wist ze niet.

Ze had nog wel een foto waarop je de kogel­gaten in de muren kon zien van vlak na het bombardement in juli Even later liepen we door de poort van de Zonneweg het Zonneplein op. Het mooiste plein van heel Amsterdam, zag ik in een oogopslag. Ruim met mooie ­bomen en gaanderijen die het plein tot het place des Vosges van de Amsterdamse School maken. Toen we op het terras van Lokaal Spaanders van de lekkerste tosti ooit genoten, zei de uitbaatster dat we niet met de bus terug hoefde, want de pont was vlakbij, vijf minuten lopen, nou ja tien misschien, maar in geen geval meer dan een kwartier.

Jarenlang begroette ik mijn kleindochter bij iedere ontmoeting met de woorden: In het verhaal dat ik recent van een voormalige Noordbewoner te horen kreeg, staat er als de pont achter het IJ is afgemeerd al een stevige menigte klaar om aan boord te gaan. Midden voor de pont, wat het verlaten van de pont niet eenvoudiger maakt. De schipper die het vanachter zijn panorama venster ziet gebeuren, pakt zijn microfoon en zegt: Waarop de schipper ­opnieuw de microfoon pakt.

Als we uitgegrinnikt zijn, wijst de Moefti en zegt: Sommige mensen worden als ze ouder worden onherkenbaar. Anderen dragen hun jongere ik nog in zich mee. Mensen als Jaap van Heerden gaan steeds meer op zichzelf lijken, alsof ze nu pas worden wie ze altijd al waren.

In de tram zit ik schuin tegenover een onopvallende jongeman. Witte oordopjes in, telefoon in de hand, niets aan te zien, en groot is dan ook mijn verbazing als zich plotseling twee opgewonden meisjes bij hem melden. Allebei een jaar of veertien, allebei een beugel. Ze duwen en trekken elkaar voort zoals meisjes doen als ze iets ondernemen wat ze eigenlijk niet durven. Of ze met de jongeman op de foto mogen, willen ze weten.

Na de selfie-ceremonie gaan de meisjes giechelend af. Normaal zou ik dat nooit durven vragen, maar in functie ben ik onverschrokken. Kent u dat, internet? Van de generatiegebonden begrippen waarmee ze elkaar bestoken ken ik alleen de Scoubidou. Die was uit , en hoe ie bij Kalvijn en Bibi is beland, is me een raadsel. Maar leuk is het wel. Dezelfde dag nog werd ik ook herkend in de tram. Door de kapper van een vriend uit Amstelveen.

Hij had de dag tevoren een tweeling in de zaak gehad. Een met een enorme bos haar en de andere kaal. Als kalentroost zei hij toen: Als ik met mijn dochter en kleindochter door hun buurtje loop, voel ik me na een tijdje net de ­Koningin van Lombardije.

Iedereen kent iedereen hier, lijkt het wel. Wat dat betreft was het vroeger wel anders. Op straat zei je ­elkaar niet gedag, niet in West in ieder geval, en praatjes maken met elkaar was er al helemaal niet bij. Als we hebben afgerekend en ik mijn fiets van het slot haal, steken dochter en kleindochter vast over richting Albert Heijn. Ze zijn nog op de brug als ik ze in druk gesprek zie raken met een man op een fiets met een petje op.

Als ik dichterbij kom, zie ik dat hij van top tot teen getatoeëerd is. Elf jaar was hij toen Natkiel hem fotografeerde, achterdochtig, in volle botsing met de wereld. Toen wij hem kenden, zal hij een jaar of zestien zijn geweest. Op de verjaardag van mijn dochter gaf hij haar een cadeau dat ze altijd bewaard heeft. Bij het afscheid stootten we onze vuisten tegen elkaar.

Krant gelezen, koffie ­gedronken, geschoren, douche genomen, aangekleed, boterham ­gegeten, tijd om de deur uit te gaan. Maar eerst mijn schoenen aan. Nee, schone sokken aan. Hoe lang, dacht ik, is het geleden dat ­iemand mijn veter strikte? Die ­iemand zal mijn moeder zijn geweest. Zij strikte mijn veters zolang ik dat zelf nog niet kon, tot mijn vijfde, tot mijn zesde?

Altijd in de keuken, ik op een blank gelakte keukenstoel, zij met een knie op het zeil. In Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust welt het verleden op uit een in lindebloesemthee gedoopte madeleine. Ik wil mijn veter niet met deze madeleine vergelijken, maar ineens herinner ik me wel dat het zeil zwart-wit geblokt was en dat er stoom uit de fluitketel kwam die niet floot omdat mijn moeder een hekel had aan dat gefluit en daarom van iedere nieuwe ketel die zijn droog gekookte voorganger opvolgde de stoomfluit weggegooide.

In de loop van de dag vertelde ik verschillende mensen over de ­veter. Marion vertelde me daarop dat haar vriend als jongen onder de tafel gezeten eens de veters van zijn vader en zijn ooms schoenen aan elkaar geknoopt had.

Wat ze niet gemerkt hadden, zodat ze na het opstaan struikelend over ­elkaar heen vielen. Lieve vader, leuke ooms. Er was een Rode Loper, een première in negen zalen en na afloop een woest feest dat duurde tot in de kleine uurtjes.

In de aanloop naar de Wimbledonfinale zag je de tienjarige Borg zijn backhand oefenen tegen een garagedeur. Het bevond zich in mijn jongenskamer, een kamer en-suite die door glazen schuifdeuren ­gescheiden werd van onze huis-kamer met zijn stoelen met bal-poten, massieve dressoirs, gezellige kleedjes en koperen kannetjes. Tegen de lange muur stond mijn opklapbed en opgeklapt was dat ongeveer zo hoog als het net op de tennisbaan.

Met toestemming van tante Corrie van beneden speelde ik tegen dat muurtje mijn partijen die in verband met haar algemeen welzijn niet langer dan een half uur mochten duren. Meestal Wimbledonfinales, waarin ik in de vijfde set tegen Tony Trabert of Pancho Gonzales met achter kwam.

Hoe dat afliep, laat zich raden. In de jaren die volgden, bleek de werkelijkheid minder glorieus. Op de schoorsteenmantel staat het bekertje waarop te lezen valt dat ik in en clubkampoen werd bij de jeugd.

Op zolder heb ik nog een paar asbakken die hetzelfde vertellen over en , maar de Wimbledondroom was toen al lang vervlogen.

Als het einde van het tennisseizoen nadert, ­beginnen de blaadjes van de bomen te vallen, heel opmerkelijk. We waren er klaar voor, maar vandaag zou er niet getennist worden, want het stille herfstweer was binnen een minuut in storm en regen veranderd.

Toen de banen definitief blank stonden, gingen we op huis aan. De kennis met wie ik op fietste vertelde dat hij op de Nieuwe Keizersgracht woonde. Was ik daar wel eens wezen kijken, naar het Schaduwkade Monument aan de zonnige kant van de gracht?

Nee, maar dezelfde middag nog ben ik gegaan. Eenmaal op de Nieuwe Keizersgracht kon ik de stalen plaatjes met de namen van de vermoorde Joden die het monument uitmaken niet vinden. Maar wat een prachtig grachtje met zijn Vulcaan, zijn Mars, Curacao en Portorico. Tussen Curacao en Portorico zat op het stoepje voor haar huis een vrouw aan wie ik vroeg of ze wist waar het monument zich bevond.

Ik bedankte haar en fietste verder. Dat klopte, maar ik wou het hele grachtje zien. Het andere stuk van de Nieuwe Keizersgracht ligt langs de Hermitage. Genna Groen woonde op nummer 70, ze was 1 jaar toen ze in Auschwitz werd vermoord. Nathan Samuel Englander die op 64 woonde, was Twee van de meer dan doden langs de gracht. Vlak bij de brug van de Weesperstraat ligt de doolhofput merk Stora die erbij was. Als je het naamloze bruggetje over het naamloze eindje water bij de Markthallen oversteekt, beland je al snel in de Vissering-straat die na een korte aarzeling overgaat in het Van Bossepad.

Langs het Van Bossepad, dat smal en stil is, liggen woonschepen. Voor het eerste woonschip staan zeven wilgen, ik heb ze geteld, die meteen het gedicht van Adama van Scheltema in gedachten roepen: Hoe vaak zal mijn moeder het lied voor me gezongen hebben? Een van de zeven wilgen bij de woonboot was dood, zag ik, dus misschien zijn het er nu nog maar zes, wat het hele effect zou bederven. Een rooie kat zwierde over het pad, een man met en rugzakje op zijn rug liep zonder op of om te kijken aan mij voorbij.

Op de daken van de straat evenwijdig aan het pad ontwaarde ik een wonderlijk koepeltje, een koepeltje als van een tuinprieel, maar dan boven op een dak. Het is gebouwd op het dak van de Van Bossestraat , waar een plaquette aan de gevel memoreert dat op 3 mei op deze huizen een Engelse bommenwerper is neergestort. Er speelden geen kinderen, geen wandelaar liet zich zien, geen fietser, geen scooter, geen auto.

Niets bewoog totdat uit dat niets een sliert staartmezen opdook en als een school kleine dolfijnen de straat overstak. Toen pas hoorde ik heel in de verte het geluid als van een kermis. Soms moet het even. Citeren uit de krant bijvoorbeeld. Zoals iedereen boven de 36 lees ik iedere dag de rouwadvertenties, waarbij de geciteerde versjes zich in mijn bijzondere aandacht mogen verheugen. Een dezer dagen werd een advertentie door het volgende versje opgesierd: Het was een rouwadvertentie en dus past gepaste rouw, maar desondanks schoot ik in een daverende lach.

Wat was hier aan de hand? Er ­bestaat een anoniem rijmpje en dat gaat zo: Schippers een variant waarin ­verwezen wordt naar de toenmalige chef kunst van het Handelsblad: En nu is het oorspronkelijke versje, in omgekeerde volgorde, en met dank aan mr. Poll, dus van K. De wegen van de poëzie zijn vaak ondoorgrondelijk. Vorige week zijn wij een paar dagen niet naar België geweest.

Hadden we gewoon zin in. Niet naar De Panne om daar niet met het trammetje langs de kust te rijden, niet naar Oostende om daar geen bezoek aan Ensor te brengen, geen oesters ook in Oostende en op de terugweg niet naar de Zuid-Pier te Antwerpen om te ­hopen op een accordeonist die hartverscheurend Marina speelt zoals eigenlijk alleen Rocco Granata dat kan.

Toen we nog in S. In de gezellige eetzaal zei een Duitser toen het eten werd opgediend: Maar als je niet naar België gaat om geen reportage te schrijven, heb je die problemen niet. Daarna naar de Kaaswaag voor een onsje oude kaas, een ossenworstje en een praatje met de baas, naar de sigarenboer voor een verse krant en vervolgens door de binnentuin en langs de boekenstalletjes in de poort terug naar de Gerard Terborgstraat. Ik ken de katten die zich aaien laten en ik loop graag langs het water om naar de bootjes en de ganzen te kijken.

In de voortuintjes staan grote vijgen en op de bankjes wordt gevreeën. Ik sla de hoek om en ben weer thuis. Af en toe zie je dingen die je niet eerder zag. Zo zag ik in de Spaarndammerstraat een moslima met een grote blauwe zonnebril en een kind in een kinderzitje voorbij fietsen. Ik stond ervan te kijken. Eerder op dag werd ik op de Ceintuurbaan ingehaald door een auto met een karretje waar een roze olifant in stond.

Het was geen echte olifant, maar toch. En voor het terras van Papeneiland stopte die middag een Fiatje, waaruit niet ­alleen een heleboel kinderen ­tevoorschijn kwamen, maar ook een reusachtige vierkante doos in oranje feestverpakking. In het café begon prompt een accordeon te spelen. Het echtpaar dat op een vluchtheuvel voor het Centraal Station aan de verkeerde kant van de tram probeerde in te stappen, deed ook iets wat ik niet eerder had gezien.

Toen het gelukt was binnen te ­komen, ging de vrouw naast mij zitten. De vrouw begon te ­lachen, en nee, ze kwamen uit Leeuwarden en dit was de eerste keer sinds dat ze Amsterdam weer aandeden. Dat viel niet mee.

Toen ik op de Plantage Middenlaan de brug over de Nieuwe Herengracht overstak, zag ik in de verte op de Nieuwe Herengracht twee bereden polities richting Anne Frankstraat gaan. Eenmaal over de brug bleek de Nieuwe Herengracht herdoopt tot Nieuwe Vrouwengracht. Wie zouden dat gedaan hebben, dacht ik. De dames van Dolle Mina misschien?

Er scheen een waterig zonnetje en het Wertheimpark aan de andere kant van het water lag er prachtig bij. Bij de Anne Frankstraat gekomen, draaide ik de Rapenburgerstraat in. Gasse ohne garote, heette de straat in het Jiddisch, straat zonder spijt, want zijstraten waren er niet. Meyer Sluyser, schrijver van al die aangrijpende boeken over de Jodenhoek, noemde de straat om die reden Gebed zonder end, maar in de volksmond was het gewoonde de Vinkenbuurt.

De straat is ongeveer twee keer zo breed als vroeger en nog steeds heel smal. Bij café Waterloo zijn filmopnames aan de gang waar ik stil aan voorbij ga. Ik steek het Markenplein over naar de Valkenburgerstraat en loop naar het Nieuwegrachtje, waar ingeklemd tussen de huizen een mooie speelplaats ligt.

Er staan een huis te koop en een huis dat helemaal verkrot is. In de Uilenburgergracht ligt een groot beurtschip afgemeerd. Ik kijk over het water en zie over de brug van de Pepestraat twee bereden polities gaan. In de Nieuwe Uilenburgstraat kijk ik van de grote bakstenen schoorsteen van Gassan naar de kleine bakstenen schoorsteen achter het gebouwtje op de hoek met de Houtkopersburgwal.

Lang geleden zat hier een badhuis. En in het badhuis, vertelt Ruben Potts in zijn Herinneringen aan de Rapenburgerstraat, zoals te vinden op joodsamsterdam. Dat kwam door de Familie Doorsnee. Achter hun huis in Zaandam. Mandarijnen zo sappig dat oude vrouwen ze kunnen zuigen, herinner ik me van de markt, maar oude mannenvlees had ik nog nooit gehoord. Ik las dat in zo in de buurt van de kruising ­Amstelveenseweg en IJsbaanpad vijf boomcirkels waren geplant die tezamen de olympische ringen vormden.

Land art avant la lettre. Van die vijf ringen zouden er nog drie staan. Ik kom vaak op die kruising en zou graag zeggen dat ik de boomcirkels altijd met veel plezier bekeek, maar ze waren me nooit opgevallen. Toch staan ze er, zag ik nu, twee van de vijf in elk geval, nummer drie kon ik niet vinden.

Nadat ik een tijdje naar de vallende bladeren had staan kijken, reed ik naar de tennisbaan. Tijdens de nazit vertelde Leo dat hij in Amstelveen Ruud Gullit uit een kreukelig autootje had zien stappen. Of Ruud nou dom was of hartstikke slim, we kwamen er niet uit.

Leo had nu ook een leeg koffiemelkcupje op zijn neus, zag ik. Ik ben wel dom, maar niet slim, en ik wist dat dit niet meer goed ging komen. Als ie je pakken kreeg, was je nog niet jarig. Zijn vader was pontschipper en dat schept een band. Mijn band met de pont loop via de andere kant.

Mijn vader moest iedere morgen met de pont om op zijn werk te komen, maar waar het altijd over ging was het missen van de pont, want als hij de pont miste, kwam hij te laat en via de prikklok merkte mijn moeder dat aan het eind van de week in zijn loonzakje.

Die voer ermee naar Terschelling. Met dat piepkleine pontje, moet je je voorstellen. Kees kwam uit de Jordaan, vandaar, Boerenkees. De tentoonstelling in het Zonnehuis is tot en met 1 oktober; op donderdag gesloten. Toen Thomas Rap in zijn uitgeverij ­begon, was dat in de ­Reguliersdwarsstraat, op 79 boven de kapper waar ze ­inmiddels in tatoeaties doen. Het was daar zoals je je een uitgeverij voorstelt. Overal boeken, de joviale uitgever in houthakkershemd achter zijn bureau, de sigaar vaak in het hoofd, en veel schrijvers.

De schrijvers kwamen om de boeken die ze schrijven gingen aan de uitgever te brengen, om met elkaar en met Thomas te oude hoeren en voor de lunch. De lunch werd ­verzorgd door Joosje Noordhoek, tegenwoordig eindredacteur bij deze krant.

De door haar klaargemaakte broodjes hebben geschiedenis gemaakt. Geen broodje smaakte ooit zo lekker als het door Joosje gemaakte broodje oude kaas met een beker karnemelk erbij. Misschien hielp het dat we allemaal arm waren en dat de broodjes gratis waren, maar evenzogoed. Ik ben, als ik het CB voor de deur zag staan wel eens doorgelopen. Dan maar geen broodje vandaag. Ognibeni was een Italiaanse wijnwinkel, maar, zo vertelden mijn ­ouders er altijd bij, je kon er ook een glas wijn drinken en bij je glas wijn kreeg je dan een schaaltje met een paar olijven.

Een winkel waar je iets kon drinken. Mijn verstand stond er bij stil. Later ben ik vaak van plan geweest om eens bij ­Ognibeni aan te lopen. Het is er niet van gekomen. Waaraan je tijdens een val allemaal niet denken zal. Een driehoek, dacht ik, is een meetkundige ­figuur die ontstaat door drie punten die niet op een rechte lijn liggen met elkaar te verbinden.

Ook dacht ik aan de man die op een bankje bij de Snoge op een tuba had zitten blazen en aan de torenvalk die tussen station Sloterdijk en Centraal een heel eind met de trein was meegevlogen. De driehoek waaraan ik dacht wordt gevormd door de Helena Mercierstraat, waar ik woonde, Imstenrade, waar mijn vriend woonde en de Kruislaan, waar Casper woonde.

Om elkaar te bereiken, legden we heroïsche afstanden af. Op Caspers kamer in het huis op de hoek van Kruislaan en Middenweg hoorden we voor het eerst ­Billie Holiday. Met zijn drieën hadden we een elpee van Ella Fitzgerald gekocht, elpees waren niet te betalen in die dagen, en de achterkant bleek geen Fitzgerald te bieden, maar een ons onbekende zangeres. Ik herinner me dat we de plaat omdraaiden en hoe we elkaar even later aankeken, Billie Holiday.

Die heeft me niet meer verlaten. Op de Kruislaan kom ik tegenwoordig alleen als er begraven wordt. Vandaag was het een dispuutgenoot. Zoals gewoonlijk maakte het ­begrafenisritueel me half krankzinnig. De weeë geur in de aula, de door het ontbreken van een deugdelijke geluidsinstallatie onverstaanbare toespraken, de als kraai vermomde studenten die de kist dragen. Tijdens de geheelonthoudersnazit hield ik het niet meer en nam ik de wijk.

En gleed uit in een plas op het marmeren bordes om me vervolgens, de kop vol gedachten, rechtstandig voorover in het grint te storten. Mijn vingers zijn blauw van het capucijners doppen, dacht ik nog. In het bushokje stond ik ­samen met een vrouw van gevorderde middelbare leeftijd op de bus te wachten toen een voorbijrijdende vrachtwagen zijn toeter liet horen, een ouderwets geluid. Ik heb een goede man en twee kinderen, ik heb hem nergens voor nodig.

Op een pleintje zie ik een vrouw met een hondje aan de lijn. Ze staat te bellen en draagt gouden instapschoenen met extreem ­hoge hakken die tegelijk doorzichtig zijn. Aan haar voeten ligt een voetbal. Gaat ze de bal een trap ­geven? Ik zal het nooit weten, want de bus is de hoek al om.

Bij zijn vierde poging bemoei ik me ermee. Wat me in de verbazingwekkende serie over kunstwerken in de stad die de krant deze zomer publiceerde het meest opviel, was hoe goed kunstwerken zich vaak weten te verstoppen. Bloem op de Maurits­kade, Abramovic in de Beethovenstraat, Van Elk voor het Stedelijk, ze waren alle drie aan mijn aandacht ontsnapt.

First things first en dus begaf ik mij naar het Stedelijk om daar op zoek te gaan naar Replacement Piece, een foto van een paar verwijderde tegels die de verwijderde tegels in kwestie vervangt. Langzaam fietsend volgde ik onder de rand van de Badkuip de rand waar de ene tegelsoort van het voorplein overgaat in een andere.

De langzame fietser trok het nodige bekijks, maar dat was niets vergeleken met wat er gebeurde toen ik de tegel had gevonden en afgestapt was om hem van nabij te bestuderen. Wie kijkt naar iets wat niet te zien is, moet wel van Lotje zijn. Buiten het museum wel te verstaan. Want toen wij een paar jaar terug in het Stedelijk op zoek gingen naar De goed gewreven vloersculptuur, ook van Van Elk, keek niemand daar raar van op.

Mijn kleindochter die toen nog klein was, vond de driehoek als eerste en markeerde hem met een paar uitbundige danspassen die in de vorm van een foto op mijn werktafel staan. De goed gewreven vloersculptuur is weer weg geloof ik.

Net als de Mars door Amsterdam van Wim T. Schippers die op vrijdag 6 december zes mannen vanaf het Centraal Station via Martelaarsgracht, Nieuwendijk, Dam, Kalverstraat en Reguliersbreestraat naar het Rembrandtplein voerde. De wandeling duurde zeventien minuten. Er is een filmpje van, maar dat is niet hetzelfde. Op het Haarlemmerplein stond een krul die er eerder niet was. Of vergiste ik me, en was ie er wel, maar had ik hem niet opgemerkt. Of was ik hem vergeten.

Een krul niet opmerken, lijkt me goed mogelijk, maar een krul vergeten? Ik weet het niet. Het was woensdag en dus hield de gezondheidsindustrie markt met biologische worst van vergeten diersoorten, ambachtelijke karnkaasjes en baarden achter de kramen.

Ik liep de Haarlemmer­straat in en probeerde me te herinneren hoe het was toen hier de tram reed. De Haarlemmerstraat hoorde toen nog bij de Jordaan en was vervallen, maar gezellig. De ellende kwam pas later. De drugs en verkrotting uit de dagen van ellende hebben ze eens proberen tegen te gaan door de buurt uit te roepen tot Zeevaart Kwartier.

Vandaar dat je op de straathoeken nog altijd scheepsschroeven, ankers, brulboeien, schoorstenen en hele reddings­boten kunt aantreffen van wie geen mens meer weet wat ze hier doen.

Je hoort dat het ten gevolge van de toeristen met hun rolkoffertjes niet goed gaat met de Haarlemmerstraat, maar ik loop er graag. Toen ik binnenkwam bij Jan van Egidius, of is het Egidius van Jan, zag ik tussen de kunst en de kunstboeken tot mijn verbazing een dienblad met potjes honing staan.

We hadden altijd honing van de kastanjes op de Herenmarkt. Toen werd het honing van de linden op de Noordermarkt en nu is het ­afgelopen. De imker moest zijn huis uit en hij heeft zijn bijen meegenomen. Lekker met een bijsmaak. Met het treinbaantje mee fietste ik in de richting van het Haarlemmermeerstation. De tuintjes langs de Schinkel lagen er paradijselijk bij. De appelen aan de appelbomen kleurden en de helianten stonden roerloos in het zonnetje. Een klein bootje tufte door het water.

Als mijn vader en moeder en ik met het treintje naar Aalsmeer gingen, kwamen wij van de andere kant. Hun fietsen zetten mijn ­ouders dan in de stalling tegenover de Gé van Génis. Op een dag zag ik achter de tralies de schim van een man. Plotseling drong het tot me door dat hij daar gevangen zat, dat hij niet weg kon. De ­gedachte maakte mij ernstig van streek. Mijn moeder probeerde me gerust te stellen door te zeggen dat het niet kon, dat ik een man ­gezien had.

Maar toch was het zo. De gevangenis is geen gevangenis meer, maar van de gedachte aan iemand die opgesloten zit, raak ik nog altijd overstuur. Omdat ik het volmaakte eierrekje waarover ik enige tijd geleden berichtte nog een keer wou zien, streek ik neer op het terras van ­café Bos op de hoek van de Vaartstraat.

Voor de deur ligt een klein stukje rails. Toen ik naar binnenging om het eierrekje te bekijken, bleken de eieren in een rieten mandje te liggen. Na mijn Klein gelukje waren de klanten plotseling aandacht aan het rekje gaan schenken. Ze tilden het op en bekeken de onderkant. En op een dag was het weg, pleite, verdwenen, kwijt. Maar zo zijn we niet getrouwd. Breng dat eierrekje terug, eierrekjesdief, en wel nu, want anders ben je er gloeiend bij en ga je naar de Gé van Génis.

Als de grote pauze kwam, gingen wij niet zoals de andere leerlingen van het Spinoza naar de kantine, maar liepen we naar het ­water waar we onze boterhammen aan de meeuwen voerden. Als dat karwei geklaard was, staken we het betonnen bruggetje over en liepen de Achillesstraat in tot de Tuyll van Serooskerkenweg. Daar, op de hoek met de Agamemnonstraat, zat de sigarenwinkel waar we ons halve pakje Golden Fiction kochten.

De sigarenboer vertelde iedere dag een mop. In ons portiek een eindje verderop staken we op en begonnen aan ons eindeloze gesprek over niets. We waren altijd met zijn drieën, mijn vriend en ik en Hannie die er eigenlijk niet bij hoorde, maar er wel bij was. Af en toe zei een van ons: Het wonderlijke is dat ik me precies herinner hoe Hannie die ik me nauwelijks herinner de mop vertelde. Zoals ik me ook herinner hoe Eva die al zo lang dood is de mop van de drie saxofonisten vertelde.

Ik meen dat het café Andries heette en ­tevens slijterij was. Vreemd hoe een mop het verleden terug kan brengen. In hetzelfde café vertelde Eva, die als gids op een rondvaartboot werkte, hoe ze aan het einde van de reis de toeristen de fooi uit de zak klopte. Terwijl ik over de Ruysdaelkade langs de meisjes liep, moest ik denken aan de vriend die hier lang geleden met zijn zevenjarige kleindochter voorbij fietste.

Zijn antwoord verdient een hoge notering op de daden-van- goed-grootouderschap top tien. Maar mannen die alleen zijn willen ook wel eens geknuffeld worden.

Bij de kapper had Alies uit Emmeloord die onder het knippen vaak zo gezellig met mij praat een hooggeleerde kennis onder haar blauwe lakentje. Ze was bezig hem een verhaal te vertellen over een Surinamer die op nieuwe schoenen in vijf dagen de Vierdaagse had gelopen, waarbij ze regelmatig een imitatie van de Surinamer in kwestie ten gehore bracht.

Ze had kennelijk gehoord wat ik dacht, want ik zat nog niet in de stoel of ze vertelde dat haar vader Surinamer was en dat ze het zich daarom kon veroorloven Surinamers te imiteren. Vervolgens begon ze over een verhaal over de kippen van de buren. Haar vader had vaak aangeboden de kippen te kortwieken, maar dat wilde de buurvrouw niet. Met als gevolg dat de kippen voortdurend in hun tuin zaten, en daar ook eieren legden. Eieren die de buurvrouw bij de moeder van Alies kwam opeisen.

Ik had eens een keer een ­afspraak met Maarten ­Asscher van de Athenaeum Boekhandel. Toen ik op de hoek van de Brouwersgracht op hem stond te wachten, zag ik hem al van verre de Keizersgracht afkomen. En zo was het. De man die geheel in zichzelf besloten voor mij uit over de Prinsengracht liep, had O-benen die maar aan een persoon konden toebehoren. We namen plaats op het dichtstbijzijnde terras en hadden het over de dingen waarover je het zoal hebt als je elkaar een tijd niet hebt gesproken.

Een paar jaar terug ben ik een paar keer te gast geweest in DWDD, maar daar moet Matthijs op de foto met zijn fans en heeft hij geen tijd voor praatjes. We haalden herinneringen op aan de aan de avond in Zaal Tamboer waar ik De Glazen School had voorgelezen, een lang gedicht over de kinderen met wie ik in de zesde klas van de lagere school heb gezeten, en aan het bezoek aan mijn geboortehuis in de ­Esmoreitstraat dat erop gevolgd was. Daarna ging het gewoon over de dood.

Over Martin Bril die de laatste keer dat Matthijs hem zag een witte baard had gehad. Die drie laatste dagen stonden Brils stukjes op de voorpagina van de Volkskrant. Als de koortsdromen van een stervende. Even ­ondoorgrondelijk als betekenisvol. Overal in de stad zie ik weer grote samenscholingen van kinderen, vooral bij schoolgebouwen, bij het Amsterdams, bij het Spinoza, het Montessori, het Fons Vitae, Gerrit van der Veen. De kinderen zien er allemaal fris gewassen en gestreken uit en ze kwetteren er vrolijk op los.

Het waren er zoveel dat het ganse raderwerk ontwricht leek te worden. Zal ik ze achterna fietsen, dacht ik, maar bij de Jan Luijken besloot ik toch rechtsaf te gaan. En zo bracht mijn fiets me naar het Roeterseiland, waar het overal Nieuwe Achtergracht bleek te heten. Moest je daar vroeger niet heen om doorgelicht te worden? Het was een drukte van belang op het eiland. Overal fietsen en scooters en studenten.

Geen volwassene te zien. Het is het eiland van de jeugd. Bij het Crea Café stond een jongen in een hesje het verkeer te regelen, het terras aan het water zat vol, een meisje viel van haar fiets en ik zweefde van brug naar brug over het water, tot ik ineens op de Plantage Muidergracht stond. Het geroezemoes dat van het eiland kwam, dreef door de straat, maar verder was het doodstil.

De dichter Adriaan Morriën woonde hier indertijd. Mijn eerste stukjes voor de krant moest ik bij hem thuis inleveren. Zou ik het huis nog herkennen, vroeg ik me af? Langzaam fietste ik richting Hortus.

In de stad gebeurt altijd van alles, behalve als er niks ­gebeurt. Is het erg als er niks gebeurt? Nee, dat is niet erg. Het was een lome zomerse dag en het zonlicht trok al strepen. In het Oosterpark zaten de jongelui in kringen in het gras met elkaar te praten en kwam mij over een van de paden een piepklein meisje tegemoet dat een piepklein gazen rokje droeg en met haar kleine voetjes reuzenstappen maakte.

Twee donkere jongens zaten op een bankje bier te drinken uit een fles. Verder gebeurde er niets. Ik liet het park achter me, stak de Linnaeusstraat over en reed de Eerste van Swindenstraat in.

Door de overloop van de Dappermarkt, denk ik. In de Javastraat is het meteen een stuk rustiger. Wegens honger en dorst streek ik neer op het terras van Bar Basquiat, schuin tegenover Lale Kasabi, een slager met een groentenwinkel voor de deur. Na de loempiaatjes fietste ik over de J. Aan een tafeltje onder een parasol at een man een ijsje. Op de Zeeburgerkade reed ik langs het haventje aan de ene kant en langs de gietijzeren overkapping, waarvan de delen de namen van de dagen van de week dragen aan de andere.

Het blauwe pontje aan het Azartplein was net weg. Voor Loods 6 lieten twee meisjes zich langs een laddertje in het IJ zakken. Af en toe kwamen ze het water uit om op hun telefoon te kijken, maar verder gebeurde er niets. Een van de mooiste wandelpaden van de stad loopt over de Nassau­kade langs de Singelgracht.

Ik zie er zelden iemand lopen en toch is het pad door mensenvoeten gemaakt. Als ik met mijn grootmoeder die op de Rozengracht boven de brandweer woonde naar oom Cees en tante Fietje ging die tegenover een jachthaventje op de Marnixkade woonden, gingen we bij de Nassaukade rechtsaf.

Het pad was daar maar een paar decimeter breed, en dat is nog steeds zo. Je loopt vlak langs het water en onder de bomen.

Door het water gaan bootjes, eenden, zwanen. In de verte staat de Westertoren. Het pad loopt helemaal tot aan de Willemsbrug, maar wij verlieten het ter hoogte van het Marnixplein. Daar aangekomen, zei mijn grootmoeder: Hij moest terug naar de Rozengracht. Het is wonderlijk hoe mensen kunnen vergroeien met het huis waarin ze wonen. Voor mijn grootvader was zijn woning aan de ­Rozengracht de beste plaats op aarde.

Hij kon hele blocnotes vullen met zijn zwierig geschreven naam en zijn adres daaronder: Maar toen hij het huis moest verlaten omdat hij de trap niet meer op kon, ging hij niet dood, maar verhuisden mijn oma en hij naar een huisje in de Louis Bouwmeesterstraat in Nieuw-West, waar hij het nog jaren druk had met het scherp opvouwen van de kranten. Geluk is als je een tientje vindt, maar spijt?

Als ik de Ferdinand Bolstraat uit fiets en dat kan weer sinds kort, komt onvermijdelijk het ogenblik dat ik de Singelgracht in beeld krijg. Het was een rank scheepje, met een dakterras als ik me goed herinner. In de tijd van de nachtconcerten in Amsterdam, zo eind jaren vijftig, begin jaren zestig, kwamen ­alle jazzgrootheden naar de stad, Louis Armstrong, Count Basie, Duke Ellington, Dizzy Gillespie, Ella Fitzgerald, maar ik heb ze niet gezien en niet gehoord.

Niet ­omdat ik geen kaartje had kunnen kopen, maar omdat ik niet wou. Ik was zo verschrikkelijk recht in de leer dat ik Dizzy Gillespie niet wilde zien omdat hij samen met Louis Armstrong speelde, en die zong, o gruwel, wel eens liedjes in een zangfilm.

Met types als Bing Crosby, om het nog erger te maken. Als we naar, ik noem maar wat, Sonny Rollins gingen en Teddy Wilson en Gene Krupa zaten in het voorprogramma, dan zaten wij het voorprogramma uit in de foyer. Ik denk vaak, en met groot plezier terug aan de concerten die ik heb bijgewoond, maar als ik denk aan wie ik allemaal had kunnen zien, voel ik schaamte en spijt.

Ja, in zijn jonge jaren haalde Guus vele stomme streken uit. Ik had een stuk De Witten­kade genomen, was toen de Tweede Nassaustraat in gegaan en kreeg zo ter hoogte van Checkpoint Charlie de Kattensloot in het vizier. De Kattensloot is een ongehoorde bak water met aan weerskanten een Jacob Catskade. Mooie kade, de Jacob Catskade. Langs de Kattensloot staan op zes glazen platen zes gedichten, maar Vader Cats is er gek genoeg niet bij.

De gedichten zijn tien jaar geleden geplaatst, op 23 september om precies te zijn. Ik was erbij, en ik was niet weinig trots, want een van de gedichten is van mijn hand. In die tien jaar was ik niet meer wezen kijken, maar nu was ik eens op inspectie gegaan.

Geheel overwoekerd door een vlinderstruik, zo bleek en dat beviel me wel. Twintig minuten later stond ik in de Jan van Galenstraat voor de Beltbrug naar de passerende ­jachten te kijken. Ik schoot in de lach. Waar je ook bent in de stad, overal zie je de reusachtige Waterpoort voorbij ­komen die in de Houthavens aan het verrijzen is.

Als je de zaak echt goed wilt bekijken, kan ik het terras van het Volkskoffiehuis op de hoek van Spaarndammerstraat en Spaarndammerdijk aanraden. Komt u ook nog eens in een volkskoffiehuis, wat niet vaak meer zal gebeuren, want het is een uitstervend genre. De Waterpoort is hoog, maar wordt nog twee keer zo hoog, is me verteld. Ik probeerde het me voor te stellen, maar het wou niet erg lukken. Zoals het me ook niet lukken wou de ingang van Zonnehoek te vinden.

Ik fietste met de sloten mee die het volkstuinencomplex omringen en belandde tenslotte in een zanderige berm langs een onbestemde snelweg, die ik op moest om bij de ingang te komen. Eenmaal binnen de poort bleek ik op de kruising te staan van Iris- en Dahlialaan. Ik voelde me meteen thuis. In de prachtige tuinen vol leverkruid en zonnehoeden, koeienogen, rubeckia en hier daar een dahlia, stonden piepkleine huisjes. Een vrouw die even verderop het onkruid uit het grint van het pad stond te schoffelen, vertelde dat je in de huisjes niet mocht slapen.

Om 8 uur moet iedereen weg zijn. Alles wordt steeds eenvoudiger en ­ingewikkelder tegelijk. De pinpas had ik inmiddels redelijk onder controle, maar nu hebben ze weer iets nieuws bedacht. Contactloos ­betalen heet het, en het vriendelijke meisje van het Vlaamsch Broodhuys op de Elandsgracht had het me uitgelegd. Van het Broodhuys begaf ik me naar Lindeman, waar ik het ­zojuist geleerde kunstje voor de tweede keer opvoerde.

Nog enigszins beduusd stond ik even later in de felle zon naar de prachtige standbeelden te kijken die onze zangers van het levenslied eren, alsmede de weergaloze accordeon van Johnny Meijer.

Ik hield van tante Leen, vooral als ze vergat dat ze van de Jordaan was en heel jazzy begon te klinken. Tante Leen had een café op de Nieuwendijk en als je maar lang genoeg bleef zitten, kwam soms het moment dat ze de microfoon pakte om te zingen. Heerlijk ogenblik, al zong ze nooit wat jij wilde ­horen.

Waarom eigenlijk niet, vraag ik me zoveel jaren later af. Bij boekhandel Premsela wil ik het boek over Prévert dat ik gekocht heb contactloos betalen. Maar nee, zegt de vriendelijke man aan de kassa, dat gaat niet, daarvoor is het bedrag te hoog. Georges Perec is van plan geweest een boek te schrijven waarin alle woorden van de Franse taal voorkomen. Mijn eigen niet ­gerealiseerde boeken zijn minder ambitieus: Van deze projecten zitten hier en daar aantekeningen in schriftjes en computer, maar de papegaai houdt me nog steeds bezig.

Zou het zijn omdat je hun gekrijs overal in de stad kunt horen? De eerste keer dat ik in het Vondelpark een papegaai zag, viel ik bijna van mijn fiets van verbazing. Toen ik erover schreef in de krant zei­ ­iedereen dat ik uit mijn nek lulde, maar inmiddels hebben de papegaaien mijn gelijk wel bewezen. Een dezer dagen kreeg ik van ­iemand het boekje Mijn eigen ­dierentuin van Théophile Gautier cadeau, een uitgave van De Wilde Tomaat.

In een van de verhalen vertelt Gautier dat hij de papegaai van een vriend te logeren krijgt. De kat des huizes kijkt een en ander een tijdje aan en besluit dan een aanval te ondernemen. Ze springt op de kooi en op dat moment roept de papegaai met zware stem: Het rinkelen van de bel kondigt aan dat de Wiegbrug opengaat en meteen zie je alle verkeer inhouden. Zal hij het halen of gaat zijn kop eraf? Al breiend volgen we het spektakel en er gaat een golf van opluchting door het snel aangezwollen publiek als hij het redt, dat was in de hoogtijdagen van de guillotine wel anders.

Iemand vertelt dat er laatst een fietser was die tegen de opengaande brug opreed en toen over het water naar de andere brughelft sprong. Zou het waar zijn, denk ik. Inmiddels is om mij heen de grote verbroedering begonnen. De boten varen voorbij en iedereen praat met iedereen. De bel die aankondigde dat de brug weer dichtging maakte een einde aan het feest.

Er klonk een applausje en na twintig minuten wachten ging een ieder tevreden zijns weegs. Hoe anders was het in de tram die dezelfde dag op de halte bij de Heineken Experience tot stilstand kwam en daar twintig minuten bleef staan omdat zich almaar nieuwe toeristen meldden die een kaartje wilden dat ze een voor een met een tientje betaalden. Tramoproer dreigde, helaas bleef het bij gemor. Bij het stoplicht dat maar niet op groen wilde springen, stond ik lekker te zingen. La Jeanne zong ik, een lied van George Brassens, de druipsnor van wie er altijd bij werd gezegd dat zijn chansons heuse gedichten waren.

Waarom zing ik niet gewoon De vlieger, denk ik wel eens, of Pappie loop toch niet zo snel, is het om te laten horen dat ik niet van de straat ben? Naast mij, voor hetzelfde stoplicht, stond een oude Indische dame.

Twee straten verder stond ik in een etalage naar een uitstalling van kleurpotloden te kijken toen een stofgrijze man de sleutel in een deur stak die me eerder niet was opgevallen. Niks als tengel, en riet en stof. Ik kwam een keer uit mijn werk en ik had een afspraak met de kapper hier aan de overkant, maar toen hij me zag, zei hij: En je spoelt het er zo weer af.

De Chinese meisjes bij ons op school zagen er leuk uit en ze hadden mooie namen als Ki Ki en Mei Mei, maar ze zeiden nooit niks. Omdat mijn vriend verliefd was op Shu Anni, een schoonheid uit een parallelklas, kenden we haar rooster uit ons hoofd, zodat we precies wisten uit welk lokaal ze tevoorschijn zou komen om zich naar de volgende les te begeven.

In het voorbijgaan schonk ze mijn vriend weleens een giecheltje, maar daar bleef het bij. Toen verzamelde hij al zijn moed en nodigden we haar uit voor een feest bij mij thuis. Ze zou komen, zei ze. Maar op de avond van het feest belde ze af. Het regende dus kon ze op de fiets niet komen. Dan neem je toch de tram, zeiden wij, maar dat kon niet, want ze wist niet hoe dat moest, ze had nog nooit in de tram gezeten. Shu Anni woonde in een de reusachtige villa op de hoek van de Stadionweg en de Diepenbrockstraat.

In de tuin staat een grote magnolia. Tot onze verbazing werden we op een dag uitgenodigd voor een feest in de villa. Terwijl mijn vriend een gesprek met Shu Anni uitprobeerde, gingen mijn vriendin en ik op zoek naar de ­afzondering waar we op dat ­moment zo ernstig behoefte aan hadden. We openden een deur en betraden een kaal vertrek, waar op een matje een Chinees naar een kleuren-tv zat te kijken. En welke deur we daarna ook openden, erachter zat op een matje een Chinees naar een kleuren-tv te kijken.

Tenslotte staken we daarom over naar het Beatrixpark en streken neer op het bankje vlak voorbij de ingang. Als het er nog staat, loop ik er zo naartoe. Het appartement in Ventimiglia waar wij onze vakantie doorbrachten, lag boven een schoenenwinkel. De weg naar buiten voerde door de schoenenwinkel, waar een jonge vrouw werkte die door mijn moeder meteen ­Gina was gedoopt.

En niet zonder reden. Gina leek sprekend op Lollobrigida, dezelfde haren, dezelfde mond, dezelfde rondborstige vormen, maar dan niet op film, maar in het echt. Een vervelende bijkomstigheid was dat Gina mij een leuk jongetje vond en dat liet blijken door me te zoenen. Jongens van elf willen niet gezoend, dus deed ik er alles aan om haar te ontlopen, maar merkwaardig genoeg lukte het haar iedere keer mij in haar armen te vangen, waarna ik haar, heftig tegenspartelend, een afdruk van haar roodgeverfde lippen op mijn wang liet drukken.

Gina van de schoenenwinkel aan de via Roma, hoe zou ik haar kunnen vergeten. In Ventimiglia scheen de zon en in het parkje bij het strand stond een kiosk waar ze ijs verkochten in bleke kleuren die van pistachegroen via chocoladebruin naar biggetjesroze liepen: We zaten onder een parasol aan een rond tafeltje en mijn vader en moeder dronken koffie uit kleine kopjes. De politie in Ventimiglia droeg witte uniformen en de zwarthandelaren die op de benzinebonnen van de toeristen uit ­waren, droegen slappe hoeden en hadden altijd een opgerolde krant bij zich.

De laatste drie dagen van de vakantie waren we met ons drieën. In de schemering zaten we op het balkon en luisterden naar de langs-schichtende gierzwaluwen. Als het karretje dat asti spumante verkocht zijn roep liet ­horen, ging mijn vader naar beneden en haalde een fles die we met zijn drieën opdronken; mijn vader en moeder een glas, ik een heel klein glaasje. Op de derde ochtend van onze zo avontuurlijke reis naar Ventimiglia beloofde mijn moeder de zee die ik alleen van de ansichtkaarten kende die mijn ouders me tijdens hun eerdere vakanties hadden opgestuurd.

Of de zee net zo blauw was als op hun ansichtkaarten, wilde ik weten. Dat was ie, zei mijn moeder, ik zou het zo wel zien. Yves Klein zag dezelfde zee in die dagen en signeerde hem als zijn eerste blauwe monochroom.

Toen we Ventimiglia binnen ­reden, zag ik overal kogelgaten in de muren van de huizen. Ik kon mijn ogen niet geloven, zoals ik ze ook wantrouwde toen we onze ­bagage naar het appartement brachten dat we gehuurd bleken te hebben. Het was groot met donkere schilderijen aan de wanden en overal wonderbaarlijke meubelen.

Een balkon keek uit over de via Roma. En toen liepen we door een park naar zee waar tante Mies en haar gevolg al onder hun parasol zaten. Maar wat kon mij het bommen. Ik dook in de diepblauwe golven en zwom.

Ik keek naar het blauw van de hemel en genoot. In de middag van de tweede dag van onze reis van ­Amsterdam naar Ventimiglia waar we met vakantie gingen, bereikten we Lyon. Dat is een stuk korter. En zo kwam het dat wij niet veel later op de Route Nationale 85 beter bekend als de Route Napoléon belandden. De Route Napoléon bleek geheel ­opgetrokken uit haarspeldbochten die klommen dan wel daalden en opmerkelijk vaak langs ravijnen voerden van het type waar Wim van Est een paar jaar eerder met gele trui en al was ingevallen, waarna zijn hart stilstond maar zijn Pontiac nog liep.

Het was tien uur en al aardig donker toen mijn vader de handdoek in de ring gooide en na smeekbeden van mijn moeder terugreed naar het hotel waar we een half uur eerder langs waren gekomen. Tweeënzestig jaar later vraag ik me nog altijd af of mijn vader echt dacht dat de Route Napoléon de kortste weg was. Ik heb zo mijn vermoedens. Het was vier uur in de morgen toen wij, uitgezwaaid door buren die speciaal waren opgestaan om ons te zien vertrekken, in onze Volkswagen de straat uitreden.

Ik zat achterin naast de enorme tas die mijn moeder in de week die aan ons vertrek voorafging had gevuld met eindjes worst, gebraden kippenpoten, stukken kaas en kaas in plakjes, hardgekookte eieren, thermoskannen, een met thee en een met water, plakken chocola, zuurtjes, brood en broodjes, een broodplank, een broodmes en servetjes niet te vergeten.

Ons kon niets gebeuren. Over de verlaten wegen reden we met honderd kilometer in het uur naar het zuiden. Dat twaalf uur per dag maakt zevenhonderd kilometer. Morgenavond zijn we in Ventimielja. Vlak voor de Belgische grens maakte zich een euforische opwinding van mij meester, zo meteen was ik in het buitenland, het buitenland, wie kon me dat nazeggen, Loekie niet, Rob niet, en Fred en Hendrik-Jan al helemaal niet. Een stempel in mijn paspoort en er kwamen er meer.

En vanavond sliepen we in een hotel! Drie jaar achter elkaar ging ik naar de vakantiekolonie van de speeltuinvereniging Amsterdam-Zuid in Valkeveen, maar de derde keer was de rek eruit. Op 23 juli stuurde ik een briefkaart naar mijn vader en moeder die in de Cercle Hollandais in Antibes verbleven. De stemming is hier niet al te best, dus heb ik geen erge pretttige vacantie, en dus nooit meer, volgend jaar ga ik maar liever mee Uw weet zeker wel dat Wagtmans zins Dinsdag de trui kwijt is en 5de staat.

En Nolten staat 7de. Het is wel jammer maar de postzegel heb ik al. De groeten van Guus. Hij verloor twintig minuten en zou later opgeven. Louison Bobet won de Tour, Jan Nolte werd 14de. Tot zover de statistieken. Ik ging weer naar school, naar de vijfde klas, waar ik vanaf dag een verwikkeld raakte in een loopgraven oorlog met de nieuwe onderwijzer. Thuis wachtte ik de berichten af van het vakantiefront.

Nee, en ook niet naar mijn opa en oma, ik wilde met mijn vader en moeder op vakantie, punt uit. Ergens in het voorjaar kwam het goede nieuws, we gingen naar Italië, met de auto. Het slechte nieuws was, dat de verschrikkelijke tante Mies en haar man en hun slome zoontje en zijn oppas ook meegingen, maar evenzogoed, we gingen naar Italië, waar ze ook een Rivièra hadden, we gingen naar Ventimiglia.

Wat is de Jan Luijkenstraat toch een heerlijke straat. Een langgerekte oase van stilte die de altijd drukke Stadhouderskade met de Van Baerlestraat verbindt. Een oase met kinderstemmen bovendien, en dat is nog beter, want mooier dan kinderstemmen in de stilte is er niet. Zonder slag of stoot staat de vrouw op en begeeft zich onmiddellijk naar economy-class.

De steward en de co-piloot vragen de piloot hoe hij dat in godsnaam geflikt heeft. Een echtpaar woont met hun 10 jarig zoontje in een klein appartement in de binnenstad. Om ongestoord seks te kunnen hebben besluiten ze het kind op het balkon te zetten, met de opdracht te vertellen wat hij zoal ziet. De jongen begint aan zijn commentaar: Slippertje Een jager komt thuis en vindt zijn vrouw in bed met één van zijn vrienden.

Hij neemt zijn wapen en schiet de man dood! Komt er een bloedmooie meid naast hem zitten.. Ik denk dat ik wat aan mijn nieren heb. Het is niet uw linker nier. Het is niet uw rechter nier. Maar het is een souvenir van een maand of vier.. Tot haar 16e blijft ze zeuren En op haar 17e komt ze thuis Ze lijkt wel een non! Jantje zeurt al maanden zijn ouders de oren van hun kop dat hij een broertje wil.

Op een dag is vader dat gezaag spuugzat. Hij roept Jantje en zegt: Tijdens het kraambezoek zegt Jantje tegen de buurman: Mijnheer pastoor wint een reis naar Zwitserland voor twee personen, en vraagt moeder overste mee. Daar aangekomen zijn alle hotels volgeboekt behalve één, waar de bruidssuite nog vrij is. Ze gaat dan maar akkoord en ze gaan naar de kamer. Daar aangekomen vliegt moeder overste naar het venster, Ze trekt het venster open en neemt een handvol sneeuw, ze trekt hare rok omhoog en smeert de sneeuw tussen haar benen.

Waarop mijnheer pastoor zijn broek laat zakken en zijne paternoster rond zijne piet draait. Een kroegbazin vraagt aan de enige klant in het café wat hij wenst. Maar hij sust haar, biedt zijn verontschuldigingen aan en bestelt een Duvel. Een tijdje later vraagt ze weer of hij wat wil. Tot ze nog eens vraagt of die gast wat wil. Die sla ik in het ziekenhuis. Hij wou ook flan tussen mijn kontkaaken smeren en dan alles oplikken. De pervert, die kan ineens zijn bodybag gaan bestellen.

Hij wou ook mijn muis vol Duvel gieten en dat dan in ene keer uitdrinken. Eigen dokterspraktijk Een automonteur komt van de dokter vandaan en denkt: Hij maakt reclame met: Als ik geen oplossing voor je heb krijg je van mij euro.

Hij gaat naar de praktijk toe van de monteur. Hij giet het goedje in de mond van de advocaat. Terwijl hij het uitspuugt zegt de advocaat: Dat is dan euro. De volgende dag, nog steeds verontwaardigd over zijn vorige bezoek bedenkt de advocaat een nieuw probleem en gaat opnieuw naar de dokterspraktijk van de monteur. Ik kan me niets meer herinneren. De derde dag gaat de advocaat een laatste poging doen om die euro te verdienen. Hij bedenkt weer een probleem en gaat naar de praktijk toe.

Mijn zicht gaat enorm achteruit. Hij overhandigt het geld en zegt: Dat wordt dan euro. Arthur is 75 jaar oud. Hij golft elke dag sinds hij 10 jaar geleden met pensioen is gegaan.

Op een dag komt hij terneergeslagen thuis. Mijn ogen zijn zo slecht geworden. Wanneer ik de bal geraakt heb, kan ik niet meer zien waar hij naar toe is gegaan. Terwijl ze gaan zitten, zegt ze: Hij kan me niet helpen. Hij legt de bal neer, maakt een krachtige zwaai, en staart met knijpende ogen het veld af. Hij wendt zich tot zijn schoonbroer: Een man zit in zijn stamkroeg aan de toog. Plots komt de mooiste vrouw die hij ooit gezien heeft de zaak binnen.

Hij denkt na hoe hij haar kan aanspreken en bestelt tenslotte één van de beste flessen champagne die het café te bieden heeft. Hij hangt er een briefje aan met de vraag of zij deze fles met hem wil opdrinken en laat de fles door de ober aan de vrouw in kwestie bezorgen.

Zij leest het briefje, glimlacht naar de man, schrijft een antwoord op het briefje en laat de ober het briefje terug bezorgen. Op het briefje schreef zij: Op mijn 8 verschillende rekeningen staat telkens meer dan een miljoen euro, ik heb vakantiehuizen op Tenerife, op Bali, in Rome, in Florida en ééntje in het Midden-Oosten. Maar nooit van mijn leven, zelfs niet voor de schoonste vrouw, laat ik 2 cm verwijderen!!! Voor eventuele aanwezige dames, dit is grappig bedoeld en een moderne geemancipeerde vrouw kan dit wel hebben: NIET om te lachen: Een EU ambtenaar gaat op pensioen, volgens de meest recente arbeidsovereenkomst, ,op 67 jaar; Belg, Duitser, Maltees of Bulgaar; whatever.

Voorbeelden van voorwaarden en weddes kunnen hier gevonden worden: Examens zijn niet van de poes, maar je "mag" twee jaar taalles volgen. Belastingen en bijdragen jawel aan de bron afgehouden. Dit betekent dat "ze" je niet meer lastigvallen. Betekent ook dat jij "hen" niet meer mag lastigvallen: Pfff, frustratieniveau effe laten zakken: Datzelfde geldt eigenlijk ook voor deze bijvoeging hé onze kamerleden kunnen met pensioen op Het kan dus vanaf 52 maar de meeste politieke beesten doen door tot ze er het bijltje bij neerleggen.

Het laagste van het laagste is nog altijd € Als dat netto is, zullen er velen van ons daar niet eens aan komen Moeten verhuizen naar Brussel of omstreken, indien een gezin dit ook meebrengen, vrienden en familie achterlaten idem voor de vriendkjes van de eventuele kinderen , een nieuw sociaal leven uitbouwen in een onbekend land, partner kan meestal niet werken in België enzovoort, enzovoort.

Zelf een vroeger expat geweest zijnde weet ik wat dat betekent. Als je slaagt, vraagt geen gsm, auto of laptop "van de firma". Wees al blij dat je een computer hebt. A lady walks into a BMW dealership. She browses around, spots the Top-of-the-line Beemer and walks over to inspect it. As she bends over to feel the fine leather upholstery, she inadvertently breaks Wind.

Very embarrassed, she looks around nervously to see if anyone has noticed her little accident and prays that a sales person doesn't pop up right now. As she turns around, her worst nightmare materializes in the form of a salesman standing right behind her. Cool as a cucumber and displaying complete professionalism, the salesman greets the lady With, "Good day, Madame. How may we help you today? Maar als je je doodstaart op die €, waag je kans zou ik zo zeggen. Consultant, dus ik betaal gewoon belastingen in Belgie Buiten het loon moeten die mannen ni afkomen met km vergoeding, kinder bijslag, hypo aftrek, indeed.

Europese school met beste opleiding. Toeslag bovenop je loon - Ziekteverzekering: Je kan ook aanspraak maken op vervroegd pensioen als je kan bewijzen dat je job nimeer nodig is Zo is "collega" 53yo.

DUDE, werk zelf als consultant, sinds 7 jaar, voor Europese instelling. Zo is "collega" 53yo Ik zoek nog een leuke nieuwe job ;: Het is daarom dat ik een stockwagen gekocht heb, zonder diplomatenkorting. Er zijn er inderdaad die de kantjes eraf rijden, maar weet dat de Brusselse politie tot frustratie van sommigen nu geregeld de buitenlandse nummerplaten eruit haalt.

Die krijgen inderdaad een nu tijdelijke en aflopende toeslag op hun loon. O ja, al ooit in het buitenland gewerkt? Vrouw meegenomen natuurlijk, die daarom haar werk opgeeft, kinderen in een vreemde klas in een vreemde kultuur? Waar praat je dan eigenlijk over? Voor niet-standaard consultaties moet je eerst toestemming vragen. En er is altijd een terugbetalingsplafond voorzien.

Het gros der troepen heeft een ordinaire PC met verouderde programma's. Zo is het beveiligd systeem aan het omschakelen van Windows naar Windows It's all IPhone, boy. Tsja, als consultant zal je enkel met de hoge pieten gewerkt hebben. Wat je niet krijgt kan je niet terug geven. Wagen van de firma? Tankkaart van de firma? Smartphone van de firma? IT gerief van de firma? Indien ja op vorige vragen: En dat sluit dit hoofdstuk "klagen omdat ik niet binnengeraak bij de EU" af.

Done, finished, over, closed. O enkel nog dit: Paddy, Niall and Liam are riding home from the pub on Paddy's motorbike when they're stopped by a traffic cop. A motorbike is great for quickly getting to the front of queues. The other people in the post office are always terrified though. It wasn't until I bought a motorbike that I discovered that adrenaline is brown. Brian always wanted a pair of authentic Harley Motorcycle Boots, so, seeing some on sale, he bought them and wore them home.

Walking proudly, he sauntered into the kitchen and said to his wife, "Notice anything different about me? It's hanging down today, it was hanging down yesterday, it'll be hanging down again tomorrow! Mannen zijn soms best te vertrouwen! Een vrouw kwam ’s avonds laat thuis,van haar werk,en heel zachtjes deed ze de deur van haar slaapkamer open,en er staken vier benen onder de dekens uit. Ze pakte een knuppel en begon zo hard als mogelijk, op de dekens te slaan. Daarna ging ze naar de keuken voor een dubbele whisky!

Toen ze in de keuken kwam…………………zag ze daar haar man zitten, de krant te lezen, hij zei: Karel gaat biechten en zegt tegen de priester: Om je zonden te vergeven zeg je 5 weesgegroetjes en je stopt zo 50 € in de kerkcollectebus bij de uitgang. Hij blijft er even bij staan en loopt dan de deur uit. De Priester, die hem nakeek en zag wat er gebeurde rende achter hem aan de kerk uit en zei: Je hebt niets in de collectebus gedaan!

In het circus wordt het wilde dierennummer gedaan door een aantrekkelijke goed geproportioneerde jonge vrouw, slechts gekleed in een minuscuul strak tijgervelletje. Deze dompteuse kan met haar zweepje de leeuwen de mooiste kunstjes laten doen. Aan het eind van de voorstelling krijgt ze een staande ovatie.

Vervolgens stuurt ze alle leeuwen de kooi uit behalve het grootste mannetje. Het publiek gaat weer zitten. Ze werpt haar zweepje weg, loopt naar de leeuw en opent de enorme muil. Vervolgens trekt ze haar tijgervelletje opzij, legt één van haar mooie borsten in de muil van de leeuw en steekt beide armen omhoog. Het publiek houdt de adem in; stel je voor dat de leeuw schrikt. Na enige tijd stopt ze haar borst weer in haar kledingstuk en krijgt wederom een staande ovatie, nu nog luider en langer.

Na het applaus neemt ze de microfoon en vraagt aan het publiek of er iemand is deze stunt ook zou willen doen. Iedereen gaat zwijgend zitten en kijkt vragend zijn buren aan.

Na enige tijd is er wat gestommel boven op de tribune en komt Gilbert naar beneden gelopen. Eenmaal beneden in de kooi vraagt zij hem lachend of hij de vraag wel gehoord heeft.

Een vrouw vraagt 's morgens aan haar man: Zegt de vrouw dan: Moeders oplossing Een koppel heeft ruzie gehad. De vrouw belt haar moeder en zegt: Ik kom bij jou wonen”. De trein Een boer is op zijn land bezig als een man hem aanspreekt: Ik krijg het raam niet open. Een lange, zeer lange stilte. Dan vraagt de man met gedempte stem: Hij heeft zijn pet afgezet en op zijn schoot gelegd.

Komt er een man aan die een biljet van 20 euro in Gerrit’s pet gooit en zegt: Even later komt zijn vriend eraan. Wat is er gebeurd? Zegt zijn vrouw tegen hem: Is er wat gebeurd? Waarop zijn vrouw zegt: De eerste nacht krijgen ze een voorstelling van het stormachtige liefdesleven van het jonge paar, waar hun oren van klapperen.

Ook de volgende vijf nachten kunnen De Beer en zijn vrouw geen oog dicht doen. Ten einde raad gaat mevrouw De Beer naar haar buurvrouw: Een mooie vrouw ,Ingrid, komt bij haar gynaecoloog voor een jaarlijks routineonderzoek.

Hij onderzoekt haar en stelt vast dat ze twee tattoo’s heeft op de binnenkant van beide dijen. De Bruyne en Hazard, waarvan ik grote fan ben”.

Ingrid geraakt in extase en met een zwoele blik kijkt ze de gynecoloog diep in de ogen en zegt: D waar dadde gij op let: Hij is 80, zij is Het was het gesprek van de dag toen de oude man van 80 jaar trouwde met het meisje van Na een jaar beviel ze in het ziekenhuis van haar eerste kindje. De verpleegster feliciteerde de oude man en zei: Een ouwe vos of een dom blondje?

Een 60 plusser loopt een juwelierszaak binnen met aan zijn arm een beauty van een jonge dame. Hij zegt tegen de juwelier dat hij iets speciaals zoekt voor zijn vriendin. De juwelier kijkt in zijn voorraad en brengt een ring van euro. De juwelier gaat naar achter en komt terug met een ring van euro. De ogen van het meisje glinsteren en ze is er helemaal opgewonden van, bij het zien van deze ring. De juwelier vraagt hoe de man dit wil gaan betalen.

Hij krijgt als antwoord: Maandagmorgen belt de juwelier de oudere man op en vertelt dat het geld niet op de rekening staat.

De oudere man antwoordt: Ik heb een schitterend weekend gehad!! Vier broers verlieten het ouderlijk huis om te gaan studeren. Alle vier werden succesvolle, welgestelde dokters en advocaten.. Op een dag komen ze bij elkaar, en gaan uit eten, ze vertellen elkaar welke mooie cadeaus ze hun oude moeder, die ver weg in een andere stad woont, met Kerstmis hebben gegeven Ik heb een groot huis voor mamma laten bouwen.

Ik heb voor honderd duizend euro een filmzaal in dat huis voor haar laten inrichten. Ik heb mijn Mercedes dealer opdracht gegeven om een luxe cabriolet bij haar af te leveren.

Wel, jullie weten hoe graag mamma de Bijbel leest, omdat haar ogen zo slecht geworden zijn kan ze dat niet meer doen, ik kwam onlangs een priester tegen, die me vertelde over een papegaai, die de hele Bijbel kan opzeggen. Het heeft twintig paters 12 jaar gekost om het hem allemaal te leren, maar nu is ie zó goed, dat je alleen maar het hoofdstuk en vers hoeft te noemen, en hij zegt het op.

Ik heb moeten beloven dat ik twintig jaar lang ieder jaar honderd duizend euro aan de kerk zal geven om hem te krijgen, maar ik vond dat mamma dat dubbel en dwars waard is. Kerstmis is voorbij, en mamma stuurt haar jongens een bedankbriefje Jan, het huis dat je voor me gebouwd hebt, is zo enorm groot, dat ik er maar één kamer van gebruik, al moet ik wel het hele godganse huis schoonhouden.

Piet, ik ben te oud om op reis te gaan, en mijn boodschappen worden thuis bezorgd, dus de Mercedes staat buiten te roesten. Maar het was een aardig idee. Karel, die filmzaal heeft Dolby geluid, en er kunnen wel 50 mensen in. Maar al mijn vrienden en kennissen zijn dood, ik ben stokdoof, en praktisch blind, dus ik kom er nooit. Maar bedankt voor de goede bedoeling! Mijn lieve Henkie, jij bent de enige zoon, die genoeg om me geeft om iets te bedenken waar je me echt een groot plezier mee kon doen!

De kip was héérlijk! Een echtpaar vierde hun jarig huwelijksfeest. Ze hadden geen kinderen. De man vroeg zijn vrouw wat ze als cadeau wenste. Ze wilde een schilderij van hen samen. Ze gingen naar een kunstschilder om te poseren. Het portret van de man was klaar, van de vrouw nog niet, zij ging nog een keer alleen.

De schilder vroeg of ze tevreden was. Ja, maar ze had nog een wens. Toen het schilderij klaar was, gingen ze het halen. De man bekeek het kunstwerk, was tevreden over het resultaat, maar vroeg zijn vrouw: Sooike den hakkelaar zit 's avonds altijd in zijn stamcafe "het hangerke" hij drinkt daar een Duvel of 5, als hij naar huis gaat vraagt hij steeds" hoe hoe hoe v v v veul m m m mut te k k kik b b be t talen? Als de cafebaas vraagt "Sooike hoe ist ermee" steekt Sooike zijn rechterduim omhoog als teken dat alles goed is.

Gaat Sooike 's avonds naar huis zegt hij "betalen". Zo gaan de dagen voorbij en Sooike heeft nog steeds niet gehakkeld. De cafebaas krapt in zijn haren en denkt morgen heb ik het aan mijn kl.

Zateragavond komt Sooike binnen en denkt straks hebbe kik gewonnen; de cafebaas suft zijn eigen bijna ziek tot hij laat op de avond iets te binnenschiet en zegt: Een vader koopt een robot, annex leugendetector die mensen slaat als ze liegen. Hij besluit om het die avond tijdens het eten direct uit te testen.

Ik heb bij een vriend thuis films zitten kijken. Op jouw leeftijd wist ik niet eens wat porno was” De robot slaat de vader. Moeder lacht en zegt: De robot is nu te koop Tijdens een familiebijeenkomst zit iedereen gezellig aan tafel voor een heerlijk diner. Het jongste meisje van de familie zit er wat beteuterd bij, met het hoofd naar beneden, en zegt geen woord. Mama vraagt haar wat er scheelt, en tussen haar tanden zegt ze verlegen tegen haar moeder dat ze geen maagd meer is!!

De moeder wordt bleek, slikt onwennig, en al bibberend stamelt ze tegen haar man: Wat heb jij daarop te zeggen? Want gij laat ze maar nagellak en lippenstift opdoen, korte rokjes dragen, spannende bloesjes, en weet ik veel. Ze ziet er soms uit als een straatmadelief!! Een stichtend voorbeeld voor uw dochter is dat ook niet!!

Grootmoeder is er ondertussen bijgekomen en tracht het kleine meisje wat te kalmeren. Ze fluistert zachtjes in haar oor: Nu wordt iedereen rond de tafel lijkbleek, en al stotterend vraagt de grootmoeder: Een man gaat naar de huisdokter omdat hij een uitsteeksel krijgt op zijn voorhoofd.

De huisdokter bekijkt hem aandachtig en zegt. Dit komt héél zelden voor, maar er ontwikkelt zich een tweede penis op je voorhoofd. Ik raad je aan om veel te lezen. Thuis vertelt de man wat de huisdokter gezegd heeft aan zijn vrouw, die zegt. Wat is dat voor onzin,en waarom zou je veel moeten lezen tegen deze kwaal? De man wil een tweede opinie en gaat naar de spoedafdeling van het ziekenhuis.

De arts van wacht onderzoekt hem en zegt. Dit heb ik nog nooit gezien,maar ik heb er al wel over gelezen. Je ontwikkelt een tweede penis op je voorhoofd,dat komt maar voor bij 1 op de 5.

De man vraagt of er iets aan te doen is en de arts zegt. Voor zover ik weet niet,maar begin vooral véél te lezen. De man laat het daar niet bij en gaat naar een universitair ziekenhuis. De specialist onderzoekt hem,neemt scans enz. Nadien zegt hij tegen hem. Dit is zeer uitzonderlijk,maar je ontwikkelt een tweede penis. Je moet onmiddellijk beginnen met zoveel mogelijk te lezen!

Wanhopig roept de man. Maar waarom moet ik persé zoveel beginnen lezen? Waarop de specialist antwoordt. Doe het nu het nog kan,want binnenkort zullen je ballen voor je ogen gaan hangen. Een neger belt naar zijn moeder. Je vrouw zal de ziekte doorgeven aan jouw broer. Jouw broer aan onze meid, Onze meid aan jouw vader. Jouw vader aan mijn zuster, Mijn zuster aan haar man. Ik aan onze tuinman.

Onze tuinman aan jouw zuster. En als jouw zuster AIDS krijgt Een man in Eindhoven belt daags voor zijn 65e verjaardag zijn zoon in Parijs en zegt: De zoon belt als de bliksem zijn zus die zowat explodeert aan de telefoon. Je doet helemaal niks voor dat ik er ben. Ik bel mijn broer terug en wij zijn er morgen en voor die tijd doe je helemaal niks, versta je?

Grijnst tegen zijn vrouw en zegt: Ze zijn op mijn 65ste verjaardag hier en betalen zelf hun reis! Een man komt thuis van het werk en zegt tegen zijn vrouw: Schatje, ik heb een nieuwe secretaresse. En weet je wat? Ze had een paars-witte bh aan! Weet je wel, de kleuren van Anderlecht. Nou ja, het stelt niet zo veel voor, maar het gaf me toch een goed gevoel. Ze heeft ook een slipje in de kleuren van Anderlecht!

Goed, het stelt natuurlijk niet zo veel voor maar het gaf me toch een goed gevoel. Zijn penis is 5 cm langer dan die van jou. Goed, het stelt natuurlijk niet zo veel voor, maar het gaf me toch een goed gevoel!

Er komt 'n man bij de dokter en zegt: Is dat geen mirakel??? Vraagt de vrouw verbaasd: De man vraagt even verbaasd: Vrouw op doktersonderzoek Tijdens een medisch onderzoek zegt de dokter: Steek gewoon alleen je tong uit!

Toen de man de piano nakeek, haalde hij er 3 vibrators uit. Toen hij vertrok gaf hij ons, uit dankbaarheid, deze 3 toestellen en zegde: De uitvinder van de Harley-Davidson, Arthur Davidson, stierf en ging naar de hemel. Bij aankomst aan de hemelpoort zegt Sint Pieter: Arthur dacht even na en zei: Sint Pieter bracht hem naar de troonzaal en stelde hem voor aan God. God herkende Arthur en sprak tot hem: Het is een onstabiel voertuig, lawaaïerig en luchtvervuilend, gecompliceerd in onderhoud met een te hoog verbruik… Arthur, een beetje verveeld met dit commentaar, repliceerde: God dacht even na en antwoordde: Beard rule 47 Voor sommigen onder ons waarschijnlijk al bekend.

Charel gaat naar zijn dokter en vraagt hem: Als Charel zijn onderbroek uittrekt, reageert de dokter verbaasd: Dan leggen we ons geslachtsdeel op de bar en dan fluit de barman. En wie hem het laatste wegtrekt, krijgt een klop met de hamer. Ik kom voor mijn oren, want ik hoor het fluitje niet!

Hij woonde bij zijn vader en werkte voor het familiebedrijf. Toen hij het fortuin van zijn vader zou gaan erven, besloot hij een vrouw te zoeken om zijn fortuin mee te delen. Op een zakendiner viel zijn oog op de mooiste dame die hij ooit gezien had. Haar schoonheid was adembenemend.. Hij benaderde haar en fluisterde in haar oor: De dame was zeer onder de indruk en vroeg hem zijn visitekaartje. Tien dagen later huwde ze met De Moraal van dit verhaal: Vrouwen zijn veel beter dan mannen in financiële planning: Een man zit in 't cafe te drinken en moet na een tijdje naar de wc.

Hij staat op van de barkruk en wankelt naar het toilet. Daar aangekomen kotst hij zijn hele pak onder. Hij begint direct te zuchten dat zijn vrouw hem vermoordt als ze ziet dat ie z'n kleren onder gekotst heeft.

Een andere kerel die staat te pissen kijkt hem aan en zegt: Steek een briefje van 50 in je borstzakje en zeg tegen je vrouw dat iemand anders dat heeft gedaan en dat je 50 euro hebt gekregen om je pak te laten stomen". Goed plan, denkt hij bij zichzelf, en hij gaat weer aan de bar zitten en drinkt er nog een paar. Zwaar in de olie keert hij laat in de avond naar huis, waar hij zijn vrouw boos aantreft. Als ze zijn kostuum ziet, begint ze tekeer te gaan zoals hij al vermoedde, maar hij sust haar en vertelt haar dat iemand anders op zijn pak kotste en dat die persoon hem 50 euro heeft gegeven om zijn pak te laten stomen.

Zijn vrouw kijkt naar het borstzakje en ziet daar 2 briefjes van 50 euro zitten, dus vraagt ze waarom er dan euro in zit. O ja, antwoordt hij, er heeft ook nog iemand in m'n broek gescheten!!! Twee bevriende koppels spelen kaart. Bob laat zijn kaarten op de grond vallen en bukt zich om ze op te rapen onder de tafel. Daar merkt hij op dat de vrouw van Dave, de mooie Gina, geen slipje draagt!

Geschrokken bonkt hij met zijn hoofd tegen de tafel en is even verward. Even later gaat hij naar de keuken om enkel flesjes bier te halen. Gina volgt hem en vraagt: Gina stelt voor dat hij op vrijdag namiddag om 14 uur tot bij haar zou komen want dan werkt Dave langer. Wanneer Bob op vrijdagnamiddag aanbelt opent Gina de deur in zwarte lingerie. Bob overhandigt haar de euro en volgt haar naar de slaapkamer en daar bedrijven ze de liefde in alle mogelijke posities, gedurende 2 uur!!!

Daarna vertrekt Bob wijselijk … Dave komt thuis rond 18 uur en vraagt aan Gina: Na diene kak in de winkel moogt het filmpje stoppen, is niets meer aan vanaf daar ;. Een leuk POV filmpje om de feestdagen mee af te sluiten. Een bejaard echtpaar brengt hun vakantie door in Jeruzalem.

Plots sterft de vrouw. De begrafenisondernemer zegt tegen de man: De man denkt even na en zegt: Ik ga dat risico niet nemen! Chocolademelk en viagra Een man komt zijn vader van 84 jaar bezoeken in het rusthuis. Terwijl hij daar is, merkt hij op … dat een verpleegster hem een kop warme chocolademelk brengt en een viagra pil. De man is stomverbaasd en vraagt: Zegt het ene meisje: Het was een hete zomerdag geweest … en net toen mama haar kleine spruit in bed wou stoppen, … brak een hevig onweer uit.

De kleine jongen was doodsbang en met een trillende stem vroeg hij: Nadat ze naar elkaars gezondheid hadden geïnformeerd, vroeg de ene hoe het ging met de andere haar man. Fred is vorige week gestorven. Hij ging in de tuin een bloemkool uit de grond halen voor het middageten, … kreeg een hartaanval en viel te midden van de groentetuin dood neer. Wat heb je toen gedaan? De buurman, die in zijn tuin aan het werk is, ziet haar liggen, en zegt: Juffrouw Lieve vraagt aan de kinderen van de vijfde klas: Lowieke, op de tweede rij, zegt: Harde maar klare waarheden!

Een Brit wonende tussen Brugge en Antwerpen, is zwaar onder invloed van alcohol en ziet er niet uit. Een politieman houdt de auto aan, stelt zich voor en vraagt: Met een dikke tong antwoordt de man: Daarna gedurende het banket heb ik 3 flessen gekraakt Om te eindigen gedurende het feest, heb ik 2 flessen Johnny Walker black label keizer gemaakt. Een jonge vrouw komt bij de dokter voor haar jaarlijks onderzoek.

De dokter is afkomstig en woonachtig te Brugge en spreekt nog de streektaal. Hij zegt aan de jonge vrouw: De dokter onderzoekt en betast haar onderbuik. Daar het onmogelijk is om 17 paarden te delen door 2, door 3 of door 9, beginnen de problemen tussen de drie zonen. Op een gegeven ogenblik beslissen ze ten einde raad om hun buur, ook een landbouwer Juul, wiens intelligentie ze al lang bewonderen, om raad te vragen, in de hoop dat die een oplossing kan vinden.

De boer neemt het testament en leest het aandachtig, na enkele ogenblikken gaat hij thuis zijn eigen paard halen en voegt het toe aan de zeventien andere. Nu staan er 18 paarden in de wei. Vanaf nu wordt het mogelijk voor de erfgenamen om tot de verdeling over te gaan, zoals voorzien in het testament van hun vader. Voilà, 't is nu aan u Een echtpaar winkelt in de plaatselijke Colruyt. Op een bepaald moment neemt de Jos een bak Duvel en plaatst die in het winkelkarretje. Een paar gangpaden verder neemt Yvette een pot gezichtscrème van 50 Euro en zet die in het winkelwagentje.

De passagier op de achterbank van een taxi buigt voorover en tikt de chauffeur op de schouder om hem een vraag te stellen. De chauffeur schreeuwt het uit, verliest de controle over het stuur, vermijdt juist een passerende autobus en stopt op het voetpad op enkele centimeters van een winkelraam!

Na enkele ogenblikken van volledige stilte zegt de chauffeur met bevende stem: De passagier verontschuldigt zich en zegt dat hij werkelijk niet kon voorzien dat een lichte schouderaanraking zulke gevolgen kon hebben. Het is vandaag mijn eerste dag als taxichauffeur Een blondje, Natascha, krijgt een baan als fysiektrainer voor tieners. Op haar eerste dag ziet ze aan het uiteinde van het sportveld een jongen helemaal alleen staan terwijl al de anderen achter een bal lopen en zich amuseren.

Natascha heeft medelijden met de jongen en gaat met hem praten. De jongen kijkt verbaasd naar haar en zegt: Ben ik geen Heer? Een kerel ligt bloot te zonnen, ergens aan een naaktstrand. Maar omdat zijn "edele delen" in de loop der jaren niet al te veel zon hebben gezien legt hij er uit veiligheidsoverwegingen toch maar een strooien hoed over.

Komt er een dame voorbij, uiteraard ook naakt en zij zegt spottend tegen hem. Zullen we de brievenbus ook maar even wassen, mevrouw? Ze werpen de inhoud op de grond en beginnen er op te trappen. De apotheker weet niet wat hij ziet en vraagt wat dat te betekenen heeft. In de trein zit een oud gerimpeld mannetje. Komt er een bloedmooi meisje in minirok tegenover hem zitten.

Het meisje kijkt naar de man en ziet plots al zijn rimpelswegtrekken. Mijn pa en ma hebben elk een auto, we hebben een mooi huis en gaan veel op vakantie! Jefke haast zich ook: Wij zijn nog veel rijker, mijn pa en ma hebben ook elk een auto, maar ook elk een motor, we hebben een huis, en een appartement aan de kust en gaan ook heel veel naar het buitenland op reis. Daarbovenop krijgen wij een auto als we 18 zijn.

Mijn zus kwam verleden week met haar nieuwe Marokkaanse vriend thuis en weet je wat mijn pa nadien zei? Er was een echtpaar 50 jaar getrouwd en men had hem gevraagd een grappig verhaal te schrijven. Het was geweldig om te doen en hij kreeg heel enthousiaste reacties. Na afloop van het optreden staat hij te praten met de bruidegom. Ik vind dat erg bijzonder, maar mag ik u eenbrutale vraag stellen?

Ik wil toch eens weten wat mij zoal te wachten staat. Kijk, toen ik een week getrouwd was, was het SMS Wat bedoelt u precies? En nu ik 50 jaar getrouwd ben is het Soms Met Sinterklaas.

Kareltje is op kamp brief aan zijn ouders. Lieve mama en papa, We moeten U van onze jeugdleider een briefschrijven, om jullie gerust te stellen, in geval jullie de overstroming hebben gezien in het nieuws.

We maken het goed. Er is maar één tent weggespoeld en ook twee slaapzakken. Gelukkig is niemand verdronken. Toen de overstroming gebeurde, waren we juist op de berg naar Bartje aan het zoeken. Oh ja, bel je even naar de mama van Bartje om te zeggen dat hij het goed stelt? Hij kan namelijk geen brief schrijven met zijn twee gebroken armen. Ik heb mogen meerijden in de jeep van de reddingswerkers.



maagd neuken opa kleindochter sex

Hij koos voor een romantische plek met een waterval. Prachtig natuurlijk, maar dan moet je ook goed opletten met al dat water om je heen.. Isaiah deed het huwelijksaanzoek, maar de verlovingsring heeft uiteindelijk nooit om de vinger van Grace gezeten. Ze accepteerde het aanzoek wel, maar de ring viel kort daarna in het water.

De ring is daarna nooit meer gevonden, maar gelukkig gaat het huwelijk gewoon door. Het koppeltje is nog verloofd en hoopt binnenkort te gaan trouwen. Het is nu officieel bekend  dat er een boksmatch aankomt tussen  Soulja Boy  en  Chris Brown. De twee hebben sinds een week beef en gaan dat face-to-face uitvechten. Soulja Boy regelde Floyd Mayweather al als trainer. En nu heeft ook Chris Brown een geschikte trainer gevonden.

Bokser  Floyd Mayweather  heeft geld ingezet op de winst van Soulja, en schijnt hem ook te gaan trainen. Soulja lijkt zo overtuigd van zijn eigen succes, dat hij al een miljoen dollar op zichzelf heeft ingezet.

Het gewonnen geld, dat bestaat uit de inzet van Soulja Boy, Mayweather en 50 cent, zal gaan naar een goed doel. Toen 50 cent hoorde dat Floyd Mayweather Soulja Boy zou gaan trainen, ging hij ook op zoek naar een trainer voor Chris Brown. Op Instagram heeft 50 nu een filmpje geplaatst waarin hij bekend maakt dat hij niemand minder dan Mike Tyson heeft geregeld als trainer van Chris Brown. In een ander filmpje is een deel van het telefoongesprek te horen: De hele ruzie tussen Soulja Boy en Chris Brown begon toen Soulja een foto van Chris' ex Karrueche likete en reageerde met een 'heart eyes' emoji.

Het gevecht zal naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden in maart , maar er zijn ook  geruchten  dat de twee rappers het al op 28 januari tegen elkaar zullen opnemen. Ronnie Flex  was vorige week de eerste DiXte van het jaar met zijn nieuwe nummer  Energie! Energie staat op nummer één in de hitlijsten en de clip heeft al ruim 1 miljoen views op Youtube.

In een interview vertelt Ronnie over zijn tour, nieuwe album en aankomende samenwerkingen. Binnenkort gaat hij touren met een live band. Het brengt de muziek echt naar een nieuw level. Normaal zijn al mijn shows opgebouwd op het explosieve gedeelte. En nu is het echt gewoon live muziek. Ronnie begint zijn tour op het Noorderslag Festival, waar hij vorig jaar uitgefloten werd omdat hij de Popprijs gewonnen had. Dit jaar wil hij een revanche. Maar wat ik nu probeer te doen is het tegendeel bewijzen.

Nu kom ik met een band. En ik weet zeker dat de mensen die het vorig mijn muziek ontoegankelijk vonden, het dit jaar wel toegankelijk zullen vinden.

Hopen dat ze niet weglopen, maar als ze dat wel doen dan is het een reden om volgend jaar met violen te komen. Ronnie werkt momenteel aan een nieuw album waarvoor hij met verschillende mensen samenwerkt. Eén daarvan is natuurlijk Frenna, ook Lil Kleine komt op zijn album terug en volgens Ronnie komt er ook "zeer zeker een samenwerking met Broederliefde".

Maar er is nog een verrassende samenwerking, namelijk samen met zangeres Anouk. Michelle Obama heeft haar laatste speech gebruikt om de Amerikaanse jongeren moed in te spreken. Dat deed ze met de boodschap dat educatie en hard werken belangrijk is. Ook zei ze dat jongeren vertrouwen moeten hebben in de toekomst. De emotionele speech gaf ze tussen tientallen schooldecanen in. Je hebt het recht om precies te zijn wie je wil zijn.

In haar speech sprak ze over diversiteit van achtergronden, culturen en religies. Ze herinnerde iedereen er aan dat Amerika een echt immigratieland is waar iedereen met hard werken en een goede opleiding alles kan kan bereiken.

Haar laatste boodschap was de kracht van hoop. Michelle Obama zei dat jongeren nooit hun hoop mogen verliezen, ook niet bij tegenslagen en moeilijkheden. Hoop is volgens de First Lady de kracht geweest van haar en Barack Obama de afgelopen jaren.

Het was onze hoop dat als we hard genoeg zouden werken en in onszelf zouden geloven, we alles konden zijn. Wat we ook droomden en ongeacht alle beperkingen die anderen op ons legden. Voor het eerst vertelt Kim Kardashian over de gewelddadige overval in Parijs. Dat is te zien in een trailer van het aankomende, nieuwe seizoen van  Keeping Up With The Kardashians. Ook zie je in het voorproefje een shot waarin Kim krijgt te horen dat Kanye West in het ziekenhuis is opgenomen.

In de trailer zie je Kim geëmotioneerd aan haar zussen Kourtney en Khoé vertellen over de overval. Er is geen manier om te ontsnappen".

In het volgende shot zie je de reactie van Kim als ze te horen krijgt dat haar liefje Kanye is opgenomen in het ziekenhuis. Wat is er aan de hand? De heftige gebeurtenis schijnt Kim K.

Ze heeft drie maanden bijna niks van zich laten zien op social media en liet zich amper aan de buitenwereld zien. En de keren dat Kim zich aan het publiek liet zien, droeg ze sobere outfits, weinig make-up en geen juwelen.

Een insider van de Kardashian familie vertelt in een interview  dat deze rustige tijd Kim goed heeft gedaan. In het begin was ze gechoqueerd en kon ze alleen nog voor haar kinderen zorgen.

Later realiseerde ze zich dat ze eigenlijk houdt van dit langzame leven. Ze is heel dankbaar dat ze de laatste maanden zoveel tijd met haar kinderen heeft kunnen doorbrengen. Ze neemt minder werk aan en lijkt zich gelukkiger te voelen met deze betere balans tussen werk en privé. De collabo staat op Jeremih's laatste album Late Nights: Daarop creëert hij vibes uit het nachtleven van verschillende Europese steden.

Ooit gehoord van calisthenics? De outdoor work-out is al een aantal jaar opkomend en nu is het zelfs zover dat er een film over wordt gemaakt.

De Rotterdamse René zit hierachter en hij is nu een crowdfunding-actie gestart om de film te kunnen realiseren. Jeansen kon natuurlijk niet het Zuiderpark uitlopen zonder zelf aan de calisthenics-rekken te hangen. Ryan Babel is enorm trots dat hij terug is op topniveau bij zijn nieuwe voetbalclub Beşiktaş. In een nieuwe 'vlog' neemt hij fans mee achter de schermen om te laten zien hoe hij tekent bij de Turkse bond en hoe zijn optreden bij het tv-station van het team verloopt.

Vevo vuurde zoveel mogelijk vragen af op zanger Tory Lanez binnen 60 seconden. Maar zijn antwoord op de vraag wat zijn favoriete plekje is, is zo spontaan dat hij zichzelf verrast. Als je in de schulden zit, of even wat minder geld te besteden hebt, dan sta je vaker voor dilemma's.

Ga je wel of niet die nieuwe broek kopen, uit eten met je partner of mee uit met je vrienden? Reporter  Vanessa  vroeg in Amsterdam aan de mensen op straat hoe zij zich voelen als ze minder geld te besteden hebben. En maakt geld wel of niet gelukkig? Als je geen familie of partner hebt, dan maakt geld niet gelukkig.

Schulden hebben is al vervelend genoeg. Maar vaak komen er ook nog psychische problemen bij kijken. Azzedine el Haddar is hulpverlener bij Dynamo in Amsterdam en heeft elke dag te maken met jongeren die in financiële problemen zitten. Rutger sprak hem er in Jouw Stad Amsterdam over. Welke schulden heeft deze persoon? Vervolgens maak ik een plan van aanpak en zoek ik naar de juiste weg om de schulden op te lossen.

De jongeren die Azzedine helpt, hebben vaak rond de Vaak is het voor de jongeren lastig uit de schulden te komen, omdat ze geen stabiele situatie hebben.

Ze hebben geen vast werk of kunnen hun opleiding niet afronden vanwege problemen. Deze lastige periode kan uiteindelijk psychische problemen veroorzaken. Dat komt doordat jongeren dan in een uitzichtloze situatie zitten. De schulden stapelen zich op en omdat ze niet weten hoe het verder moet, steken ze hun kop in het zand. Hoe komen deze jongeren uit dit psychische dal? Hulpverlener Azzedine verwijst jongeren vaak door en vraagt of ze zelf behoefte hebben aan extra begeleiding.

Schuldhulpverlening is meer dan alleen schulden oplossen. Wij werken samen met veel verschillende instanties die op dit gebied gespecialiseerd zijn.

Een laatste advies van Azzedine is dat je bij schulden moet communiceren met familie en vrienden. De eerste stap naar een oplossing is om erover te praten.

Het laatste dat je moet doen is je kop in het zand steken, want daar kom je juist niet verder mee. De beef tussen Soulja Boy en Chris Brown lijkt uit te lopen op een ouderwetse beat down. De twee gooiden de afgelopen week via social media met modder naar elkaar, maar gisteren maakten ze officieel bekend dat er een face-to-face boksmatch aankomt tussen hen, vermoedelijk in Las Vegas.

Toen 50 hoorde dat Floyd Mayweather geld heeft gewed op de winst van Soulja, sprong hij er ook op. De 'Window shopper'-rapper kiest zelf kant van Chris Brown en wil dat hijzelf en Floyd in totaal een half miljoen inzetten op de wedstrijd.

In een Instagram video is te zien hoe enthousiast hij wordt bij de gedachte van het gevecht en dat hij Soulja wil opstoken. Zeg tegen Soulja Boy dat hij moet ophouden met 'sorry' zeggen en dat hij de 'Draco' automatisch geweer uit de kast moet halen.

Deze shit moet doorgaan. Eerder leek het nog alsof Soulja Boy de beef achter wilde laten toen bekend werd dat zijn moeder in het ziekenhuis lag. Maar al gauw kwam hij terug op zijn plannen. Met 'Draco' verwijst 50 naar de gelijknamige track van Soulja Boy waarin de rapper opschept over zijn automatisch geweer. Soulja gooit zelf ook olie op het vuur door gisteren in een video op Instagram aan te kondigen dat bokskampioen Floyd Mayweather hem persoonlijk traint voor het gevecht.

Hij lijkt zo overtuigd van zijn eigen succes, dat hij al een miljoen dollar op zichzelf heeft ingezet. Leuk en aardig, maar Breezy en fans vonden Soulja te ver gaan, toen hij Chris Browns dochter Royalty bij de ruzie betrok.

In een tweet zei hij te chillen met de 2-jarige en haar moeder Nia Guzman. Nia postte daarna als bewijs een foto van haar kind op Instagram en tagde daarin Mayweather en "themoneyteam", het lifestyle merk van de bokser.

Soulja repostte de video, maar verwijderde het kort daarna evenals de tweet. De hele woordenwisseling tussen SB en CB begon toen Soulja een foto van Chris' ex Karrueche likete en reageerde met een 'heart eyes' emoji. Volgens Soulja Boy zal het gevecht plaatsvinden in maart , maar er zijn ook geruchten dat de twee rappers het al op 28 januari tegen elkaar zullen opnemen. Het gewonnen geld, dat bestaat uit de inzet van Soulja Boy, Mayweather en 50 Cent, zal gaan naar een goed doel.

Nienke Plas   heeft meer dan In tegenstelling tot veel andere vrouwelijke vloggers, gaat het bij haar niet over kleding en make-up, maar laat ze haar meest eerlijke kant zien. Vandaag kwam ze langs in Start om te vertellen over haar video's.

Ik doe het wel, maar ik neem het dan juist op de hak. Haar eerste video ging over niemand minder dan Lady Gaga. Er was namelijk een kans om haar te zien optreden, maar die ging keihard langs haar neus voorbij. Ik wilde zo graag gaan, maar ik kon niet weg door de kleine. M'n vriend zei dat het vast niet door zou gaan en wilde dus niet naar huis komen. Ik voelde me zo screwed. Daar heb ik toen een filmpje over gemaakt. Haar vrienden waren zo enthousiast over dat filmpje dat ze haar vroegen om meer video's.

En dat deed ze: Veel mensen vinden haar zo grappig dat haar vaak gevraagd wordt of ze geen stand-up wil gaan doen. Uiteindelijk is dat ook wel haar plan: Ondanks dat ze vaak flink uit haar slof schiet in de filmpjes, heeft ze nooit spijt van wat ze zegt.

De filmpjes baseert ze allemaal op haar eigen frustraties en ergernissen: De oprichters willen graag dingen gaan doen met beeld en ze zijn dan ook druk bezig met het schrijven van programma's.

Die video's zullen wel verschillen van haar eigen filmpjes. We willen reportages gaan maken, games doen met bn'ers en misschien nog wat dingen met live muziek.

Aankomende zaterdag wordt de eerste aflevering van 'Wie Is De Mol? Vincent Vianen is één van de deelnemers van het nieuwe seizoen. Ook danste hij met grote artiesten als Usher. Fernando belde hem in Start.

Ieder jaar zitten ongeveer 2 miljoen mensen aan de buis gekluisterd voor de spannende spelshow. Toen Vincent werd gebeld met de vraag of hij dit jaar mee wilde doen, wist hij gelijk dat hij ja moest zeggen. Maar hij wist ook: In een video van 'Wie Is De Mol? Maar ik ben niet gegaan om vrienden te maken. Het is niet 'Wie is je beste vriend? Vincent Vianen had een druk jaar in , waarin hij onder andere de choreografie deed van ' Onze Jongens '.

Hij post al verschillende danstutorials op zijn  YouTube-kanaal , maar gaat in ook beginnen met het geven van danslessen in Amsterdam. Er wordt veel gevraagd naar danslessen, maar nu wil ik er ook tijd voor maken.

Elke dag zoekt Fernando de potentiële hits van morgen, oftewel de  Nandoleaks. Je hoort ze elke ochtend in Start. Dit zijn de lekkerste, nieuwe tracks of videoclips van vandaag met Popcaan, Christopher Martin en een samenwerking van Kehlani, Afrojack, Dre en Jeremih.

Voor de soundtrack van 'xXx: De moeder van het meisje dat seks had met de jongens van SFB , heeft haar aangifte ingetrokken. De moeder deed bijna twee jaar geleden aangifte tegen de groep, nadat er een video met haar toen jarige dochter werd verspreid via social media.

Hoewel de moeder al direct na het verspreiden van de video aangifte deed, werden Priceless, KM en Frenna vorige week pas  gearresteerd  door het OM in Suriname. Afgelopen woensdag werd bekendgemaakt dat het voorarrest met dertig dagen wordt verlengd. Het OM leidt de aanklacht, maar de advocaat van de rappers verwacht wel dat er meer ruimte is om de zaak aan te vechten nu de aanklacht van de moeder is ingetrokken.

De moeder zegt te zijn geschrokken van alle ophef. Ook het meisje waar het om draait vindt alle media-aandacht overdreven. Ze stuurde via Whatsapp een audiobericht aan vrienden en bekenden waarin ze laat weten dat er volgens haar geen sprake is geweest van seksueel misbruik of pedofilie.

Alleen wij die daar waren. Praten jullie geen onzin, het is mijn leven, het is het leven van die jongens. Het is geen pedofilie. We zijn jongeren onder elkaar.

We zitten in onze kaulo pubertijd. Ik hoop dat alles rustig wordt en iedereen gewoon weer zijn leven kan leiden. Volgens Diana is het niet porno dat zorgt voor een toename van vaginale lifts, integendeel dan wat wordt gedacht. Ook zegt zij dat haar klanten niet perse onzeker zijn, maar dat het juist vrouwen zijn die van zichzelf houden.

FunX-luisteraars zagen chirurgie aan hun vagina niet zitten. En ook de mannen vonden onzekerheid over je vrouwelijk geslachtsdeel onzinnig. Steeds meer vrouwen laten sleutelen aan hun vagina! Eerder stapte hij al met o. Nu was het de beurt aan Jonna Fraser. In de auto komen de twee erachter dat ze meer gemeenschappelijk hebben dan ze in eerste instantie dachten. Behalve over de passie voor voetbal, spreken ze ook over de afwezigheid van hun vader, de nadelen van bekend zijn en de vooroordelen die er bestaan over artiesten en voetballers.

Vooral als het gaat om vrouwen, lijken mensen nogal vaak te denken dat iedereen vreemdgaat. Ik denk gewoon verder. Mannen, grijp je kans! Nicki Minaj is single. De roddels rond de break-up tussen Meek Mill en Nicki Minaj doen al een tijdje de ronde, maar nu maakt ze het zelf officieel via Twitter.

Fans speculeerden al over de breuk, omdat ze erachter kwamen dat de twee elkaar niet langer volgen op Instagram. Maar de twijfel sloeg snel weer toe. Kort geleden postte Meek Mill namelijk een foto van een paar billen die wel heel erg leken op die van Nicki Minaj. Inmiddels heeft hij de foto verwijderd, maar uiteraard werden er op tijd printscreens van gemaakt.

De foto zorgde voor veel ophef op Twitter. Was het Nicki of niet? Grote kans dat het toch om een andere vrouw ging! Pharrell Williams is baas! Dat wist je misschien al, maar bij een afgelopen aflevering van The Ellen Show bewees hij door indrukwekkende woorden opnieuw dat hij meer is dan muzikant.

De zanger was eigenlijk te gast bij het programma vanwege de Golden Globe nominatie voor zijn muziek voor 'Hidden Figures'. Een film dat het waargebeurde verhaal van vrouwelijke helden vertelt. Maar tijdens het gesprek dwalen de twee met enige opzet af naar grotere topics. Pharrell begint te spreken over acceptatie en liefde en het enige wat er nog ontbreekt is een 'amen'.

En begrijpen dat dit een grote, gigantische, mooie kleurrijke wereld is. En het werkt alleen als we iedereen betrekken en empathie voelen. De vrouwen bespreken hun bizarre struggles, waaronder de kleding die ze moeten dragen bij hun onthoofding. Veel mensen zijn boos op de BBC.

Dit soort dingen zouden Islamofobie en haat volgens hen alleen maar in de hand werken. Daarbij wordt er de spot gedreven met vrouwen die werkelijk in verschrikkelijke situaties zitten. Hoor jij vaak van mensen dat jij een mooie radiostem hebt en daar echt iets mee zou moeten doen? Heb jij doorzettingsvermogen en is het jouw droom om presentator bij FunX te worden? Dan is dit jouw kans!

FunX zoekt altijd nieuwe talenten. Ben jij onze nieuwe collega in spé? Wacht dan niet langer en stuur ons je audiodemo toe, want. Je kunt proberen een audiodemo te maken in een studio, bijvoorbeeld bij een lokale- of regionale omroep.

Maar je kunt ook de audiostream op internet opnemen met een streamrecorder. Indien deze opties voor jou niet mogelijk zijn, kun je ook een audiodemo maken met de voicerecorder van je mobiele telefoon. In verband met met de kwaliteit heeft dit niet de voorkeur. De audiodemo mag maximaal 10 minuten duren. Om jouw audiodemo goed te kunnen beoordelen, vragen wij je om minimaal drie presentatie-fragmenten op te nemen. Draag zorg voor een telefoongesprek, een aan- en afkondiging van een track en bespreek een actueel onderwerp.

Wordt jouw demo uit alle inzendingen geselecteerd? Dan bieden wij jou de mogelijkheid om een professionele demo op te nemen in de FunX-studio. In het café waar ik kom sinds ik weer in een café kom, was ik al een tijd niet geweest. Dat kwam doordat Rina zich niet meer achter de bar liet zien. Waarmee meteen de vraag rijst of je een café bezoekt voor het café of voor de barjuffrouw.

Staat er een man achter de bar, dan is de zaak wat mij betreft duidelijk. In café de Ster kwam ik voor het café, net als in de Schouw en de Broadway Bar. Maar als het om de Cotton Club gaat, wordt het al ingewikkelder. Geweldig café, de Cotton Club, maar juffrouw Annie was ook niet mis.

En ik denk niet dat ik zeven jaar in Emmelot was blijven hangen als Jossie en Marie er niet de scepter hadden gezwaaid. Rina bleek weg geweest om van een kleinkind te bevallen. Maar nu was ze er weer en om het te vieren bood ik haar een colaatje pils aan. Twee pilsjes later raakte ik aan de praat met een Amsterdammer die vertelde dat hij vorig jaar in Kusadasi was geweest.

Het was er 45 graden in de schaduw, zodat we meteen de eerste dag al van top tot teen verbrand waren, als kreeften ­waren we, en het enige wat we toen nog konden doen, was op die kamer blijven, waar het ijskoud was, van de airco, zodat je de hele dag onder een dun dekentje op bed lag, terwijl er een enorme zandstorm stond, van dat dunne gemene zand dat in je eten gaat zitten, dat trouwens niet te eten was, ­Kusadasi, praat me er niet van.

Nee, dit jaar ga ik lekker vissen. Op de hoek van de ­Amstelveenseweg en de Laan der Hesperiden die vroeger Stadionplein heette als ik me niet vergis, zat een groot café waar het op de zondag heel druk was. Het zal café Het Stadion of iets dergelijks hebben geheten. Nu zit er Mr. Sam met een leeuw voor de deur. Het was een zomerse dag en een eindje verderop zat in de vensterbank die ze tot bank had omgetoverd een jonge vrouw half liggend een bord soep te lepelen.

Ik keek naar het Olympisch Stadion en bedacht dat er inmiddels alweer een hele generatie is opgegroeid die denkt dat het stadion er altijd zo heeft uitgezien.

Een deel van de generatie stond op een veldje naast het stadion ­fanatiek een onduidelijke sport te beoefenen. Op de Jan Wilsbrug keken twee vrouwen vertederd naar een meerkoetennest vol jonge meerkoeten en vanaf de eilanden in de Schinkel woeien de zwemgeluiden me reeds tegemoet.

Tot voor kort loste je op als in zoutzuur als je in de Schinkel viel, maar nu is het weer zwemwater en op mooie dagen worden de eilandjes uitbundig bezet door kinderen tot een jaar of zestien die lachen, flirten, duwen, duiken, zonnen, zwemmen.

Vorig jaar zag ik zes meisjes uit groep zeven hand in hand van de steiger springen. Nu zijn ze, nog even, van groep acht. Ik liep over de kermis die net bezig was open te gaan. Langzaam schoven de rolluiken van de ­attracties omhoog en tevoorschijn kwam de kraam die er precies zo uitzag als toen hij gisteren dichtging.

De slager of de visboer moet zijn uitstalling elke morgen in de vitrines leggen, maar de kermisklant laat de pluchen beren en tijgers en grote roze honden ­gewoon hangen of op de toonbank staan en gaat de volgende middag verder waar hij gisteravond was gebleven.

Hoewel er nog geen muziek was, zaten de twee verveelde meisjes van de popcorn al op hun eerste klant te wachten. De griezelige slingermachine die naar de naam Booster luistert, draaide driftig oefenrondjes. Alles ziet er anders uit op de kermis van tegenwoordig, maar veel is toch hetzelfde gebleven. Een schiettent zag ik niet, maar er werden zuurstokken verkocht en nougat verkocht en er was een Oud Hollandse Oliebollenkraam. In het beginnersachtbaantje klonk het eerste gegil, en daar had je de muziek, kermismuziek!

De zweef is verdwenen, maar in de moderne variant zat een moeder met haar zoontje in een lichtblauwe olifant net zo opgetogen te kijken als wij dat deden met onze dochter in de draaimolen. Toen ze zes was zou ze met alle geweld naar het Spookhuis. Wij in de rij, kaartje gekocht, in het wagentje gestapt en het Spookhuis binnen gereden, waar ze van het eerste de beste skelet zo verschrikkelijk schrok, dat ze nog maar een ding wou, weg van hier, naar huis.

Ze is als de Venus van Botticelli met dat verschil dat ze niet bloot op een schelp staat, maar op een bankje zit en schuine ogen heeft. Ik probeer een boek te ­lezen, een boek over het jongensgevoel en het eten van sinaasappels.

Ik vind het boek veel beter dan ik het tweeënvijftig jaar geleden vond, maar toch kan ik mijn gedachten er niet bij houden. Ze gaat gekleed in een soort vest dat bij elkaar wordt gehouden door een ceintuur en is een en al been. Als ze op haar telefoon kijkt, laat ze een besmuikte glimlach zien die soms overgaat in een brede glimlach, in een binnenpretje of een ingehouden lach. Regelmatig doet ze haar haar achter oor of schikt ze haar pony.

In haar linkeroorlel zit een zilveren oorbel waar ze af en toe aan draait, terwijl ze met haar tong iets tussen twee tanden vandaan probeert te krijgen.

Ze is 23, besluit ik, en natuurlijk heeft ze allang gezien dat ik doe alsof ik lees, maar dat ik in werkelijkheid naar haar zit te kijken. Ze slaat haar benen over elkaar en bekijkt haar ogen in de spiegel van haar telefoon. Met de buitenkant van haar gebogen wijsvinger veegt ze langs haar neusvleugels en dan haalt ze een wenkbrauwpotlood tevoorschijn.

Als ze haar lippen in de lippengloss gezet heeft, bergt ze alle spullen op en schudt haar pony. Wat ik al vreesde, blijkt waar. Als een gemeenteklok eenmaal stilstaat, is het einde nabij. De klok op de hoek van de Beethovenstraat en de Stadionweg die zo lang op tien over acht heeft gestaan, is verdwenen. De paal waar hij op stond, staat er nog, een beetje verdwaasd, als een grutto in het vroeg gemaaide gras. Op de hoek waar de paal staat, kon je op zoele zomeravonden van lang geleden vaak een kleine maar opgewonden samenscholing treffen.

Het middelpunt van de ­samenscholing was een schone op een scooter, die zich alle belangstelling graag liet aanleunen, de schone meen ik. Haar leuke zusje heette Vivian. Vivian kende ik van de tennisbaan. Vivian kon niet tennissen, maar onder haar tennisrokje droeg ze petticoats in zeven kleuren. Om de een of andere reden maakt dat vergevingsgezind. Vivian en haar zusje woonden in een enorm appartement, dat uitkeek op de gemeenteklok. Ik heb daar voor eerst een voetbalwedstrijd op tv gezien.

Nederland-Duitsland, of omgekeerd, dat weet ik niet meer. Op een keer stond ik voor de reusachtige boekenkast met een scheef hoofd de titels te lezen toen haar vader in het voorbijgaan liet weten dat ik uit de kast mocht­ ­lenen wat ik wou, als ik de boeken maar weer terugbracht.

De vader was impresario en ­beroemd ­geworden door bij het Centraal Station op een treinstel een opgezette walvis tentoon te stellen. Je kon erin, in de walvis. Door zijn wijd opengesperde ­kaken betrad je zijn binnenste, waar het stonk en niets te zien was.

Maar je was wel in een walvis ­geweest, en wie kon je dat nazeggen, behalve ­Jonas dan. Ik denk dat er geen straat in Amsterdam is die zo vaak van naam verandert als de Ceintuurbaan: We zaten bij Par Hasard onder de bomen en keken de Ceintuurbaan af, die hier inderdaad Ceintuurbaan heet.

Er fietste een man voorbij met een bas op zijn rug en in de bocht naar de Ferdinand Bolstraat passeerde de 24 de Terwijl een meisje onze friet kwam brengen, met een biertje en een glaasje wijn erbij, kwamen er uit het studentenhuis dat boven het café ­gevestigd is een heleboel jeugdige personen tevoorschijn die zichzelf een leuke avond beloofd hadden. Ze hadden er zin in, dat zag je aan alles.

In de bocht van de Ferdinand Bol passeerde een 24 een 24, een man op een fiets reed banjospelend voorbij, terwijl de zwangere vrouw tussen tafel en bank vandaan probeerde te komen. Hij rekende af en hand in hand liepen ze richting Sarphatipark.

Toen het visje soldaat gemaakt was, gingen wij ook. In de bocht van de Ferdinand Bol passeerde een 24 de Langs het Jollenpad reed ik naar de plek waar ik een rij huisjes wist te staan, direct aan het water, met voor de deur een tuin en een lange steiger. Wij gingen daar regelmatig op bezoek. Tante Ans zat aan een laag tafeltje en sprak als Sint Franciscus met de mussen die in kleine groepjes samendromden aan haar voeten. Af en toe waagde een mus zich op het tafeltje en de brutaalste onder hen zaten haar in het haar of pikten een broodkruimel tussen haar lippen vandaan.

Tante Ans had twee dochters van wie ik de namen was vergeten. Bij de huisjes aan het pad die onveranderd leken, stond een al wat oudere vrouw. Ik legde uit waarom ik niet verdwaald was, waarop zij vroeg of ik de naam wist van de mensen waar ik als kind op bezoek kwam. Tijdens mijn biertje en een onvergetelijke portie ossenworst raakte ik aan de praat met een vrouw die vertelde dat ze eerst rechten had gestudeerd en toen onderwijzeres was geworden.

Tegen de kinderen zei ze altijd: Ik heb een vriend met een ­auto. Als hij in zijn auto rijdt en mij ziet fietsen, komt hij me achterop, draait zijn raampje open en roept iets als: Een keer, we reden in de Hondecoeterstraat ter hoogte van de ­inmiddels gesloten Melkhandel waar ze zulke lekkere broodjes verkochten, dreigde het lelijk uit de hand te lopen.

Mensen in de winkel kozen partij voor mij en voor de fiets tegen de auto en zijn bestuurder, waarna enkele stratenmakers zich solidair verklaarden. In de tram gaat het ook. Ik wist dat zij jou zwaaien ging. Op brug over het Amstelkanaal staat op iedere hoek een huisje met een pannendak. Als je de Schilderskade af komt in de richting van de Amstel, zie je dat het in eerste huisje True Beauty is gevestigd, een skin care center.

In het huisje aan de overkant zit een meneer aan een grote tafel met een laptopje erop in zijn eentje Mise en place te wezen. Toen ik als jongen op de banen bij de Apollohal tenniste, zat hier een sportwinkeltje. De man van het winkeltje bespande tennisrackets, met nylon en met kattendarm, en dat deed hij zo goed, dat je als je met een door hem bespannen racket speelde niet verliezen kon.

Verder dan het vervangen van een of twee gesprongen snaren kwam ik niet. Maar dat ze door hem waren vervangen, hielp al. Het mooie van Pizzeria San Marco en is dat je je pizza ook met de boot kunt afhalen. Of dat ook gebeurt, vroeg ik aan de Italiaan die in het keukentje voorbereidingen trof voor het dagelijkse pizza bakken, maar omdat hij de vraag niet begreep, kon hij geen antwoord geven.

Het glas nooit vol, maar ook niet leeg, en zonder al te veel te zeggen. Streepjes op een bierviltje hielden de score bij. Af en toe bracht de barkeeper de telefoon en zei: Het glas werd vaker bijgevuld dan het kannetje, zodat cola met jenever van cola met ­jenever langzaam veranderde in jenever met cola en van jenever met cola in jenever.

We rookten filtersigaretten en mijn vriend had zijn zonnebril opgehouden. Van tijd tot tijd namen we een biertje om het weg te spoelen. Dat ­betekende dat hij iets gewonnen had met het paard waarop hij had ingezet in café Cramm op de Nieuwendijk. Maar straks was nog ver en naar Cramm kon altijd nog. Voorlopig zorgde de zon die voor de deur lag en aan de ruit hing nog voor zoveel licht dat van verkassen geen sprake kon zijn.

De gelukbrengende ­halve centen, zoals ­verkocht door de postzegelwinkel bij mij om de hoek, kosten twee euro vijftig per stuk, maar voor een tientje koop je er geen vier, zoals ik schreef, maar vijf.

Plus dat geluk dus. Aan de wand, tussen de duizenden postzegelalbums, hing een foto van Parnassus in een vorig bestaan. Het oude postkantoor in de Gerard Terborgstraat, dacht ik, bijna goed, maar toch fout, want het was het voormalige hoofdpostkantoor aan de Nieuwezijds.

Ik kwam er graag. Ik was dol op de rijen voor al die loketten, ­loketten voor brieven, loketten voor pakjes, voor postzegels en ­filatelie, voor aangetekende stukken, de postgiro en poste restante, en het leukst van allemaal, voor telegrammen.

Ik stuurde vaak voor de lol een telegram om het in gedachten te volgen op zijn avontuurlijke reis. Er stonden ook tafels waaraan je plaats kon nemen om een brief te schrijven of zomaar wat te zitten. Het viel niet te ontkennen. Weer op straat raakte ik in gesprek met een jongetje met een masker dat hem als hij het opzette in Zorro veranderde. Toen ik het poortje naar de binnentuin binnenging, rende hij naar zijn moeder en riep: Ik wil niet opscheppen, maar mooi dat ik wel een van de weinige mensen ben die ­zowel Lubbert van Gortel als Drika hebben gekend.

Dat komt doordat ik een op een personeelsfeestje ben geweest waar ze allebei optraden. Het feestje vond plaats op de Bep Glasius, het vlaggenschip van Rederij Koppe die zijn schepen achter het Centraal Station had liggen en kantoor hield in het inmiddels verdwenen Storkhuisje. Op dat feestje kwamen ze de loopplank over als Henk Jansen van Galen en Annie Palmen, maar al tijdens het schutten in de Oranjesluizen hadden ze zich verkleed als Lubbert en Drika, dit wel zeggen als namaakboer en namaak vissersvrouw in verzonnen klederdracht.

Ik zei dat ik een groot fan was en altijd naar de Boertjes van Buuten keek, maar ik geloof dat ze mij niet erg geloofden. Ik geloof dat ze zelfs dachten dat ze in de maling werden genomen, maar ik meende het. Maar als er een nieuwe eigenaar ten ­tonele verschijnt, heb je daar niets aan.

Meedogenloos gaat de sloopkogel erin, weg schitterende glasgevel, weg uitbouwen en ornamenten, weg meesterwerk van Jan Kuijt de architect die ook de uitzinnige kerk van Halfweg op zijn naam heeft staan. Niemand heeft zijn stem laten horen in een poging dit kwaad te voorkomen en nu is het te laat. Een eindje verderop op het ­Rokin is ook iets vreemds aan de hand. Kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae heeft zijn deuren opengegooid en laat middels grote schoolborden weten dat je er terecht kunt voor diner.

Zitten ze plotseling in een club waar iedereen lid van is. Is het dan nog wel een club, kan je je afvragen.

Als ik langs Arti kom, kijk ik naar het stuk kademuur aan de andere kant van de straat, recht tegenover het kantoortje van rederij Kooij. Uit de nevelen van het verleden doemt een meisje op, een jonge vrouw met donker haar en donkere ogen die haar voeten boven het water bungelen laat, terwijl ze een Dunhill blauw met filter rookt.

Ik gids een laatste rondvaart door nacht en gracht en als we afgemeerd zijn en ik de fooi gedeeld heb met de kapitein en over het water naar de kade kijk, zwaait ze naar me met haar sigaret die ­oplicht in het duister. Vlak voor Huis Te Vraag aan de Rijnsburgstraat staat een bord dat een wandelpad belooft. Eenmaal op het pad zie je een ander bord dat zegt: Het pad, dat drie tegels smal is, gaat achter Te Vraag langs en langs de woonboten aan de Schinkel, waarvan de meeste zich als villa hebben vermomd, met riante terrassen voor de deur of op het dak.

De ­inhoud was helaas teleurstellend. Vlak voorbij Poldergemaal Jaagpad 25 A kwam ik een man achterop die een gereedschapskist op zijn schouder droeg. Om me te ­laten passeren, ging hij in de berm staan.

Dat schip waar ik werk was bijna gezonken. Ik ben nu al drie maanden bezig. Eenmaal bij de sluis was het lawaai zo oorverdovend dat ik vreesde voor de geestelijk welvaren van de bewoners van de boten hier.

Ik zou binnen een dag rijp zijn voor opname. Vanuit de Vijzelstraat ga ik de Herengracht op om even langs het huis van de burgemeester te ­komen. Als de rondvaartboot langs het huis van de burgemeester voer, zeiden wij: Nu valt er niet veel te lachen als je het huis van de burgemeester passeert, alleen maar te hopen, en hem sterkte en het beste te wensen.

De brug over de Reguliersgracht die ik in zicht krijg, is een van de steilere klimmetjes van onze stad. Tot mijn schrik zie ik dat de brug vol staat met scholieren die poseren voor een groepsfoto.

Ik weet hoeveel moeite het mij gaat kosten om boven te komen en welke commentaren dat gaat opleveren. Op de top wuif ik en ze zwaaien terug, allemaal. In de afdaling naar de Amstel passeer ik zesenwtintig in identieke T-shirts gestoken bouwvakkers die naast elkaar hun boterhammen met theeworst zitten te ­besmeren. Of was het pindakaas? Het schouwspel heeft me hongerig gemaakt.

Er staan vijf bankjes, alle vijf zijn ze bezet. Bij Quick, de lijstenmaker op de Ceintuurbaan waar ik een piepklein dingetje bracht om ingelijst te worden, vroeg ik aan Job die onlangs vader is geworden hoe het met de kleine stond, of hij de tafel van acht al kon opzeggen en naar welke middelbare school hij ging en meer van dat soort grootvader flauwiteiten.

Dat niet nee, maar de baby was inmiddels anderhalf dus kon al wel van alles. Job grinnikte, en zei toen dat hij met een Griekse ­getrouwd was. Gerustgesteld ging ik de deur uit, richting Concertgebouw en vandaar door de Van Breestraat naar de Valeriusstraat. De Valeriuskliniek is definitief verdwenen. Het enige wat nog aan het gebouwencomplex herinnert, is een kale zandvlakte met een hek er omheen.

Maar in de straten van Zuid bloeien de rozen, rood en wit, geel en rose, theerozen, tuinrozen, klimrozen tot aan de daklijst of tot in de kruin van een uitgebloeide meidoorn. Toen ik wilde betalen, bleek de boel op slot te zitten, maar een bordje zei: Dat kwam pas toen ik uit een bak een ­Amsterdamsch stratenboekje kocht.

Het is uit , toen het 20 cent kostte. In de eerste plaats zijn er de straten die er nog niet waren. Ik was er nog niet in , maar de Esmoreitstraat waar ik geboren ben ook niet. De hele Bos en Lommer moest nog gebouwd worden. De Rivierenlaan was er ook nog niet, maar de Rijnstraat weer wel, net als de Vechtstraat.

Ook interessant zijn de verdwenen straten, die zich met name in de Jodenbuurt bevonden. De bewoners werden vermoord, hun huizen gesloopt en de straten van de plattegrond verwijderd, Joden Houttuinen, Zwanenburgerstraat, Lange Houtstraat, Moddermolensteeg, Lazarussteeg, Vlooienburg, alles verdwenen. Net als de gangen. De eerste straat in het Amsterdamsch stratenboekje is de Aalsmeerdergang, bij de Lindengracht.

Daarna spotte ik de Arke Noachsgang, de Baafjesgang en toen maar liefst zes Bakkersgangen. De hele stad bleek vergeven van de gangen, Hoedenmakers, Klokken, Koehouders, Kuipers, Rozenmarijn, Rozennobel, Schelvis, Schoenmakers, Schuitenvoerders, Slachters, Sleepers, gangen, gangen, het houdt niet op.

De doodlopende steeg die ik aan het begin van dit Gelukje betrad, bevindt zich in de Hazenstraat, zo tussen Kunstverein en Galerie Stigter Van Doesburg. Hij is anderhalve meter breed. De gang heeft geen naam, maar was vroeger, denk ik, een van de acht Gruttersgangen die de stad rijk was. Voor de draaideur van de Albert Heijn stond een man met vier bananendozen aan zijn voeten.

De bananendozen waren op ­elkaar gestapeld en reikten tot iets boven zijn knieën. De man keek een tijdje naar de dozen en liet zich toen door de knieën zakken in een poging de vier dozen in een keer op te tillen. Toen dat niet lukte, splitste hij de stapel in tweeën en probeerde twee dozen onder ­iedere arm te nemen. Toen dat ook niet lukte, zette hij de vier ­dozen naast elkaar en probeerde ze zo op te tillen, wat niet lukte. Tenslotte stapelde hij ze weer op elkaar, tilde ze op en liep weg.

Mij enigszins verbijsterd achter ­latend. Na een jaar in de diepvries werd de haring toch minder, maar ik had gelijk, het was niet meer zo als vroeger, toen haring aan het eind van het seizoen bruine vlekken kreeg en wel erg tranig smaakte. Vandaag is de nieuwe haring er weer en zijn alle haringkarren in de stad voor een dag een klein ­cafeetje.

Ik heb een vriend in Smilde. Als we elkaar spreken, spreken we elkaar in Amsterdam en dan zegt hij dingen als: Dat ik herken omdat ik een vorig leven een paar maanden in Zuid-Laren heb gewoond, vlakbij de Brink, boven de elektrawinkel van De Boer. Of woorden van gelijke strekking. Het was winter en de kraan van de wastafel op mijn kamer was permanent bevroren, een interessante ervaring. Als ik van station Assen naar Zuid-Laren fietste en dat deed ik af en toe, kwam je langs de hunebedden, grote stenen die op stapeltjes in de hei ­lagen.

Onze Man uit Smilde en ik spreken af bij Luxembourg of Kapitein Zeppos, waar we bij een broodje gezond ingewikkelde dingen bespreken.

Deze keer zaten we in het café van het Stadsarchief. Aan het eind van onze bespreking gekomen, stelde ik voor de tram naar het Centraal te nemen. Maar daar voelde Onze Man uit Smilde niets voor. Hij ging lekker op zijn gemak door de Kalverstraat, een beetje snuffelen. Ik was paf, zoals Hanny Michaelis het in haar dagboek noemt. Iemand die voor zijn plezier door de Kalverstraat ging lopen.

Het kon niet waar zijn. Ik besloot toch eens in Smilde te gaan kijken. Huis Te Vraag aan de Rijnsburgstraat is een van de wonderen van de stad. De aula stond op instorten en de graven en de paden tussen de graven waren overwoekerd door onkruid. Maar mooi was het er. Ik herinner me dat in het conciërgehuisje bij de ingang nog ­oude kranten op tafel lagen, alsof de Cerberus die de toegang bewaakte nog maar net was vertrokken, terwijl de begraafplaats al sinds is gesloten.

De laatste keer dat ik Te Vraag aandeed, was in het begin van de jaren negentig, in het vroege voorjaar. De aula werd bewoond, de ­paden waren weer toegankelijk en de grafstenen zichtbaar.

Er stonden bijenkorven in de perken, overal bloeiden sneeuwklokjes en de knoppen van de kastanjestruiken liepen roodbruin en kleverig uit. Bijna dertig jaar later steek ik het bruggetje dat naar de toegang leidt weer over. In het congiërcehuisje staat een hoog tafeltje met de daarop een vaas met bloemen.

Op de trappen voor de aula staan rijen geraniums met een enkele blauwe lobelia ertussen. Bij de tuinvrouw die net op haar fiets stapt, informeer ik of ze de geraniums heeft overgehouden, maar nee, dat blijkt niet het geval. Tegenwoordig zijn ze allemaal opgekweekt. Er bloeien margrieten, egelantieren, boterbloemen, de buxushagen zijn geschoren. Een tikje keurig allemaal, maar het blijft een wonder, Huis Te Vraag.

Mijn grootvader die dat ook deed, kocht er altijd zes, spatjes, zodat hij altijd dronken thuis kwam. Vaak bracht hij ook een hondje mee uit het café. Ik nam er altijd een. Bij de Schouw, bij Westers of de Muizenval. Ze hadden ook een drietafeltjesterras, vier tafeltjes mocht niet van een wethouder die later Tolpoort bleek te heten en die alle bruggen van de stad haringkar- en bloemenstalvrij wilde maken.

Vanaf het drietafeltjesterras keek je de Bilderdijkstraat uit en zag je het water van de Jacob van Lennepkade onder de brug verdwijnen, de brug die nu één groot­ ­terras is. Ik stond in de Gerard Terborgstraat mijn fiets van het slot te halen toen ik werd aangesproken door de mannelijke helft van een echtpaar. Met de 12 bent u er zo. Ze droegen allebei wandelschoenen zag ik. Ik had even een tekeningetje voor ze moeten maken, dacht ik nadat ze hun weg hadden vervolgd.

Wegvragers zijn inderdaad zeldzaam geworden, maar ze zijn er nog, echtparen op wandelschoenen, Japanse meisjes die met de tram naar de Heineken Experience willen, Oost-Europese mannen op de Dam die de Wallen niet kunnen vinden. Misschien moeten we ons eerder afvragen wie de weg nog weet.

Ik moest eens in de George Gershwin­laan zijn, in Buitenveldert. Ik wist ongeveer waar die was, bij de De Boelenlaan, en ik wist dat ik vlakbij was, maar ik kon hem niet vinden, en wie ik het ook vroeg, geen mens wist waar hij was. Toen ik het gebouw waar ik moest zijn eindelijk gevonden had, had ik geen idee hoe ik er binnen moest komen. Een deur is open of een deur is dicht. Het is de ­titel van een stuk van ­Alfred de Musset, en een uitspraak waarover ik nog lang niet ben uitgedacht.

Altijd komt ie weer langs en altijd is ie in al zijn helderheid even mysterieus. En nu las ik dat er huizen bestaan zonder deur, zonder voordeur wel te verstaan, over de situatie binnen werd, meen ik, geen uitsluitsel gegeven. Geen deur, dat is nog eens iets anders dan een touwtje door de brievenbus. Of een deur die altijd aan staat. Of niet op slot zit. Ik weet er een in een huis in Zuid Frankrijk, waar ik graag kom, onder meer door die deur­loze wc, want het heeft wel wat om op een wc niet tegen een deur te hoeven aankijken.

In The Sopranos zit Johnny Sack op een deurloze wc te kakken en een sigaret te roken, terwijl hij in gesprek is met Tony Soprano en zijn adjudanten.

Niemand lijkt er van op te kijken. Mijn geliefde vertelt graag dat toen ze voor de eerste keer bij mijn ouders thuis kwam, mijn moeder met open deur op de wc zat.

Dat is bijna een halve eeuw geleden en een open deur is nog wel even iets anders dan geen deur, maar ze is het niet vergeten. In het huis waar ik ben geboren, zaten twaalf deuren, heb ik uitgerekend, kastdeuren meegerekend.

Die deuren zaten allemaal dicht, op de deur naar de huiskamer en de deur naar de keuken na. In het begin van de jaren vijftig heeft mijn vader al die deuren een voor een in een andere pastelkleur geschilderd.

Toen wij kwamen wonen, waar we wonen, was de route van de 24 net verlegd. Bij het Roelof Hartplein ging hij niet langer rechtsaf richting Ceintuurbaan, maar linksaf richting Gabriël Metsustraat.

Dat duurde tot de 24 plotseling verdween. Maar zie, na een jaartje of twintig tijdelijke werkzaamheden ging de Ferdinand Bol weer open en keerde de 24 terug op zijn oude route. Bij mijn eerste ritje voelde ik me toerist in eigen stad. Wat een opwinding, rechtsaf de Roelof Hartstaat in, geweldig, linksaf naar de Ferdinand Bol, nog mooier! Pas bij de Albert Kwiep kwam het hart tot rust. Ik wou naar het Stadsarchief, maar de halte bleek opgeheven, en dus stond ik ineens op de Munt.

Ik liep terug door de Carlton-galerij toen mijn aandacht werd getrokken door een A4-tje met de foto van een poes: King hem terug wilde hebben, maakte me blij. Een tijdje terug at ik een stukje bij een restaurant waar een poes rondliep die ons werd voorgesteld als Máxima, de koningin van het restaurant. Maar toen Máxima even later door een enorme hond gegrepen werd en we de dierenambulance moesten laten komen die een bijdrage in de kosten vroeg, kende het restaurant zijn koningin niet meer.

Gelukkig kon de zwaargehavende poes na een inzameling worden opgelapt en vond zij als Bikkel een nieuw baasje, ver van dat akelige restaurant. King ga ik binnenkort eens eten. Ik ging het IJsbaanpad af en was het sluisje in de Schinkel overgestoken toen ik ter hoogte van de Pilotenstraat de roep van de koekoek hoorde.

In de verte, want de koekoek roept ­altijd in de verte. De stad zit vol vossen, bevers, bunzings, ooievaars, allemaal dieren die je vroeger nooit zag, maar de mussen zijn er van tussen en de koekoek zwijgt als het graf.

Vandaag is alles anders zou ik bijna zeggen. Als kind zat ik vaak op een zeilboot. Die boot lag tussen twee steigers die je bereikte door een lang pad af te lopen dat tussen allerlei houten loodsen door meanderde. Op de zeilboot tussen zijn twee steigers was het altijd doodstil. En plotseling kwam dan over het water de roep van de koekoek.

Enkele jaren geleden begon het me plotseling op te vallen dat ik steeds meer jonge Aziatische vrouwen van kleur over melkwitte kinderen zag moederen.

Ze duwden ze voort in karretjes, speelden met ze in het park en fietsten met ze in de bakfiets. Ik vond het opmerkelijk dat deze vrouwen zulke witte kinderen hadden. Ik heb nogal wat witte vrouwen gekend die kinderen hadden met Chinese mannen en die kinderen hadden allemaal iets Chinees meegekregen. Maar misschien was het omgekeerd wel omgekeerd, bedacht ik. Totdat iemand me vertelde dat de vrouwen niet de moeders ­waren van de kinderen, maar hun oppassen.

Ik heb, denk ik, een beetje de neiging raadsels te creëren, ook waar ze niet zijn. Karel van het Reve heeft eens een stuk geschreven, waarin hij ­iemand opvoert die op Sicilië binnen tien minuten drie keer ­iemand tegenkomt die maar een been heeft en daaruit afleidt dat er in Syracuse bovengemiddeld veel mensen met een been rondlopen.

Ik ben die iemand, iemand bovendien die ook nog eens aan het piekeren slaat over de vraag hoe het komt dat er zo veel eenbeners zijn in Syracuse.

Ik fietste langs de nieuwe kunstroute op de Apollolaan die net als de vorige uit de koker komt van Rudi Fuchs, een met een hoger ­niveau dus en een prijskaartje, toen ik drie keer achter elkaar werd ingehaald door jongens die een andere jongen op hun bagagedrager hadden staan.

Wat is dit, dacht ik. Een trend, een nieuwe rage, een club? Ondertussen keek ik naar de beelden op de route en voelde heimwee naar de Tinguely, de gouden schildpad en het vliegtuigje van Joost Conijn uit de tijd dat de beeldenroute het nog zonder hoger niveau en prijskaartje stellen moest.

Stilte is een zegen. Waar wij wonen is het stil. Wel hoor je af en toe geluiden. Geluiden die ik niet kan thuis brengen, vind ik het leukst. Boven ons wordt iets over de grond geschoven, tenminste zo klinkt het, maar wat? Het zal toch niet. Niemand schuift toch een paar keer per week een bank over de vloer? Dat doe ik door de filter met een klap tegen de rand van de prullenbak te slaan. Ik heb het haar nog nooit gevraagd. Het duurde lang voordat de koffiepot door pruttelen aangaf dat de koffie klaar was, zo lang dat mijn geliefde vroeg of ik misschien vergeten was water in het reservoir te doen.

Waarop ik haar eraan herinnerde dat ze een keer chili con carne zonder carne had gemaakt, wat uitstekend smaakte overigens. Op gehaktdag maakte mijn moeder macaroni met ham en kaas, een uitheems gerecht in die ­dagen. Op een keer liet de kaas zich maar moeilijk kauwen. Wat kwam, zoals we na een tijdje ontdekten, doordat mijn moeder de papiertjes tussen de plakjes kaas had meegekookt. Als je Gerard Kornelis van het Reve opbelde, vertelde R.

Van het Reve had net zijn Brief uit Edinburgh gepubliceerd en veranderde in razende vaart van de ambachtsman die probeert het Engels onder de knie te krijgen of de wetten van het toneel te doorgronden in de geestige provocateur die hij altijd al was, maar die hij tot dan buiten zijn werk had gehouden.

Maar er is nooit opgeroepen tot een boycot van Reve die in zijn voor- en achternaam veranderde , schreef Wouter van Oorschot ­onlangs in verband met de damesoproep tot boycot van een stijlloze website. Een ketting kan lang zijn. Omdat we het over vroeger hadden, vertelde Hans een mop die hij van Genna Sosonko had gehoord. De mop ging zo: Het stoplicht bij het Concertgebouw stond op groen, dus ik­ ­begon aan de oversteek, maar bus bleek aan dat stoplicht geen boodschap te hebben en sloeg ­resoluut rechtsaf de Lairessestraat in.

Op mijn rijwiel maakte ik een snelle schatting waaruit ik ­afleidde dat ik onder de achterwielen van de bus geplet zou worden. Om dit te voorkomen, kneep ik in mijn remmen, waarna ik over mijn stuur heenvloog en als door een wonder een redelijk zachte landing maakte tegen twee dames die zojuist het Concertgebouw hadden verlaten.

Toen ik thuis de gehavende ­Lucebert-catalogus opensloeg, was het eerste wat ik zag zijn tekening Gevallen fietser uit Van huis fietste ik op een andere fiets naar een afspraak die me vertelde over een vriend, een oude man met wie het niet goed ging en die niet goed meer wist wie hij was. In een moment van helderheid had de oude man hem gevraagd, wat hij in zijn leven eigenlijk gedaan had.

En van goede wijn. Op weg naar ramsjwinkel Steven Sterk kwam ik langs Shoebaloo in de Leidsestraat, de schoenenwinkel waar in de ­jaren zestig mijn toenmalige vriendin haar schoenen kocht. De winkel heette toen nog geen Shoebaloo, ze zagen je aankomen, maar De Lange meen ik. Net wat ik zei. Die zoals altijd, zoals ik wist, een maat te klein ­waren. Bij haar dood liet ze kasten vol te klein gekochte schoenen achter. Steven Sterk had geadverteerd met Leven met Reve: Sinds haar dagboeken wil ik alles van ­Michaelis.

Maar eenmaal ter plaatse bleek Steven Sterk op­geheven en te huur. Van alle hooggeplaatsten in mijn vriendenkring, voorzitters, dijkgraven, eindredacteuren, is de Groot Moefti wel de hoogstgeplaatste. De Groot Moefti is Groot Moefti van Amsterdam Noord en tevens onder het pseudoniem Jan Donkers schrijver van het standaardwerk over Amsterdam Noord, Zo dicht bij Amsterdam, een boek dat om de paar jaar met een nieuw hoofdstuk uitgebreid, herdrukt wordt.

Ook vermeldenswaardig is dat de Groot Moefti, die jarenlang ­gedreigd heeft het Centraal Station middels een bomgordel tot ontploffing te brengen, sinds een ritje door het fietstunneltje onder het CS geheel om is. Enkele weken geleden leidde de GM een paar Amerikanen door de stad. Op de pont over het IJ wees hij hen op het Eye gebouw, wat ze prachtig vonden en daarna zei hij: Dat kon niet waar zijn, die dooie huizenblokken, Koolhaas, nee, de Moefti maakte een grapje zeker?

Na raadpleging van Google raakten ze in een architectonische depressie die tot in de kleine uurtjes duurde. Hoe anders was mijn­ ­reactie toen ik een paar jaar geleden ontdekte dat het Frans Otten Stadion dat uitkijkt op onze tennisactiviteiten van Rem Koolhaas is.

Ik had het altijd een tamelijk lelijk gebouw gevonden, een ongeïnspireerde doos met lelijke betonnen uitlopers, maar ineens zag ik de schoonheid van het gebouw, hoe het landschap zich voegde naar de kracht van de architectuur, hoe alles samenvloeide en het geheel oneindig veel meer werd dan de som der delen. Met een huis vol kinderen keken we tijdens de dodenherdenking naar de twee minuten stilte. Vreemd, dacht ik, kijken naar de stilte.

Stilte is toch onzichtbaar, net als de tijd, de wind, de snelheid van het licht. Max Pam schreef dat de twee ­minuten stilte van de dodenherdenking vroeger werden aangekondigd doordat de straatlantarens gingen branden. Dat was ik vergeten, maar zo was het. Iedereen stond voor het raam of op het balkon op het teken te wachten. En dan werd het stil. Toen al ­keken we naar de stilte. Wat ik niet vergeten ben, was de merelzang die je hoorde.

Merels klonken nooit helderder en melodieuzer dan tijdens die twee minuten stilte. Wat ik weer wel vergeten was, is dat je vroeger af en toe nieuwe veters in je schoenen deed. En dat mensen een stukje gingen eten: Een glaasje drinken, hoor je nog wel. Ik doe dat als eerbetoon aan de in overleden dichter Jan Hanlo die ik de jaren voor zijn dood ­regelmatig heb ontmoet. Hanlo was een wonderlijke man. Hij hield van motorfietsen, Vincents, kon op rijm middeleeuws spreken en droeg op feestjes vaak een gasmasker.

Tijdens de Wereldtentoonstelling bij de moderne boekwinkel Bas in de Leidsestraat, in meen ik, waar de wereld tentoon werd gesteld, hield Hanlo een toespraakje, waarin hij een boekje liet zien dat bij de tentoonstelling was verschenen. Maar hij liet het boekje niet alleen zien, hij zei het ook. Van het papier waarop zijn toespraak stond geschreven, las hij voor wat hij deed: Twee meisjes stonden er giechelend een selfie te maken.

Maar Paul de Leeuw was de man niet, dus waarom maakte hij een selfie? Ineens wist ik het. Tevreden fietste ik door naar de kapper, waar alle stoelen bezet waren. Toen de vrouw die voor mij was aan de beurt was, bleek ik aan de beurt.

Zij was hier om haar zoon bij te staan. Ik nam plaats in de stoel van Alies uit Almelo die tijdens het knippen vaak zo gezellig met me praat. Alies keek me even onderzoekend aan en vervolgde toen haar gesprek met de moeder die haar zoon bijstond. En dat het zo kort geknipt is, komt natuurlijk doordat je de kapster niks gezegd hebt. Maar het staat je goed. Op straat kwam ik Hanneke Groenteman tegen aan wie ik mijn verhaal vertelde.

De enkele keer dat ik vroeg de deur uitga, verbaas ik me altijd over de activiteiten die al gaande zijn. De fietspaden zijn vol fietsers, de bakkers in hun ­witte werkkleding pauzeren voor de bakkerij met een beker koffie en een broodje, kappers knippen en de bloemenwinkel die tevens een galerie is met aan zijn wanden bloemstillevens en stadsgezichten, heeft de bloemen buiten gezet.

Of je in een parallel universum terecht bent gekomen. Ik zit in de tram en kijk naar de jonge vrouw aan de andere kant van het gangpad. Ze draagt een uniform met daaronder schoenen die zo glimmend zijn gepoetst als alleen uniformdragers schoenen poetsen kunnen. Ze ziet eruit ­zoals ik me in de vroege morgen vaak voelde, vroeger. Dit als gevolg van de voorbije nacht, waarin het ene glas het andere uithaalde en het ene café als vanzelfsprekend naar het volgende had ­geleid.

Ik hield van de stilte die voorafging aan het moment dat het ­leven in de stad hervat werd. De plotselinge vuilniswagen, een rolluik dat rammelend omhoog ging, de zon die door de wolken brak en de overkapping van het Centraal Station verlichtte.

De jonge vrouw had een vreselijke kater. Hij stond haar goed en ze had nog de hele dag om ermee te leren leven. Toen ik die avond met de laatste tram naar huis reed, zaten er naast mij twee jongetjes die allebei een klein voorwerp in hun hand hielden, een soort rad, dat ze konden laten draaien en dat dan strepen licht liet zien.

Met enige regelmaat begin ik kleine verzamelingen. Zo spaar ik sinds een jaar of twee platgereden en bij voorkeur roestige kroonkurken van bierflesjes.

Ik heb ze van Amstel en Heineken, van Jupiler, Texels, Grolsch, Argus en van merken die ik door de roest niet kan ontcijferen. Het aardige van de verzameling is dat hij de blik omlaag dwingt, waar zoals je al snel merkt veel te zien is.

De schoonheid van putdeksels is vaak bezongen, maar het is toch anders als je ze in hun natuurlijke omgeving bekijkt in plaats van op een foto. Je vindt spijkers en schroeven en af en toe een platgewalste kroonkurk voor de verzameling, heerlijk ogenblik. Naast kroonkurken verzamel ik naamloze pleintjes. Wat niet eenvoudig is, want wat precies is een pleintje en wanneer is het naamloos?

De straat die je van de J. Coenenstraat naar de Harmoniehof voert, brengt je bij een piepklein en driehoekig parkje, waar het voor jeugdige geliefden goed toeven is. Vanaf het bankje dat zij vrijwel permanent bezet houden, kijk je op een alleraardigst pleintje. Straat, parkje en pleintje heten Harmoniehof wat volgens mij een beetje veel van het goede is, maar of het pleintje in mijn verzameling hoort, ik ben er nog niet uit.

De foto van de haringkar op het Haarlemmerplein die in de haringkar hangt, is een mooi, maar niet helemaal juist voorbeeld. De foto van de Gerard Doustraat gezien vanaf de hoek van de Ruysdaelkade , waar rock- en bluesgitarenwinkel de Plug zetelt, is niet mooier maar wel een beter voorbeeld. Hij hangt op 8b in de etalage. Ze zijn terug, ze zijn terug.

Ze scheren weer over de daken en jagen weer hoog door de straten, ze snijden door de lucht en schreeuwen, maar het is niet hun naam. Dit is het moment om in een niet al te goed opgeknapte negentiende eeuwse buurt, in Pijp, Kinkerbuurt of Helmerskwartier een beetje slordige straat op te zoeken en daar een goede uitkijkpost te kiezen om vanaf de grond het schouwspel in den hoge in de ­gaten te houden.

Negenduizend kilometer gevlogen om terug te keren op een nest in de Nicolaas Beetsstraat of het Bellamypleintje, een paar dagen bijkomen en dan weer aan de slag. Want er moeten eieren worden ­gelegd en uitgebroed en jongen grootgebracht.

In de negentien uur per dag dat er gevlogen wordt, moeten honderdduizenden insecten gevangen worden. De gierzwaluwen vliegt in groepen, en binnen de groep in paartjes, die elkaar in duettoon beschreeuwen, een heerlijk geluid, dat net zo bij de stad hoort als het bellen van de tram.

Gierzwaluwen lijken altijd ver weg. Zelfs als ik op vier hoog op mijn balkonnetje in de Bosboom Toussaintstraat stond, leken de gierzwaluwen ver bij me vandaan.

En als er een vlak langs me vloog, deed hij dat zo snel dat ik hem niet beter zag dan vanuit de verte. Tijdens een dodenherdenking op de Apollolaan zag ik eens een gierzwaluw uit de lucht vallen. Gierzwaluw op de stoep, vlak voor mijn voeten. Maar toen ik hem wilde pakken, vloog hij op en landde in een boom. De Franse dichter René Char schreef een gedicht over de gierzwaluw dat zo begint: Iedere keer als ik de stad in ga, lijkt het drukker geworden. Meer en grotere groepen worden rondgeleid door gidsen met steeds langere stokken waaraan grote vlaggen wapperen, steeds meer jongelui stuntelen op gehuurde fietsen over de fietspaden, waarop steeds meer mensen maar een potje raak lopen.

Mijn ogen zitten van voren en van ­achteren, bellen helpt niet en je hebt al je stuurmanskunst nodig om zonder schade aan fiets of toerist door de menigte heen te manoeuvreren. Jelka was knap, brutaal en zat op hockey. Toen we van school waren, heb ik haar nog twee keer gezien. De eerste keer was ze op weg naar ­Jeruzalem waar ze iets ging doceren.

De tweede keer was in café het Hooischip aan de Amstel. Ze ­herkende me aan mijn stem. Ik herkende haar omdat ze mij ­herkende. Tijdens de meivakantie hebben we in wisselende samenstellingen steeds een stuk of drie, vier kinderen over de vloer gehad, jongens en meisjes, zo tussen de zes en de twaalf.

Om de een of ­andere reden dacht ik dat kinderen vandaag de dag de hele dag op hun telefoon zaten te kijken en nauwelijks een woord met elkaar wisselden, maar niets bleek minder waar. Ze zaten gewoon urenlang te monopoliën of te hartenjagen en over de spelletjes te hakkentakken, heel herkenbaar allemaal.

Af en toe kwam een moeder er een halen of brengen en dan hoorde je nog eens wat, want, dat moet gezegd, over hun privéleven ­waren de kinderen niet erg mededeelzaam. De moeder van Manuel 11 vertelde over hun verhuizing van de Jordaan naar Nieuwendam en over de eerste keer dat ze haar zoon na de verhuizing van school kwam halen, zijn oude school in de Jordaan.

Maar al wie er uit school kwam, geen Manuel, en bellen kon ze hem niet, want hij had geen telefoon. Dodelijk ongerust was ze tenslotte naar huis gereden. Waar Manuel al op haar zat te wachten. Hij kent zijn stad, Manuel, zelfs de stukken waar hij nooit geweest is. De moeder van Nathan 6 vertelde dat haar zoon plannen had om een brug over de Atlantische Oceaan te bouwen, van Zeeland naar New York.

Geen geringe ­ambitie voor een zesjarige. Hij had al becijferd hoelang het rijden was en hoeveel hotels er komen moesten onderweg. Intussen was er een einde gekomen aan een potje ­Monopoly en Rana zei: Om mijn geliefde te verrassen had ik op de Haarlemmerdijk een piepkleine gouache ­gekocht van Jaap Hillenius, de schilder die in , op de Willemsparkweg meen ik me te herinneren, tragisch aan zijn eind kwam toen hij werd overreden door een tram.

De gouache toont blije vlekken die half doorzichtig over elkaar heen schuiven en zo de lente zichtbaar maken. Terwijl mijn aankoopje werd ­ingepakt, raakte ik aan de praat met een schilderes die mooie kippenschilderijtjes maakt.

Er was ook een boek van, zei ze, en dat boek liet ze me zien. Toen ik het doorbladerde, werd mijn aandacht ­getrokken door een schilderij van een onderzeeër.

Als miljonair had hij toen het goede voorbeeld kunnen geven door een eerste ton beschikbaar te stellen, maar ja, hoe word je miljonair? Door zuinig te zijn. En zuinig was hij, de columnist, zo zuinig dat Heineken hem een keer had opgevoerd in een advertentie, waarin gesteld werd dat hun bier nu zo lekker was, dat zelfs de ­columnist in kwestie wel een rondje geven zou, maar… Op dat moment viel de schilderes me in de reden en zei dat Maarten van Rossem niet de onderzeeër, maar haar schilderijtje had gekocht.

Jammer voor de onderzeeër, leuk voor het schilderij. Om de een of andere reden bleek ze die lach nog niet te hebben. Enige tijd geleden stond de postbode op de stoep met een doos die negentien deeltjes Bulletje en Bonestaak bleek te bevatten. Ik ben altijd gek op Bulletje en Bonestaak geweest. Ik houd van de droge precisie van de tekst van A.

Wat mij ook bevalt, is dat avonturen nog niet afgelopen zijn als ze afgebroken worden en ieder nieuw avontuur dus op een volstrekt willekeurige plaats lijkt te beginnen. Het mooiste avontuur vond ik in boekje negen, waarin Bulletje en Bonestaak op een onbewoond ­eiland zijn beland en kennis hebben aan de menseneter Dinsdag, die niet alleen op verbazingwekkende wijze lijkt op Oude Hein maar net als Oude Hein verbazingwekkende verhalen kan vertellen.

Ik herinnerde me het avontuur vrijwel plaatje voor plaatje. Wat ik me afvraag: Als je naar een tennistoernooi gaat, weet je wie je gaat tegenkomen, maar toch blijft het vreemd als je op de Valentijnkade, waar je nooit eerder bent geweest, ineens allemaal bekenden ziet. Hé, daar komt Maarten Moll aan gefietst, en daar zal je Henk Spaan hebben, terwijl Janneke van der Horst ­binnen blijkt te zitten.

Is het een Parool-toernooi misschien? Nee, het is een toernooi van Propria Cures, u weet wel, het studentenblad sinds In de tijd dat ik redacteur van Propria Cures was, werd er niet aan tennistoernooien gedaan. Als de redactievergadering in het fietsenhok van Drukkerij Van Campen erop zat, liepen wij rechtstreeks naar het koffiehuis naast het stadhuis en gingen aan het bier, om een uurtje later in de speelhal op de hoek van de Oudezijds en de Damstraat te belanden.

Onze favoriet daar was de Gator, een flipperkast waarop heroïsche duels zijn uitgevochten. Mensje van Keulen stond haar mannetje, Tim Krabbé was denk ik de beste, Koen Koch de stilist en Peter Hagtingius zou later nog wereldkampioen worden. En nu tennissen we dus en Maarten Moll werd kampioen. Op de terugweg belandden mijn geliefde en ik in Café Koosje waar we ons ouderwets bezondigden aan bier en wijn en bitterballen. Een tijdje later, op de tramhalte, stapten we tegelijk in met een dame die een peddel bij zich had.

Ik liep eens met mijn racket onder mijn arm over de Oudezijds Achter, toen een donkere schone die voor haar kamertje te swingen stond mij wenkte. Theo die als kind Kleine Theo heette om hem te onderscheiden van zijn vader, Grote Theo, die door neefjes en nichtjes ome ­Dorus werd genoemd, kent Oost zoals ik West ken, op zijn duimpje.

Hij weet precies waar een telefooncel heeft gestaan, of een transformatorhuisje of een stadsklok. Op het Krugerplein stond een transformatorhuisje dat zich als pannenkoekenhuisje had vermomd.

Ook was er een fontein. We waren op weg naar de straat waar zijn ome Bennie had gewoond, de oom met wie zijn vader een steenhouwerij had gedreven. Nadat we de Ringvaart waren overgestoken, belandden we in een stil straatje waar een man driftig zijn stoep stond te vegen. Voor zijn huisdeur stonden naast elkaar twee fietspompen, achter het raam zat een prachtige poes.

De twee fietspompen waren nodig om er een functionerende fietspomp van te maken en de poes had een hartkwaal. Ook ons huis kent vele kamers. Zes om precies te zijn, de riante hal meegerekend. In deze hal hangt tussen tekeningen van Simon Vinkenoog en Remco ­Campert, schilderijtjes van Pam Emmerik en Han Bennink en een polaroid van Gerard Reve die zijn hoed opzet of juist afneemt, dat kun je op de foto niet zien, een zwart-witfoto waarop een volslanke vrouw in een witte jurk hand in hand met een man in een grijs pak van ons wegloopt.

Bezoekers vraag ik altijd of ze de vrouw herkennen en dat doen ze. De achterkant van Marilyn Monroe blijkt net zo herkenbaar als Marilyn Monroe van voren. Nu hebben velen van ons de achterkant van Marilyn Monroe wel eens gezien. In Niagara bijvoorbeeld wordt die achterkant uitgebreid in beeld gebracht, in volle werking.

Maar wie kan zeggen dat hij ­Samuel Beckett wel eens van achteren heeft gezien? Zoals je in de man met de tas en de regenjas die je vroeger wel door de stad zag scharrelen altijd Simon Carmiggelt herkende.

Een tijdje terug fietste ik door de Vijzelstraat in de richting van de Munt toen ik aan de overkant een goede vriend langs het Stadsarchief zag lopen. Hij ging dezelfde kant op als ik. Ik zag hem dus op de rug, maar dat hij het was, leed geen twijfel.

Zoetendaal heeft het over openingen, poorten, sleuven, spleten, kieren, een veelzeggende opsomming die bedoeld lijkt om Breitners liefde voor stegen te verklaren. Maar misschien ook niet.

Breitner hield van stegen, zoveel is duidelijk, zoals ik ook van stegen houd. De smalle reep licht hoog boven je, de V van lucht aan de twee uiteinden van de steeg, de permanente schaduw, de altijd aanwezige geur van pis, het heeft iets, waardoor het misschien wel de stegen zijn die een stad tot een stad maken. In stegen valt altijd iets te beleven. Je wordt er beroofd en hoeren oefenen er hun handwerk uit, er worden drugs gedeald, er wordt gepist, gespoten, gevreeën en ­gevochten en als je mazzel hebt, is er ergens halverwege een verscholen deur die toegang geeft tot een houten trap die naar de verdieping leidt waar een oude Indische dame in bontjas op haar troon eenmaal in de maand audiëntie verleent aan de Indische jongens uit de buurt.

Ze had magere handen en droeg ringen met grote stenen aan al haar dunne vingers. Ze had grote ronde ogen en rook naar de specerijenwinkel. Als de rituele begroeting met mijn vriend ten einde was, reikte ze mij haar smalle hand die ik voorzichtig drukte, waarna wij haar achterlieten op haar troon en de steeg uitliepen naar de Geldersekade om daar aan te leggen bij een klopcafé.

Altijd op een vrijdag, het hele weekend nog voor ons. Ik zat buiten, want hoewel de dag voorbij was, was het lekker weer. Toen ik naar binnen ging om iets te bestellen, stond er een oude man aan de bar die bezig was hem stevig te raken.

Een moeder en dochter sloegen het met belangstelling gade. De dames vielen bijkans in katzwijm van verbazing. Brutaal geworden bogen ze zich vervolgens over zijn jeneverkelkje op de tap. Nadat de man dat had bevestigd, zei ze dat ze dat niet hadden in het Zuiden. Ik had inmiddels mijn biertje gekregen en ging weer buiten zitten, waar de oude man die Willem bleek te heten zich niet veel later bij me voegde.

Ik schoot in de lach. Maar nu ga ik naar huis. Daar ben ik nog voor het eerst beroofd. Door de jongste zoon van de Tokkies. Van al mijn voetbalplaatjes. Mijn vriend de schaker, die geen schaakvriend is en met wie ik nog in de derde klas van de lagere school heb gezeten, de huidige groep 5 als ik me niet vergis, waar hij zich overigens niets van kan herinneren maar ik wel, vertelde me dat hij eens met een schaakofficial vanuit het Centrum naar West was gereisd, met de Kikker dus of met de Blauwe Tram, voor een schaakevenement dat plaatsgreep in het gebouw van de Wereldbibliotheek bijvoorbeeld of op het stadhuis van Sloterdijk, waar mijn ouders in de meidagen van ­getrouwd zijn, maar dit geheel terzijde.

Daar aangekomen had de official lacherig verteld dat hij vanuit de tram een winkel had waargenomen, die zich het Opklapbeddenpaleis noemde. Algemenen hilariteit onder het schaakvolk. Maar inderdaad, het valt niet te ontkennen, in de nabije omgeving van de Admiraal De Ruijterweg had je de Stoffenprinses, de Gaskoning en de Stofzuigerkoning ze zitten er nog , een Beddenpaleis en de ­Tapijtkeizer. En in de Elegaststraat woonde bovendien de Sjah van Barbarber.

Barbarber was een langwerpig tijdschrift, dat vanaf werd geredigeerd door K. Brands en Brands was de Sjah van Barbarber.

Brands heeft op een velletje ­boterhampapier eens een tekening van Okkie Pepernoot overgetrokken, en dan schreef hij ook nog Het laatste kwatrijn:

..